De gebroeders Leeuwenhart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De gebroeders Leeuwenhart
Oorspronkelijke titel Bröderna Lejonhjärta
Auteur(s) Astrid Lindgren
Land Zweden
Taal Zweeds
Uitgever Rabén & Sjögren
Pagina's 227
ISBN-code 91-29-40865-2
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

De gebroeders Leeuwenhart (Zweeds: Bröderna Lejonhjärta) is een fantasyroman van Astrid Lindgren. Het verhaal is vooral bekend geworden doordat sombere thema's zoals de dood, langdurige ziekte en etnische onderdrukking een zeer belangrijke rol spelen. Een ander centraal thema in het verhaal is pacifisme. Verder bevat De gebroeders Leeuwenhart zeer veel sprookjeselementen, gecombineerd met een zekere mate van horror.

De eerste uitgave uit 1973 bevatte illustraties van Ilon Wikland, waarna het boek meerdere malen is heruitgegeven.

Inhoud[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

De hoofdrolspelers zijn de 10-jarige Karel Leeuw en zijn knappe 13-jarige broer Jonathan. Samen met hun alleenstaande moeder bewonen ze een schamel houten appartementje. Vader Leeuw is enkele jaren geleden spoorloos verdwenen tijdens een zeereis.

Karel - die gedurende het hele verhaal de ik-verteller is - is een mager en lelijk jongetje met een chronische luchtweginfectie en moet daarom de hele dag in bed blijven. Elke avond wordt hij opgezocht en verzorgd door Jonathan. Wanneer Karel heeft gehoord dat hij snel zal sterven is hij bang, maar Jonathan vertelt hem over Nangijala - "het land van de kampvuren en sprookjes" - waar Karel na zijn dood heen zal gaan. Jonathan denkt dat hij zelf misschien wel negentig zal worden, maar zo lang hoeft Karel straks in Nangijala niet op zijn broer te wachten, omdat de tijd daar veel sneller gaat dan op Aarde. Karel krijgt van zijn broer de bijnaam Skorpan, wat "Kruimel" betekent. Deze bijnaam is natuurlijk als koosnaam bedoeld, maar in de loop van het verhaal zal Karel hem als een echte schuilnaam gebruiken.

In werkelijkheid is Jonathan echter van de twee broers de eerste die sterft. Nadat er in het houten appartement van de familie Leeuw brand is uitgebroken, redt Jonathan Karels leven door met hem uit het raam van het brandende huis te springen. Tijdens zijn val beschermt Jonathan Karel met zijn eigen lichaam. Jonathan zelf overlijdt vrijwel ter plekke, nadat hij Karel eerst nog heeft vermaand niet bedroefd te zijn omdat hij hem in Nangijala zal opwachten. In het overlijdensbericht krijgt Jonathan Leeuw van zijn schooljuf de bijnaam "Leeuwenhart", die hij gedurende de rest van het verhaal houdt. Niet lang na het ongeluk sterft ook Karel aan zijn luchtwegaandoening. Hij gaat naar Nangijala, maar niet nadat hij eerst een kort briefje heeft achtergelaten voor zijn moeder: Niet huilen, tot ziens in Nangijala!.

Eenmaal aangekomen in Nangijala bevindt Karel zich voor een klein huisje dat Ryttargården heet. In de buurt ziet hij Jonathan vissen. De twee broers herkennen elkaar al snel en ze verblijven een tijdlang gezamenlijk in een huisje, waar ze wat dieren houden en in hun eigen onderhoud voorzien. Geleidelijk aan leren ze steeds meer mensen kennen in Körsbärsdalen ("het Kersendal", het deel van Nangijala waar zij zijn terechtgekomen), zoals de zeer bekwame maar ook norse boogschutter Hubert, de vrolijke herbergier van Guldtuppen ("De Goudhaan") Jossie, en de duivenhoudster Sofia. Al snel komt Karel erachter dat alles in Nangijala niet zo mooi is als het lijkt; in Törnrosdalen ("het Bramendal", een ander deel van Nangijala), heeft de wrede vorst Tengil uit het naburige Karmanjaka de macht overgenomen, terwijl de belangrijkste vrijheidsstrijder in het Bramendal, Orvar, zojuist is gevangengenomen. Omdat een van Sofia's duiven die met nieuws uit het Bramendal onderweg was is neergeschoten, weet niemand hoe het er precies in het Bramendal voorstaat. Karel verdenkt Hubert ervan een spion van Tengil te zijn, omdat Hubert de duif best kan hebben neergeschoten en zich al eerder denigrerend uitliet over Sofia en haar duiven.

