The Style Council

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
The Style Council
Afbeelding gewenst
Achtergrondinformatie
Jaren actief 1983 - 1989
Oorsprong Woking, Engeland, Verenigd Koninkrijk
Genre(s) Rock, New wave, Blue-eyed soul, Synthpop, Sophisti-pop, Deep house, Avant-garde, Jazz, Funk
Label(s) Polydor, Geffen Records
Verwante acts The Jam
Ex-leden
Zanger / Gitaar Paul Weller
Keyboard Mick Talbot
Zangeres Dee C. Lee
Drums Steve White
Portaal  Portaalicoon   Muziek

The Style Council was een Brits soul-jazz collectief uit de jaren 80 rond zanger-gitarist Paul Weller (ex-voorman van The Jam) en toetsenist Mick Talbot (ex-Dexy's Midnight Runners). Waar The Jam bekendstond als een typisch Britse band en nergens anders zo populair was als in eigen land had de Council vooral succes op het Europese vasteland.

Biografie[bewerken]

Het einde van The Jam[bewerken]

Met The Jam maakte Weller rockmuziek maar dankzij de door hem gehate New Romantics kwam hij medio 1981 weer in aanraking met de soulplaten uit zijn jeugd en kreeg hij de broodnodige inspiratie voor een nieuwe plaat. The Gift (1982) en de voorafgegane single A Town Called Malice waren dan wel een commercieel succes (ook buiten Engeland) maar over het artistieke resultaat was Weller niet tevreden; het keurslijf van The Jam bleek niet geschikt voor zijn soulaspiraties en omdat hij niet in een "zielige ouwe lul (van dertig)" wilde veranderen besloot hij deze band op te heffen.

Introducing[bewerken]

Op 10 januari 1983 vindt de eerste opnamesessie van The Style Council plaats waaruit twee maanden later de eerste single Speak Like A Child voortkomt. Op dit nummer is Wellers 17-jarige protegee Tracie Young te horen (ook op Beat Surrender, de afscheidssingle van The Jam) die tegelijkertijd haar eigen debuutsingle (The House That Jack Built) uitbrengt. Uit dezelfde sessie stammen ook de anti-kapitalisme-rap Money Go Round (met medewerking van Wham!-zangeres Dee C. Lee) en A Solid Bond In Your Heart (oorspronkelijk bedoeld als afscheidssingle van The Jam). Daartussenin scoort de Council een zomerhit met het in Parijs opgenomen The Long Hot Summer dat afkomstig is van de A Paris-ep. De bijbehorende videoclip veroorzaakt echter opschudding vanwege een homo-erotische scene. De eerste vier singles en B-kantjes (onder andere The Party Chambers en Headstart For Happiness) worden verzameld op het mini-album Introducing The Style Council dat aanvankelijk alleen in Nederland en Japan verkrijgbaar is. De essay-achtige hoesteksten staan op naam van de Cappucino Kid, oftewel muziekjournalist Paolo Hewitt, een jeugdvriend van Weller.

Café Bleu[bewerken]

In 1984 verschijnt het officiële debuutalbum van The Style Council dat inmiddels is uitgebreid met de 18-jarige drummer Steve White (weliswaar niet officieel, maar toch). En om aan te geven dat het hier niet om een soloproject van Paul Weller gaat staan er op Café Bleu ook een paar jazzy instrumentals zoals Mick's Groove. Tracy Thorn van Everything But The Girl (met wie Weller zijn eerste optreden na The Jam deed) zingt The Paris Match, en Dee C. Lee is te horen op een nieuwe versie van Headstart For Happiness. My Everchanging Moods en You're The Best Thing/Big Boss Groove (oftewel de Groovin-ep) worden top 10-hits. De Council toert voor het eerst door eigen land en kondigt de optredens aan als "Council Meetings". De eerste avond (10 maart 1984 in Chippenham) wordt bijgewoond door Jam fans die hopen dat oude tijden herleven en het aloude "We are the Mods!" inzetten. "And we are the Socialists!" reageert Weller die met dit soort gedrag nog een reden had om The Jam op te heffen. Een socialist is hij zeker, want op het moment dat Shout To The Top in de hitlijsten staat verleent hij zijn medewerking aan Band Aid en neemt hij voor de stakende mijnwerkers een single op met zangers Jimmy Ruffin, Junior Giscombe en Dee C. Lee. Soul Deep wordt uitgebracht als "Council Collective". De opbrengsten worden echter gedoneerd aan de weduwe van een door mijnwerkers vermoorde taxichauffeur.

Our Favourite Shop[bewerken]

Our Favourite Shop, dat in mei 1985 uitkomt, is met een nummer 1-notering het succesvolste album van de Council. Weller trekt hier fel van leer tegen de Conservatieven en bewijst de laatste eer aan ex-Jam-lid Dave Waller, die in augustus 1982 aan een overdosis stierf. Mick Talbot zingt het openingsnummer Homebreaker, komiek Lenny Henry rapt The Stand-up Comic's Instructions aaneen en Internationalists (het Amerikaanse titelnummer) rekent af met het Little Englander-stigma dat Weller jarenlang achtervolgde. De hitsuccessen (top 20) staan op naam van het Jam-achtige Walls Come Tumbling Down, Come To Milton Keynes (een protest tegen nieuwbouwsteden) en het anti-Thatcher nummer The Lodgers. Dee C. Lee, Wellers nieuwe liefde na de breuk met Gill Price, is inmiddels in vaste dienst getreden en scoort aan het eind van het jaar een solo-hit met See The Day.

