Dexys Midnight Runners

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dexys Midnight Runners is een Britse popgroep uit Birmingham aangevoerd door zanger/gitarist Kevin Rowland (17 augustus 1953, Wolverhampton); hun carrière liep (officieel) van 1978 tot en met 1986 maar heeft inmiddels een doorstart gekregen.

Inhoud

Geschiedenis [bewerken]

1977-1979; beginperiode [bewerken]

Kevin Rowland, zoon van Ierse immigranten, begint zijn carrière in 1977 op 24-jarige leeftijd bij de punkgroep Killjoys met wie hij de single Johnny Won't Go To Heaven uitbrengt. Kevin raakt teleurgesteld in de punk en met de overige groepsleden valt niet te communiceren. Geïnspireerd door de soulmuziek uit de jaren zestig richt hij met gitarist/zanger Kevin 'Al' Archer het blazersrijke Dexys Midnight Runners op. De groepsnaam, die pas later komt, is ontleend aan dexedrine, destijds een populaire peppil in het uitgaanscircuit. De leden (naast de twee Kevins zijn dat drummer Andy 'Groak' Grocut, bassist Pete Williams, saxofonisten Steve Spooner en JB, trombonist 'Big' Jim Patterson en toetsenman Andy Leek) zijn strikte geheelonthouders.

In 1979 zijn de Dexys het voorprogramma van The Specials; bandleider Jerry Dammers adviseert ze om pakken te dragen maar daar willen ze niets van weten, en ook slaan ze een aanbod af van 's mans pas opgerichte 2 Tone-label. De Dexys kleden zich als de dokwerkers uit Kevin Rowlands favoriete film Mean Streets (regie: Martin Scorsese) en tekenen een contract bij het Oddball-label van Clash-manager Bernie Rhodes.

1980-1981; debuutalbum en persstop [bewerken]

Eind 1979 verschijnt de debuutsingle Dance Stance, een protestlied tegen Ierenmoppen; in het refrein worden Ierse schrijvers opgenoemd als Oscar Wilde, Brendan Behan, Edna O Brien en Samuel Beckett, en in de bruggen zegt Kevin "Shut your mouth till you know the truth". Dance Stance haalt de onderste regionen van de Britse top 40, maar met de op EMI uitgebrachte opvolger Geno (een eerbetoon aan Geno Washington) hebben de Dexys een nummer 1 hit te pakken. Geld levert het ze echter nog niet op, want de bijbehorende tournee werken ze af door zwart te rijden op de trein. Muziekjournalist Paolo Hewitt ziet het met eigen ogen tijdens een interview voor Melody Maker.

Vlak na de release van het lovend ontvangen debuutalbum Searching For The Young Soul Rebels (top-10 notering) kondigen de Dexys paginabreed aan niet langer met de (Britse) muziekpers te praten omdat de bewuste interviews een verkeerd beeld van ze geven. In plaats daarvan publiceren ze essays die uitsluitend hun standpunten weergeven over de ware betekenis van soul ("Komt niet tot volle bloei te midden van wilde rock-excessen"), de pers ("Geen realiteitsbesef") en lookalike fans ("Zijn we allesbehalve gecharmeerd van").

Te midden van de singles There There My Dear en Keep It stappen Andy, Pete, Groak en nieuwe toetsenman Mick Talbot (later met Paul Weller actief in The Style Council) op; Kevin wil ze viool laten spelen maar daar hebben ze geen zin in. De afhakers gaan verder als The Bureau. Ook Al Archer houdt het voor gezien, en richt z'n eigen band (Blue Ox Babes) op.

Gehuld in bokskleding gaan Kevin Rowland en Jim Paterson gaan verder met een nieuwe Dexys ("Een betere dan de vorige" zeggen ze in hun derde essay) en een nieuwe platenmaatschappij (Mercury) nadat Plan B, tegen de afspraak in, op single is uitgebracht. Het succes lijkt ze in de steek te hebben gelaten want het wordt geen hit, en ook de opvolgers Show Me en Liars A to E weten het succes van Geno niet te evenaren. Een uitgebreide theatertournee wordt teruggebracht tot drie concerten die geen van allen zijn uitverkocht.