Op een gegeven moment besluit Jonathan op zijn paard Grim naar het Bramendal te vertrekken om te kijken wat hij daar kan doen, Karel in grote vertwijfeling achterland. Hubert komt gedurende de eerste tijd daarna geregeld bij Karel langs en lijkt zich erg om Karel te bekommeren, maar Karel vertrouwt Hubert nog steeds niet. Wanneer Karel uiteindelijk zijn angst overwint en besluit om met zijn eigen paard Fjalar Jonathan achterna te reizen, geeft de bezorgde Hubert hem een schapenbout mee. 's Nachts maakt Karel in het open veld een kampvuur, maar hij wordt door een wolf aangevallen. Hubert die Karel achterna blijkt te zijn gereisd redt Karels leven door de wolf met een pijl te doden. Zelfs deze heldendaad brengt Karel niet op andere gedachten wat Hubert betreft.

Wanneer Karel echter even later in een grot twee soldaten van Tengil ontdekt die op Jossie zitten te wachten, beseft hij dat niet Hubert maar Jossie de echte spion van Tengil in het Kersendal is. Jossie denkt dat hijzelf na de overwinning van Tengil in het Kersendal daar tot landvoogd zal worden benoemd. Karel weet zich een tijdlang verborgen te houden. Vanuit zijn schuilplaats ziet hij dat Jossie het merkteken van Tengil op zijn borst getatoeëerd krijgt. 's Morgens wordt Karel door de twee soldaten van Tengil, Veder en Kader, ontdekt en gevangengenomen. Hij weet hen wijs te maken dat hij Kruimel heet en is weggelopen van zijn opa die in het Bramendal woont.

Aangekomen in het Bramendal ontdekt Karel een van Sofia's duiven bij een huisje van een oude man, Matthias genaamd, die tegenover Tengils soldaten bereid blijkt te doen alsof hij Karels opa is. In werkelijkheid is Matthias samen met Orvar een van de belangrijkste vrijheidsstrijders in het Bramendal. Ook blijkt hij degene te zijn bij wie Jonathan is ondergedoken. Het huis van Matthias wordt door Tengils soldaten grondig doorzocht maar Jonathan wordt niet gevonden. In vermomming keert Jonathan terug in het openbaar, want zijn signalement is inmiddels aan Tengils mannen doorgegeven. Op de markt in het Bramendal moeten Jonathan en Karel samen met vele anderen machteloos toezien hoe een man die weigert voor Tengil te werken met een zwaard wordt gedood. Ook wordt er door Tengil een beloning voor het vinden van de vrijheidsstrijder Jonathan uitgeloofd.

Karel hoort dat Orvar gevangen zit in Katla's grot. Katla is een enorme vuurspuwende draak, die door Tengil met een hoorn in bedwang wordt gehouden. Karel en Jonathan besluiten het huis van Matthias te verlaten en samen een poging te wagen Orvar te bevrijden. Eerst redden ze Perk, een van Tengils soldaten die een domme weddenschap is aangegaan, van de verdrinkingsdood in de Karmaval. De Karmaval is een reusachtige waterval die is vernoemd naar de oeroude slang Karm, die er volgens de overlevering nog steeds onder water woont. Karel en Jonathan redden Orvar nog net op tijd voordat Katla eraan komt. Orvar en Jonathan verkleden zich als soldaten van Tengil. Ze weten te ontsnappen, maar Karel wordt noodgedwongen achtergelaten omdat ze inmiddels worden achtervolgd door Perk, die Jonathan heeft herkend. De paarden zijn niet snel genoeg met Karel erbij als ruiter. Karel komt vervolgens Sofia weer tegen, die deze keer in gezelschap is van zowel Hubert als Jossie. Karel ontmaskert Jossie als de verrader dankzij de tatoeage, waarna Jossie tijdens zijn poging te ontsnappen verdrinkt in de Karmaval.