Home & Abroad[bewerken]

Speciaal voor de film Absolute Beginners wordt het door Steve White geschreven With Everything To Lose omgedoopt tot Have You Ever Had It Blue?. Hiermee is Wellers hattrick compleet (in 1981 nam hij met The Jam Absolute Beginners op waarna hij het gelijknamige boek van Colin MacInnes las). Verder is 1986 voor Council-begrippen een rustjaar, met enkel het live-album Home & Abroad en medewerking aan een handvol benefietconcerten voor Labour en de anti-apartheidsbeweging. Op 20 juli is er een akoestisch verrassingsoptreden als "The Party Chambers". Datzelfde jaar tekent Weller een nieuw contract bij Polydor (sinds 1977 zijn thuislabel) dat voor het grote geld moet gaan zorgen, maar ook hoge verwachtingen met zich meebrengt.

The Cost Of Loving[bewerken]

In januari 1987 verschijnt de single It Didn't Matter die een maand later wordt gevolgd door het album The Cost Of Loving. Weller heeft deze eigentijdse soulplaat zelf geproduceerd (met wat hulp van de Valentine Brothers en Curtis Mayfield die enkele nummers mixten) en maakt hier veelvuldig gebruik van synthesizers en drumcomputers. De pers vindt het te pretentieus en is evenmin te spreken over de satirische film JerUSAlem. Diskjockey Gary Crowley, een Jam-fan, noemt het een Tragical Mystery Tour. Ondanks een nummer 2-notering weet The Cost Of Loving de successen van z'n voorgangers niet te evenaren, en tweede single Waiting wacht vergeefs op een plek in de hitlijsten. De Council gaat op tournee zonder Steve White die uit verveling z'n eigen groep (The Jazz Renegades) heeft opgericht en enkel terugkeert voor de najaarsconcerten en promotie van de nieuwe single Wanted.

Confessions Of A Pop Group[bewerken]

De dalende lijn wordt in 1988 voortgezet met het in twee helften opgesplitste Confessions Of A Pop Group. Op de eerste helft zijn klassieke invloeden te horen (Weller heeft zich laten inspireren door Debussy) terwijl de tweede helft vol soul en jazz staat. Wederom vindt de pers het te pretentieus, en Confessions blijft maar drie weken in de albumlijsten staan. Ook de singles Life At A Top People's Health Farm en How She Threw It All Away (van de 1,2,3,4-ep) maken weinig indruk. Weller en Dee C. Lee hebben net een zoon (Nathaniel) gekregen, en omdat ook Mick Talbot meer tijd met z'n gezin wil doorbrengen worden plannen voor een najaarstournee afgeblazen. Steve White, die op Confessions een ondergeschikte rol vervult, houdt het nu definitief voor gezien.

Modernism: A New Decade[bewerken]

Om een deel van het verloren geld terug te krijgen verschijnt in maart 1989 de hitverzamelaar The Singular Adventures Of The Style Council. Ondertussen raakt Weller geïnteresseerd in housemuziek, hetgeen zich vertaalt in de B-kantjes van de Joe Smooth-cover Promised Land (het toepasselijk getitelde Can You Still Love Me?) en The Long Hot Summer '89 (het door Bryan Powell gezongen Everybody's On The Run). De Council brengt onder het pseudoniem "King Truman" een single (Like A Gun) uit op het Acid Jazz label, maar Polydor krijgt daar lucht van en zorgt er voor dat het feest niet doorgaat. Daar blijft het niet bij, want de opnamen voor het vijfde album worden afgekeurd wegens gebrek aan hitpotentie. Na een tournee door Japan geeft The Style Council op 4 juli 1989 een afscheidsconcert in de Royal Albert Hall waarbij Modernism: A New Decade integraal wordt uitgevoerd.

"We hadden twee, drie jaar geleden uit elkaar moeten gaan" vertelde Weller in maart 1990 aan New Musical Express. "We hebben fantastische muziek gemaakt waar het publiek nog niet klaar voor is".

Paul Weller solo[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Paul Weller voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Discografie[bewerken]

Albums[bewerken]

Album met eventuele hitnotering(en)
in de Nederlandse Album Top 100
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
Introducing The Style Council 1983 -
Café Bleu 23-03-1984 31-03-1984 10 10
Our favourite shop 09-05-1985 15-06-1985 19 16
Home and abroad 06-1986 24-05-1986 18 13 Livealbum
The cost of loving 02-1987 21-02-1987 13 10
Confessions of a pop group 20-06-1988 09-07-1988 44 4
The Style Council in concert 1997 - Livealbum
Modernism: A new decade 1998 -

Singles[bewerken]

Single met eventuele hitnotering(en)
in de Nederlandse Top 40
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
Long hot summer 1983 01-10-1983 tip4 -
My ever changing moods 1984 14-04-1984 30 4 Nr. 37 in de Single Top 100
Shout to the top! 1984 03-11-1984 24 5 Nr. 36 in de Single Top 100
Have you ever had it blue 1986 17-05-1986 20 5 Nr. 28 in de Single Top 100
It didn't matter 1987 - Nr. 90 in de Single Top 100
Single met hitnotering(en)
in de Vlaamse Ultratop 50
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
Shout to the top! 1984 - Nr. 9 in de Radio 2 Top 30
Walls come tumbling down 1985 - Nr. 26 in de Radio 2 Top 30
It didn't matter 1987 - Nr. 19 in de Radio 2 Top 30

Radio 2 Top 2000[bewerken]

Nummer met notering(en)
in de Radio 2 Top 2000
'99 '00 '01 '02 '03 '04 '05 '06 '07 '08 '09 '10 '11 '12 '13 '14
My ever changing moods - 1183 1198 1335 1212 1143 1309 1508 1376 1341 1290 1561 1581 1614 1474