1982-1983; doorbraak [bewerken]

De wederom vernieuwde Dexys worden begin 1982 uitgebreid met een strijkerssectie (The Emerald Express), steken zich in versleten tuinbroeken en brengen een nieuw geluid dat ze omschrijven als Keltensoul. De blazers vervullen nu een ondergeschikte rol; Jim Paterson is het daar niet mee eens en dus stappen ze op. Ze gaan zelfstandig verder als de TKO Horns (Totally Knocked Out) en werken in de daaropvolgende jaren met Elvis Costello, Madness en Howard Jones.

De eerste single van de vernieuwde Dexys, het op Mercury uitgebrachte Celtic Soul Brothers, maakt weinig indruk (in tegenstelling tot het opheffen van de persstop), maar met de opvolger Come On Eileen en het album Too-Rye-Ay scoort de band een wereldhit. De derde single, Jackie Wilson Said, is een cover van Van Morrison, wiens muziek ook een inspiratiebron is.

De Dexys gaan op tournee en doen daarbij in oktober 1982 Haarlem en de Toppop-studio aan. In het voorjaar van 1983, na de re-release van Celtic Soul Brothers, komen de Verenigde Staten aan de beurt. In New York kopen ze de kleding voor hun volgende fase, een waarin alleen violiste Margaret O' Hara en gitarist Billy Adams meegaan.

1984-1986; afbraak en opbreuk [bewerken]

"Het succes (van Too-Rye-Aye) heeft me niet gelukkig gemaakt" vertelt Kevin in 2007 aan het Britse blad Mojo. "Ik voelde me leeg en zinloos". Vandaar dat hij voor "meer inhoud" kiest en een (Iers) politiek bewustzijn kweekt. Het eerste resultaat hiervan is de single Knowledge Of Beauty (1984).

Na veel herschrijven en heropnemen verschijnt de derde plaat (Don't Stand Me Down) pas in september 1985. Kevin wil aanvankelijk geen single uitbrengen maar tegen de tijd dat hij dan toch overstag gaat met een ingekorte versie van This Is What She's Like heeft de pers het nog enkel over tegenvallende verkoopcijfers en gifrecensies van slechtbezochte concerten. Met het klimmen der jaren, en de heruitgaven in 1997 en 2002, wordt Don't Stand Me Down als meesterwerk erkend.

In 1986 nemen de Dexys voor de televisieserie Brush Strokes het nummer Because Of You op, dat ze aan het eind van het jaar een top 40-hit (en wederom een nieuw imago) oplevert. Daarna gaan ze uit elkaar.

1988-1999; solocarrière [bewerken]

Kevin Rowland brengt in 1988 een solo-album uit; het door Deodato geproduceerde The Wanderer. De vier singles, Walk Away, Tonight, Young Man en The More I See You, worden geen van allen hits.

Drie jaar later verschijnt er een Very Best Of en haalt Kevin de nieuwspagina's door zijn dochter uit een vroegere relatie te ontmoeten. Op 8-jarige leeftijd kocht ze de Come On Eileen-single zonder te weten dat het door haar vader werd gezongen.

Kevin herenigt zich met Jim Paterson en samen vormen ze een nieuwe Dexys. Voorzien van een Too-Rye-Aye-achtig imago brengen ze in 1993 een set nieuwe nummers ten gehore in de Saturday Show van Jonathan Ross. Plannen voor een nieuwe plaat gaan al snel de ijskast in doordat Kevin en Jim weer ruzie krijgen.

In 1995 heeft Kevin ook weer ruzie met de New Musical Express; aanleiding hiervoor is een artikel waarin journalist Stuart Bailie zich afvraagt wat er van Kevin is geworden sinds het interview van twee jaar geleden en daarbij z'n eigen conclusies trekt. "Arrogantie ten top" oordeelt Kevin wiens brieven in de postpagina worden afgedrukt.

Een andere reden dat die nieuwe Dexys-plaat wordt uitgesteld is dat Kevin met een cokeverslaving worstelt. Wel brengt hij in 1999 op het Creation-label een tweede solo-album (My Beauty) waarop hij nummers covert die hem de kracht gaven om af te kicken. Alleen werd zijn versie van Bruce Springsteens Thunder Road op het laatste moment afgekeurd; door The Boss himself.