Nu Orvar is teruggekeerd kan de vrijheidsstrijd in het Bramendal gevoerd worden. Helaas is de dag die hiervoor is uitgekozen net ook de dag waarop Tengil heeft besloten Katla nog eens mee te nemen naar het Bramendal om zijn gezag te doen gelden. De slag om het Bramendal lijkt verloren, maar Jonathan weet het tij te keren doordat hij Tengil zijn hoorn ontfutselt. Jonathan wordt zodoende de nieuwe meester van Katla, die zich daarop fel tegen haar oude meester keert. Tengil en de meesten van zijn mannen worden door Katla gedood. Katla zelf verdrinkt later tijdens een gevecht met de slang Karm, die vooralsnog echt blijkt te bestaan, nadat ze door Jonathan met een rots in de Karmaval is gegooid.

Het Bramendal is dus bevrijd, maar de algemene stemming is zeer bedrukt. Veel geliefde personen zoals Matthias en Hubert zijn in het gevecht omgekomen. Jonathan heeft de strijd wel overleefd, maar hij is geheel verlamd geraakt als gevolg van het vuur van Katla. Omdat de twee broers het zo niet meer zien zitten besluiten ze gezamenlijk zelfmoord te plegen. Zoals aan het begin van het verhaal - maar dan omgekeerd - neemt Karel nu zijn verlamde broer op zijn rug, waarna hij van een hoge berg springt. Op het moment dat Karel de grond raakt zien ze een nieuw licht, dat van Nangilima, een ander dodenrijk waar het naar verluidt beter is dan in Nangijala.

Achtergond[bewerken]

De naam Leeuwenhart is duidelijk een toespeling op Richard Leeuwenhart en diens moed. Voor het idee van twee jonge broers die gezamenlijk de dood ingaan putte Astrid Lindgren inspiratie uit een graftekst uit 1860 op het kerkhof van Vimmerby. Daarnaast liet zij zich bij het schrijven van het verhaal inspireren door stukken uit het script van de verfilming van Emil i Lönneberga[1].

Situering[bewerken]

De omgeving waar het begin van het verhaal zich afspeelt doet sterk denken aan Södermalm aan het eind van de 19e of het begin van de 20e eeuw, destijds een arme wijk. De rest van het verhaal heeft een setting die ook voorkomt in andere romans van Lindgren zoals Mio, mijn Mio en hoofdzakelijk aan de Middeleeuwen doet denken, met het dunbevolkte platteland en de ridderachtige omgeving. Van enige geavanceerde technologie is geen sprake.

Kritiek[bewerken]

Tijdens de eerste uitgave kreeg het boek een aantal negatieve recensies, met name vanwege de preoccupatie met de dood en het veronderstelde hiernamaals die het hele verhaal kenmerkt. De hoofdpersonen wensen zichzelf tijdens het verhaal bovendien meerdere malen dood, en ook de zelfmoord van de twee broers aan het einde wekt sterk de indruk de "ideale oplossing" voor alle problemen te zijn. Velen vonden al deze elementen niet passen in een boek dat deel uitmaakte van de jeugdliteratuur. Ook de volledige zwart/wit tegenstelling tussen goed en kwaad in het verhaal was onderwerp van kritiek. Anderzijds schreef Astrid Lindgren zelf in 1975 in een brief dat ze niet eerder zoveel spontane reacties op een verhaal van kinderen uit allerlei landen had gekregen[1].

Bewerkingen[bewerken]

In 1977 werd er een film van het boek gemaakt, De gebroeders Leeuwenhart, waarvan het script door Lindgren zelf werd geschreven. In 2007 en 2009 werd het verhaal bovendien bewerkt tot musical.

Referenties[bewerken]

  1. a b Edström, Vivi (1992). Astrid Lindgren - Vildtoring och lägereld. Stockholm: Rabén & Sjögren. ISBN 91-29-59611-4.

Externe link[bewerken]