Corruptie-index

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De corruptie-index is een jaarlijks onderzoek naar corruptie dat wordt uitgevoerd door Transparency International (TI), een wereldwijd werkende non-profitorganisatie.

Achtergrond[bewerken]

De corruptie-index (beter bekend onder de internationale naam: Corruption Perceptions Index of CPI) bestaat sinds 1995. Met de CPI wilde TI corruptie op de internationale politieke agenda zetten. De CPI classificeert staten op basis van het gepercipieerde corruptieniveau. Daarbij kijkt TI naar de mate waarin men corruptie ervaart van publieke organisatie en politici. TI definieert corruptie als 'het misbruik van toevertrouwde macht voor persoonlijk gewin'. Landen kunnen 10 punten scoren met de 10 als hoogste score. Hoe hoger de score, hoe minder corruptie. In 2000 omvatte het onderzoek 90 staten. In 2007 was dit aantal opgelopen tot 180. Uit de resultaten blijkt dat 70% van de onderzochte staten minder dan vijf (5) punten scoort. Voor ontwikkelingslanden ligt dit percentage zelfs op 90%.

Scores vanaf 2000[bewerken]

Jaar 1 2 3 op 2 na laatste voorlaatste laatste
2000 Finland (10) Denemarken (9,8) Nieuw-Zeeland
Zweden (9,4)
Oekraïne
Azerbeidzjan (1,5)
Joegoslavië (1,3) Nigeria (1,2)
2001 Finland (9,9) Denemarken (9,5) Nieuw-Zeeland (9,4) Oeganda
Indonesië (1,9)
Nigeria (1,0) Bangladesh (0,4)
2002 Finland (9,7) Denemarken
Nieuw-Zeeland (9,5)
IJsland (9,4) Angola
Madagaskar
Paraguay (1,7)
Nigeria (1,6) Bangladesh (1,2)
2003 Finland (9,7) IJsland (9,6) Denemarken
Nieuw-Zeeland (9,5)
Haïti (1,5) Nigeria (1,4) Bangladesh (1,3)
2004 Finland (9,7) Nieuw-Zeeland (9,6) Denemarken
IJsland (9,5)
Myanmar
Tsjaad (1,7)
Nigeria (1,6) Haïti
Bangladesh (1,5)
2005 IJsland (9.7) Finland (9,6) Nieuw-Zeeland
Denemarken (9,5)
Nigeria
Ivoorkust
Equatoriaal-Guinea (1,9)
Turkmenistan
Myanmar
Haïti (1,8)
Tsjaad
Bangladesh (1,7)
2006 Finland
IJsland
Nieuw-Zeeland (9,6)
Denemarken (9,5) Singapore (9,4) Soedan
Tsjaad
Congo
Bangladesh (2,0)
Myanmar
Irak
Guinee (1,9)
Haïti (1,8)
2007 Finland
Denemarken
Nieuw-Zeeland (9,4)
Singapore
Zweden (9,3)
IJsland (9,2) Haïti (1,6) Irak (1,5) Somalië
Myanmar (1,4)
2008 Denemarken
Nieuw-Zeeland
Zweden (9,3)
Singapore (9,2) Finland (9,0)
Zwitserland
Haïti (1,4) Irak (1,3)
Myanmar
Somalië (1,0)
2009 Nieuw-Zeeland (9,4) Denemarken (9,3) Singapore
Zweden (9,2)
Myanmar (1,4) Afghanistan (1,3) Somalië (1,1)
2010 Denemarken
Nieuw-Zeeland
Singapore (9,3)
Finland
Zweden (9,2)
Canada (8,9) Irak (1,5) Afghanistan
Myanmar (1,4)
Somalië (1,1)


Finland, Denemarken, IJsland en Nieuw-Zeeland bevinden zich al jaren aan de top van niet-corrupte landen. Aan de onderkant van de lijst wijzigt de bezetting nogal. Dit is niet zozeer omdat landen in de onderste regionen minder corrupt worden, maar omdat Transparency International steeds meer landen meeneemt in zijn onderzoek. Nieuwe landen belanden vaak onderin.

Nederland en België[bewerken]

Nederland en België nemen vanaf 2000 de volgende plaatsen in:

Nederland België
Jaar Plaats Score Plaats Score
2000 9 8,9 25 6,1
2001 8 8,8 24 6,6
2002 7 9,0 20 7,1
2003 7 8,9 17 7,6
2004 10 8,7 17 7,5
2005 11 8,6 19 7,4
2006 9 8,7 20 7,3
2007 7 9,0 21 7,1
2008 7 8,9 18 7,3
2009 6 8,9 21 7,1
2010 7 8,8 22 7,1

Methode[bewerken]

Corruptie Perceptie Index 2014

De wijze waarop de CPI gescoord wordt, is ontwikkeld in Duitsland aan de Universiteit van Passau. Vanaf 2005 werkt TI met enquêtes die door onafhankelijke deskundigen worden ingevuld, zoals universiteiten en nationale en internationale organisaties. Voor 2005 werd ook gebruikgemaakt van publieksonderzoeken. Om een land te scoren, heeft TI minimaal drie bronnen nodig. TI claimt dat de mening van de deskundigen goed overeen komt met de perceptie van het publiek.

De index meet perceptie en is gebaseerd op enquêtes en niet op rekenwerk. Dit maakt de resultaten subjectief. Bovendien krijgt TI van sommige landen maar weinig informatie binnen, wat ten koste gaat van de betrouwbaarheid. Ook verschillen de regels per land, wat in het ene land als een geoorloofde fooi gezien wordt, kan in het andere land gelden als omkoping. En tegen politieke donaties wordt in verschillende landen anders aangekeken. Kortom: de poll geeft inderdaad eerder de perceptie aan en meet corruptie niet objectief.

De kritiek op de CPI luidt dan ook dat de CPI niet objectief is. Bovendien is de groep die bevraagd wordt te selectief, zeggen critici, de CPI zou daarom niets zeggen over de perceptie van corruptie binnen de hele populatie - laat staan dat het wat zou zeggen over het al dan niet aanwezig zijn van corruptie. Het onderwerp staat inmiddels wel op de politieke agenda, dus in die zin heeft TI zijn doel bereikt.

Externe links[bewerken]