De pers laat er niets van over, vooral niet omdat Kevin ditmaal gekleed gaat in jurken en jarretels ("Ik heb jarenlang mijn vrouwelijke kanten onderdrukt" vertelt hij in een openhartig interview). Het publiek is evenmin overtuigd want op het Reading Festival wordt Kevin, begeleid door twee striptease-danseressen, uitgejoeld. Anders dan Don't Stand Me Down wordt My Beauty nog steeds als 's mans slechtste plaat beschouwd. Als Creation eind 1999 failliet gaat betekent dat wederom uitstel van nieuw Dexys-materiaal. In maart 2010 laat Kevin zich ontvallen dat hij nooit bij Creation had moeten tekenen.

2003; reünie [bewerken]

In 2003 toert Kevin, nu uitgedost als gangsterbaas, met een nieuwe Dexys door Dubai, Engeland en Scandinavië waarmee hij de dvd It Was Like That opneemt. Jim Paterson is niet van de partij; Mick Talbot daarentegen wel, net als Pete Williams aan wie Kevin de zangpartijen overlaat die hij zelf niet langer aankan. Er staan twee nieuwe singles gepland, maar die worden echter ingetrokken.

In februari 2006 toert Kevin door Zweden met een plaatselijke big-band en vertolkt naast Dexy-klassiekers ook enkele covers.

In 2007 verschijnt een concertopname uit 1981 op cd; The Projected Passion Revue laat een band horen in de overgang van Geno naar Come On Eileen. Zelf noemt Kevin deze bezetting van Dexys Midnight Runners de beste ooit.

Datzelfde jaar wordt Too-Rye-Aye heruitgebracht in een luxe editie en stelt Kevin Rowland, inmiddels ook actief als DJ, een album samen met zijn favoriete muziek.

2012; nieuw album [bewerken]

In 2012 komt Dexys (officiele verkorting) na 27 jaar met een nieuw album, en in het geval van Kevin een nieuw image. De band, weer bijgestaan door Jim Paterson, bracht 15 mei in Later with Jools Holland een voorproefje van One Day I Might Soar en gaf aan het eind van de maand vier concerten.

Discografie [bewerken]

Singles [bewerken]

  • Dance Stance / I'm Just Looking (1979)
  • Geno / Breakin' Down The Walls Of Heartache (1980)
  • There There My Dear / The Horse (1980)
  • Keep It Part Two (Inferiority Part One) / One Way Love (1980)
  • Plan B / Soul Finger (1981)
  • Show Me / Soon (1981)
  • Liars A To E / ...And Yes We Must Remain The Wildhearted Outsiders (1981)
  • The Celtic Soul Brothers / Love Part Two (1982)
  • Come On Eileen / Dubious (1982)
  • Jackie Wilson Said (I'm In Heaven When You Smile) / Let's Make This Precious (1982)
  • Let's Get This Straight (From The Start) / Old (1982)
  • The Celtic Soul Brothers (Reissue) / Reminisce Part One (1983)
  • (An Extract From) This Is What She's Like / This Is What She's Like (Finale) (1985)
  • Because Of You (The Theme From Brush Strokes) / Kathleen Mavourneen (1986)

Albums [bewerken]

  • Searching For The Young Soul Rebels (1980)
  • Too-Rye-Ay (1982)
  • Geno (1983)
  • Don't Stand Me Down (1985)
  • The Very Best Of Dexys Midnight Runners (1991)
  • BBC Radio One In Concert (opgenomen in 1982, uitgebracht in 1993)
  • Because Of You (1993)
  • Let's Make This Precious - The Best Of Dexys Midnight Runners (2003)
  • The Projected Passion Revue (2007)

Video's [bewerken]

  • The Brücke (1983)
  • Live In Concert (1984)
  • I Love You (Listen To This) (2002)
  • It Was Like That (2004)

Radio 2 Top 2000 [bewerken]

Nummer(s) met noteringen
in de Radio 2 Top 2000
'99 '00 '01 '02 '03 '04 '05 '06 '07 '08 '09 '10 '11 '12
Come on eileen 512 648 471 543 772 609 900 1046 902 803 1027 1106 1147 974

Externe link [bewerken]