Derde Stootleger

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Derde Stootleger (Russisch: "Третья ударная армия" Tret'ja oedarnaja armija) was een veldleger van het Rode Leger gecreëerd tijdens de Tweede Wereldoorlog.[1] De taak van de 'Stootlegers' was om specifieke complexen aan te vallen en belangrijke vijandelijke eenheden te vernietigen. De Stootlegers waren uitgerust met meer pantser- artillerie-eenheden dan andere gecombineerde wapenen legers. Zo nodig werden de Stootlegers versterkt met gemechaniseerde-, tank- en cavalerie formaties en eenheden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog bevatte sommige Stootlegers gepantserde treinen en met lucht-slede uitgeruste eenheden.[2]

Formatie[bewerken]

Het Leger was ontstaan uit het 60ste Leger (1e formatie), welke was gevormd in het Moskou Militaire District in november 1941.[3] In eerste instantie bestond het 60ste Leger uit de 334ste, 336ste, 348ste, 352ste, 358ste, 360ste RDs en de 11de Cavalerie Divisie. Het Stootleger was de taak om de linkeroever van de Wolga van Unza tot Kosmodemiansk te versterken toegewezen.

Het 60ste Leger was omgevormd tot het Derde Stootleger op 25 december 1941, onder bevel van Generaal Luitenant M.A. Poerjakev. Op 1 januari 1942 bestond het Leger uit diverse (Onafhankelijke) Geweer Divisies, een aantal artilleriestukken en wat andere eenheden. Het Stootleger was ook bijzonder omdat het zijn eigen luchtvaartuigen had, conform de visie van de beoogde operationele doctrine.

Veldtocht[bewerken]

Het was oorspronkelijk een deel van de Moskou Verdedigings Zone in de Reservisten van Opperste Hoog Bevelhebber (RVGK). 'Derde Stoot' was echter al snel verplaatst naar het noordwestfront (vanaf 27 december 1941) als onderdeel van het Moskou tegenoffensief. De zaken werden er niet beter op door het gebrek aan voorraden, verergerd door verschrikkelijke communicatie; de aanvalstroepen kregen geen behoorlijke maaltijd vóór het offensief door voedseltekorten.[4]

Desondanks begon het offensief na een paar dagen te rollen (operatie Toropets-Cholm), Derde Stoot naderde Cholm, maar was gevaarlijk gescheiden van zijn buur, het Vierde Stootleger. Tegen midden januari had Derde Stoot Cholm omsingeld en hadden zijn voorste eenheden de weg tussen Cholm en Toropets afgesneden. Cholm zelf was op 22 januari omsingeld, maar niet ingenomen tot 5 mei. Met enig succes in het vooruitzicht, verbreedde Stalin de doelstellingen van de operatie en dirigeerde met een Stavka richtlijn Derde Stoot, als deel van de grotere operatie, naar Velikije Loeki en van daaruit naar Vitebsk, Orsja en Smolensk.[5] Twee dagen later, werd Derde Stoot van het Noord-Westenfront naar het Kalininfront overgeplaatst. Er waren echter steeds minder troepen beschikbaar voor de grote taken die Stalin voor ze had. Het Leger kwam niet verder dan Velikije Loeki (maar hadden het dorp niet ingenomen) door verhardende Duits verzet en tekorten aan voedsel, brandstof en munitie. Velikije Loeki werd uiteindelijk ingenomen door het Kalininfront op 17 januari 1943.

Het Legers volgende grote onderneming was als onderdeel van het Nevel-Gorodokoffensief in oktober/november 1943. Nevel was aan het begin van het offensief ingenomen, op 6 oktober. Kalininfront was omgedoopt tot het Baltische Front op 13 oktober 1943,[6] en gebruikte onder Jerjomenko twee legers over de linker flank, het 43ste en 49ste, om zo de aandacht van de Duitsers af te leiden van de bulk het Front. De Derde en Vierde Stootlegers tegen het Derde Panzer Leger geconcentreerd in de omgeving van Nevel.[7] Hierdoor zouden de Sovjets beide kanten van de routes die naar het achterste van Legergroep Noord domineren en belangrijke spoorovergangen afsnijden.

Na het Staroroessa-Novorzjev offensief (februari 1944), was het Legers volgende aanval een deel van het Tweede Baltische Front offensief in juli 1944 - het Rezjitsa-Dvina offensief. Het begon op 10 juli, op 12 juli had het Derde Stootleger de Velikaja rivier bereikt, de bruggen veroverd ondanks de springstof ladingen die de Duitsers erop hadden gelegd, en flankeerde het Idritsa. Idritsa was diezelfde dag bevrijd. Vijf dagen later bevrijdde het Leger Sebezj na een diepe flankerende beweging. Rezjitsa (nu Rezekne, Letland) was veroverd op 27 juli 1944, met behulp van het 10e Wacht Leger. Het Tweede Baltische Front was nu in centraal Letland en op 1 augustus marcheerde de legers weer met Derde Stoot de opdracht om naar het zuiden het Loeban meer en door naar het zuiden van Madon, maar nadat de Sovjettroepen Krustpils veroverd hadden volgde enige zware gevechten met weinig succes. Op 19 augustus forceerde Derde Stoot een corridor over een zijrivier van de Dvina rivier, de Oger. Toen moest het echter een sterke Duitse aanval afweren opgezet door drie divisies met luchtsteun. Langzaamaan verplaatsten de Sovjets zich naar Riga, maar de nadruk was nu op het zuiden gelegd en het Tweede Baltische Front vervulde vanaf begin oktober een steunende rol tegenover Bagramjans Eerste Baltische Front, wat in hoog tempo naar de Baltische kust bewoog om de resterende verbinding tussen de Duitse troepen in Oost Pruisen en die in Letland en Estland los te snijden. Riga viel op 13 oktober en de overgebleven Duitse troepen in de omgeving werden bijeengedreven in het Koerland-gebied.[8]

