Dienst voor de Veiligheid van de Staat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Staatsveiligheid, officieel de Dienst voor de Veiligheid van de Staat, is een afdeling van de Belgische Federale Overheidsdienst Justitie. Het is de enige burgerlijke geheime dienst van België.[1] Militaire tegenhanger is de Algemene Dienst Inlichting en Veiligheid van de Krijgsmacht (ADIV).

Hoofdtaken[bewerken]

De opdracht van de Staatsveiligheid bestaat uit vier delen:[2]

  • Het inwinnen, analyseren en verwerken van inlichtingen die betrekking hebben op elke activiteit die de inwendige veiligheid van de Staat en het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde, de uitwendige veiligheid van de Staat en de internationale betrekkingen, het wetenschappelijk of economisch potentieel, zoals gedefinieerd door het Ministerieel Comité, of elk ander fundamenteel belang van het land, zoals gedefinieerd door de Koning op voorstel van het Ministerieel Comité, bedreigt of zou kunnen bedreigen.
  • Het uitvoeren van de veiligheidsonderzoeken die haar overeenkomstig de richtlijnen van het Ministerieel Comité worden toevertrouwd. Dit betekent onder meer onderzoeken uitvoeren over personen die in het bezit moeten zijn van een veiligheidsmachtiging om toegang te hebben tot geheime of vertrouwelijke informatie.
  • Het uitvoeren van de opdrachten tot bescherming van personen die haar worden toevertrouwd door de Minister van Binnenlandse Zaken, onder meer (bijvoorbeeld ten behoeve van buitenlandse staatshoofden).
  • Het uitvoeren van alle andere opdrachten die haar door of krachtens de wet worden toevertrouwd. Voorbeeld: aanvragen voor het dragen van een vuurwapen door personen die geen verblijfplaats in België hebben.

Werking[bewerken]

De Veiligheid van de Staat verzamelt inlichtingen betreffende de volgende gebieden: ideologisch extremisme, georganiseerde misdaad, radicalisme, schadelijke sektarische organisaties, contraspionage, wapenproliferatie, terrorisme, wetenschappelijke en economische spionage. Drugsdelicten behoren niet tot de bevoegdheid van de Staatsveiligheid.

De Staatsveiligheid heeft aanleiding gegeven tot het opsommen van een aantal strafbare feiten in het Belgische Strafwetboek (art. 101-136). Dat gaat onder meer over aanslagen tegen de koning en de regering, aanslagen tegen de uitwendige veiligheid, bijvoorbeeld het opnemen van de wapens of spioneren voor de vijand, en aanslagen tegen de inwendige veiligheid, bijvoorbeeld het organiseren van burgeroorlog, verwoesting, mensenslachting of plundering. Onder de inwendige veiligheid valt ook het verbod op privé-milities. De staatsveiligheid beschikt hiervoor over een budget van ca. 126 miljoen euro.[3]

Daarvoor gebruikt de Dienst informanten die niet in de gerechtelijke dossiers voorkomen, voor hun bescherming. Het is niet toegestaan zonder gerechtelijk bevel telefoons af te luisteren. Wel zijn telefoonbedrijven verplicht om gedurende een jaar de gespreksinformatie op te slaan (tijd, plaats, duur). Op 17 juli 2009 werd door de Senaat het wetsvoorstel op de Bijzondere Inlichtingenmethodes goedgekeurd. Deze wet moet de inlichtingendiensten meer mogelijkheden verschaffen voor het voeren van onderzoek, en laat voor het eerst echte spionagetechnieken toe (telefoontap, doorzoeken van eigendommen, plaatsen van afluisterapparatuur, infiltraties door geheim agenten, opzetten van rechtspersonen door de inlichtingendiensten) toe. Het aanvankelijke wetsvoorstel van de regering stootte op heel wat kritiek, omdat de democratische (parlementaire) controle onvoldoende zou zijn. Daarom dienden enkele senatoren een nieuw wetsvoorstel in, dat uiteindelijk drie jaar in behandeling was. De inlichtingendiensten waren vragende partij voor de wetgeving, daar zij de wettelijke middelen (die enkel mogelijkheid gaven om met informanten te werken) onvoldoende achtten om de taken naar behoren uit te voeren.

De sectie "Persoonsbescherming" zorgt voor de beveiliging van bezoekende staats- en regeringsleiders, bedreigde politici en ambassadeurs van "gevoelige" landen.

Het hoofdkantoor bevindt zich in Brussel, maar er zijn ook afdelingen in Antwerpen, Bergen, Luik, Charleroi, Hasselt, Brugge en Gent. De sterkte van de dienst wordt op zo'n vijfhonderd personen geschat.

Toezicht op de Staatsveiligheid wordt uitgeoefend door de Vaste Commissie voor toezicht op de veiligheidsdiensten (Comité I), die afhangt van het Parlement; voorzitter van de Commissie is dhr. Guy Rapaille. De voormalige voorzitter van het Comité I, dhr. Jean-Claude Delepierre werd na zijn mandaat voorzitter van het Coördinatiecentrum voor dreigingsanalyse van terreuraanslagen en de Cel voor Financiële Informatieverwerking. Het Comité I houdt ook toezicht op de ADIV, de inlichtingendienst van de Belgische Krijgsmacht.

