Bob Brown (coureur)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Bob Brown (Sydney, 9 mei 1930 - Stuttgart, 23 juli 1960) was een Australisch motorcoureur.

AJS 7R Boy Racer
AJS 7R Boy Racer
NSU Sportmax
NSU Sportmax
Norton Manx
Norton Manx
Honda RC 143
Honda RC 143

Carrière[bewerken]

  • 1955: Voor zover bekend reed Bob Brown zijn eerste races in Europa op het eiland Man in 1955. Hij eindigde in de 350 cc Junior TT als zesenveertigse met een AJS Boy Racer. In de 500 cc Senior TT werd hij zestiende met een Matchless G45. In dat jaar reed hij in de 500 cc klasse nog twee wedstrijden in het wereldkampioenschap wegrace: In de Grand Prix van België werd hij elfde en in de TT van Assen scoorde hij door een vijfde plaats twee punten, waardoor hij in de 500 cc klasse uiteindelijk twintigste werd.
  • 1956: In 1956 startte hij in drie klassen: in de 250 cc klasse met een NSU Sportmax, in de 350 cc klasse met een AJS Boy Racer en in de 500 cc klasse met een Matchless G45. Opmerkelijk genoeg sloeg hij de Isle of Man TT over. In de 250 cc klasse eindigde hij als twaalfde in het kampioenschap, in de 350 cc klasse werd hij zeventiende. In de 500 cc klasse viel hij uit in België, maar in de Ulster Grand Prix werd hij tweede. Daarmee gooide hij hoge ogen, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het deelnemersveld in die wedstrijd nogal beperkt was. De wereldtitel van John Surtees stond al vast en het team van MV Agusta verscheen dan ook niet aan de start. De Gilera-rijders Geoff Duke en Reg Armstrong vielen uit en hun teamgenoten Pierre Monneret en Libero Liberati waren er niet. Norton had geen fabrieksrijders meer en daardoor konden privérijders als Bob Brown hun slag slaan. In het wereldkampioenschap van 1956 eindigde Brown als achtste.
  • 1957: In 1957 startte Brown in de Lightweight TT, die werd gereden op de Clypse Course. Dat was een veel korter circuit dan de Snaefell Mountain Course. De Clypse Course liep langs de achterkant van het hotel bij Creg-ny-Baa, de Mountain Course langs de voorkant. Achter het hotel viel Bob Brown met de NSU Sportmax stil. In 1956 was de fabrieksrijder van Gilera Geoff Duke geblesseerd geraakt tijdens een internationale 500 cc race in Imola. Bob McIntyre werd zijn vervanger, maar voor de Isle of Man TT zocht Gilera nog een coureur die dat circuit kende. Op advies van Bob McIntyre werd Bob Brown aangetrokken. In de Junior TT won Bob McIntyre met de Gilera vóór Keith Campbell (Moto Guzzi Monocilindrica 350) en Bob Brown met de tweede Gilera. De Isle of Man TT vierde haar 50-jarig jubileum en Gilera had speciale versies van de 350 4C en de 500 4C gemaakt. De Senior TT was namelijk vanwege het jubileum verlengd tot acht ronden (302 km) en daarom had men de druppelstroomlijn voorzien van extra tanks in de zijkanten van de kuip. In de Senior werden McIntyre en Brown opnieuw eerste en derde, ditmaal met John Surtees met de MV Agusta 500 4C op de tweede plaats. McIntyre zelf crashte in Assen, en was enkele maanden uitgeschakeld. Daardoor kon Brown ook in België aan de start komen. Toen bij de start van de 500 cc race de motor van Libero Liberati niet wilde starten, gebeurde er iets ongelooflijks: teamleider Roberto Persi stapte op Brown af en dwong hem zijn motor in te leveren. Volgens een andere Australiër, Keith Bryen, die het allemaal zag gebeuren, werd Brown door Persi als "vuil" behandeld. Ook Duke, die wel aanwezig was bij de wedstrijd, was verontwaardigd en protesteerde bij Persi. Het hielp niet, Liberati startte met de verkeerde motor én het verkeerde startnummer. Dat was verboden, en nog tijdens de race werden door andere teams protesten ingediend. De Nederlandse voorzitter van de sportcommissie van de FIM Piet Nortier wuifde ze allemaal weg, en ging daarmee in tegen de regels van zijn eigen commissie. Uiteindelijk werd Liberati gediskwalificeerd, maar in januari 1958 werd de diskwalificatie teruggedraaid en werd hij toch nog winnaar. Dankzij de zes punten van de Junior TT werd Bob Brown derde in de 350 cc klasse van het wereldkampioenschap van 1957. In de 500 cc klasse eindigde hij als tiende.