Derde Stoot nam toen deel aan de blokkade van het geïsoleerde Koerland gebied. De eerste Sovjetaanvallen startten op 16 oktober. Tegen het einde van oktober bleek echter dat ondanks een aantal kleine successen er weinig hoop op een volledig succes was. Het Leger trok naar het zuiden. Derde Stoot werd onderdeel van het Eerste Wit-Russische Front op 31 december 1943. Derde Stoot werd in de tweede echelon geplaatst voor de Warschau-Poznan operatie, een strategisch offensief. Derde Stoot viel richting Poznan aan onder Zjoekovs Eerste Wit-Russische Front. Daarna nam het deel aan het Wisła-Oderoffensief tussen 12 januari en 3 februari 1945.

Terwijl het Leger tijdens het Oost Pommeren offensief snel door Polen manoeuvreerde in maart 1945, bevrijdde het een aantal steden: Vangerin (nu Vengozjino) en Labes (nu Lobez). Dit deed het samen met de troepen van de Eerste Wacht Tank Leger op 3 maart en Frayenvalde (nu Khotsivel, Polen) en Regenvalde (nu Resko, Polen) op 4 maart. Diezelfde dag in samenwerking met het Poolse Eerste Leger en de Sovjet Eerste Wacht Tank Leger betrad Derde Stoot Dramburg (nu Dravsko-Pomorske, Polen). Een dag later betrad Derde Stoot Gjoeltsov (nu Goltsjevo) en op 6 maart Kammin (nu Kamen-Pomorski). Derde Stoot betrad Sjtepenitts (nu Stepnitsa, Polen) op 7 maart en bevrijdde Gollnov (nu Golenjoev) samen met het Tweede Wacht Tank Army.

Het Leger was in de tweede echelon van het Eerste Wit-Russische Front bij de slag om Berlijn.[9]

In april 1945 had Derde Stoot (gestationeerd in Stendal) nog steeds als onderdeel van het Eerste Wit-Russische Front de volgende grote component formaties en eenheden:

  • 7de Geweer Korps (146ste, 265ste, 364ste Geweer Divisies)
  • 9de Tank Korps (23ste, 95ste, 108ste tank en 8ste motor-geweer brigades)[10]
  • 12de Wachts Geweer Korps (23ste Wacht, 52ste Wacht, 33ste Geweer Divisies)
  • 79ste Rifle Corps (150th, 171st, 207th Rifle Divisions)
  • 1455ste Onafhankelijke gemechaniseerde aanvals artillerie regiment
  • 1508ste Onafhankelijke gemechaniseerde aanvals artillerie regiment

Het Leger nam op 23 april 1945 Pankow in, een voorstad van Berlijn. Een week later waren 2 regimenten van de 150ste Geweer Divisie, 79ste Geweer Korps verantwoordelijk voor het neerzetten van de vlaggen van de Sovjet-Unie op de Reichstag op 30 april 1945, waarvan er één bekend was en één een Overwinningsvaandel waar op stond "150ste Geweer, Orde van Kutoezov 2de klasse, 'Idritskaja' Divisie, 79ste Geweer Korps, 3de Stootleger, 1ste Wit-Russische Front". Een toekomstig bevelhebber van het Leger, V.I. Varennikov, heeft ook het bevel gehad over de erewacht van de "Overwinningsvlag". Het einde van de dienst van het Leger kwam met het einde van de gevechten om Berlijn op 8 mei 1945.

Bronnen en referenties[bewerken]

  1. Dit artikel is een bekorte vertaling van het corresponderende artikel op de Engelse Wikipedia (januari 2008).
  2. p.762, Military Encyclopaedic dictionary, Editor in chief C.F. Akhromeyev, Moscow, Voyenizdat, 1986
  3. Keith E. Bonn, Slaughterhouse: The Handbook of the Eastern Front, Aberjona Press, 2005, p.328-9
  4. John Erickson (historicus), The Road to Stalingrad, 2003 Cassel Military Paperbacks edition, p.280, 304
  5. Erickson, 2003, p.306-7
  6. Baltisch Front was erg snel tot 2e Baltisch Front hernoemd
  7. Erickson, Road to Berlin, 1983, 133-4
  8. Erickson, Road to Berlin, 1983, p.313, 319-21, 414, 418, 420-1
  9. Rear Services of the Armed Forces of the Russian Federation
  10. ВЕЛИКАЯ ВОЙНА - Бобруйск