In 2005 vierde de Veiligheid van de Staat haar 175ste verjaardag met een tentoonstelling, "Undercover", die plaatsvond in het Rijksarchief, en een publicatie van Politeia waarvoor academici en analisten van de V.S. bijdragen leverden (zie hieronder).

In 2006 werd de staatsveiligheid in verlegenheid gebracht doordat de radicale Turkse activiste Fehriye Erdal, één dag voor het verschijnen voor de rechtbank wegens terroristische activiteiten, kon ontsnappen aan de agenten van de dienst. De administrateur-generaal Koen Dassen nam ontslag. Hij werd opgevolgd door Alain Winants. In 2014 werd Winants opgevolgd door Jaak Raes, tot dan de directeur-generaal van het crisiscentrum van Binnenlandse Zaken.

Geschiedenis[bewerken]

De 'Sûreté' of Openbare Veiligheid was één van de vijf directies die door het Voorlopig Bewind werden opgericht. De enige ook die niet uitgroeide tot een volwaardig ministerie, maar bestuurd bleef door een 'administrateur generaal' die met zijn dienst aangehecht was aan het Ministerie van Justitie. Bij de aanvang ging het om een heel bescheiden dienst met slechts enkele medewerkers.

Na verloop van jaren werd de 'Vreemdelingenpolitie' bij de dienst gevoegd. De Dienst Openbare Veiligheid was nu eens bij het Ministerie van Justitie, dan eens bij het Ministerie van Defensie gevoegd.

In maart 1940 werd een 'Hoog commissariaat voor de Veiligheid van de Staat' opgericht, afhangende van de Minister van Defensie, wat aanleiding gaf tot twisten met de Dienst voor de Openbare Veiligheid. Als hoog commissaris werd Walter Ganshof van der Meersch aangesteld.

Tijdens de oorlog bleef in het bezette België alleen de Vreemdelingenpolitie overeind en werd de rest van de Dienst openbare veiligheid geannuleerd. In Londen werd een volledig nieuwe dienst uit de grond gestampt. Deze moest zich na de aankomst in Londen in 1943 van Ganshof van der Meersch, die nog steeds Hoog commissaris voor de Veiligheid van de Staat was, aanpassen aan de nieuwe toestand.

Na de oorlog werd een nieuwe organisatie op punt gesteld. Het Commissariaat voor de Staatsveiligheid verdween, maar de naam bleef behouden en de Dienst voor Openbare Veiligheid, werd voortaan Administratie voor de Staatsveiligheid genoemd. De Vreemdelingendienst maakte er opnieuw deel van uit.

De Belgische Staatsveiligheid wordt geleid door een administrateur generaal, binnen het Ministerie van Justitie.

Administrateurs generaal[bewerken]

Opeenvolgende administrateurs-generaal:

Administratie Openbare Veiligheid[bewerken]

Administratie Staatsveiligheid[bewerken]

Hoog Commissariaat[bewerken]

Kort voor, tijdens en kort na de oorlog bestond een Hoog Commissariaat voor de Veiligheid van de Staat, afhangende van het Ministerie van Defensie. Deze dienst was onafhankelijk en stond hiërarchisch boven de Dienst voor de Openbare Veiligheid en boven de Militaire Inlichtingsdienst.

  • Walter Ganshof van der Meersch (maart-juni 1940) (Hoog Commissaris voor de Veiligheid van de Staat)
  • Walter Ganshof van der Meersch (1943-1944) in Londen (Hoog Commissaris voor de Veiligheid van de Staat)
  • Walter Ganshof van der Meersch (1944-1947) (Hoog Commissaris voor de Veiligheid van de Staat)

Literatuur[bewerken]

  • Luc KEUNINGS, Les relations entre l'administration de la sûreté publique et la police de Bruxelles (1830-1839). Contribution à l'histoire du maintien de l'ordre à Bruxelles, Actes du colloque des cercles archéologiques de Nivelles, T. III, Nijvel, 1986, blz. 43-54
  • Nicolas COUPAIN, L'expulsion des étrangers en Belgique (1830-1914), in: Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis, 2003, blz. 5-48.
  • P. PONSAERS, M. COOLS, K. DASSEN, R. LIBERT, De Staatsveiligheid: essays over 175 jaar Veiligheid van de Staat, uitg. Politeia, 2005
  • Maarten VANHORENBEECK, Belgium's intelligence community: new challenges and opportunities, 2006
  • Luc KEUNINGS, Des polices si tranquilles. Une histoire de l'appareil policier belge au XIXe siècle, Louvain-la-Neuve, 2009

Referenties[bewerken]

  1. Federale Overheidsdienst Justitie: Jaarverslag 2007, blz. 74
  2. Wet houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst, 30 november 1998
  3. Federale Overheidsdienst Justitie, folder, blz. 20
  4. Jaak Raes nieuwe topman bij Staatsveiligheid, 28 maart 2014, deredactie.be