  • 1958: Eind 1957 waren Gilera, Moto Guzzi en FB Mondial uit het wereldkampioenschap wegrace gestapt. Omdat Norton en BMW dat al eerder gedaan hadden, vervloog de hoop voor veel coureurs op een fabriekscontract. Bob Brown koos in 1958 weer voor de motorfietsen die hij vóór zijn Gilera-periode had gebruikt: de NSU voor de 250 cc klasse en de AJS voor de 350 cc klasse. Voor de 500 cc klasse stapte hij over op de Norton Manx, maar hij reed ook enkele wedstrijden met een BMW. In de Lightweight TT pakte hij een vierde plaats, waardoor hij in de 250 cc klasse als veertiende eindigde. In de Junior TT werd hij slechts veertiende, maar in Monza werd hij zesde in de 350 cc klasse, waardoor hij in het wereldkampioenschap als vijftiende eindigde. In de 500 cc klasse werd hij in de Senior TT derde, in de TT van Assen tiende, in België zestiende, in Duitsland en in Zweden zesde, in Ulster zevende en in Monza viel hij uit. Hij eindigde in het WK van 1958 als twaalfde in de 500 cc klasse. Hij werd in dat jaar ook tweede in de 500 Formula One TT met de Norton Manx.
  • 1959: In 1959 reed Bob Brown uitsluitend met Nortons in de 350- en de 500 cc klasse. Hij won een paar wedstrijden die niet meetelden voor het WK: de 350 cc race in Assen en de 500 cc race in Zweden. In de 500 cc wedstrijden die wél meetelden werd hij negende in Frankrijk, derde in de Senior TT, derde in Duitsland, tweede in Assen, vierde in België, vijfde in Ulster en vierde in Monza. Hij haalde dus vrijwel altijd punten en in het WK van 1959 werd hij derde en hij was daarmee "best of the rest", want de MV Agusta's van John Surtees en Remo Venturi waren de enige fabriekracers: Surtees won alle wedstrijden en Venturi hoefde niet eens overal te starten om tweede te worden. In de 350 cc klasse werd Brown derde in Zweden, tweede in Ulster en derde in Monza. Hier was de eindstand van het WK identiek: de beide MV's op één en twee, Brown met de Norton derde.
  • 1960: In 1959 waren er voor het eerst motorfietsen uit Japan aan de start gekomen: vier Japanse coureurs verschenen met de 125 cc Honda RC 142 aan de start en bezetten in de Ultra-Lightweight TT de plaatsen zes, zeven, acht en elf. In 1960 startte Brown in alle soloklassen. Hij wist voor de Grand Prix van België de hand te leggen op de 125 cc Honda RC 143. Hij werd er tiende mee. In de 250 cc klasse startte hij met de Honda RC 161. In de Lightweight TT werd hij vierde. Met de 350 cc Norton Manx werd hij in Frankrijk en Nederland vierde. In de 500 cc klasse werd hij in Frankrijk derde, In de Senior TT zesde, in Assen tweede en in België derde. Hij stond daardoor na vier wedstrijden weer derde in het 500 cc wereldkampioenschap.

Overlijden[bewerken]

Het zag er in het seizoen 1960 goed uit voor Bob Brown. Hij startte in de meeste klassen slechts in een beperkt aantal wedstrijden, maar het was opnieuw duidelijk dat hij na de MV Agusta's de beste 500 cc-rijder zou worden. Op 23 juli, tijdens de training met de 250 cc Honda op de Solitudering, crashte hij. Hij werd naar het ziekenhuis in Stuttgart overgebracht, waar hij korte tijd later overleed.

Hij werd postuum vierde in de 500 cc klasse, zesde in de 350 cc klasse en elfde in de 250 cc klasse.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties