Dieppe-kaarten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Wereldkaart, door Guillaume Brouscon, 1543.

De Dieppe-kaarten zijn een serie wereldkaarten die gemaakt werden in de jaren 1540, 1550 en 1560 in Dieppe (Frankrijk). Het zijn grote handgemaakte kaarten, vervaardigd in opdracht van rijke en koninklijke opdrachtgevers, waaronder Hendrik II van Frankrijk en Hendrik VIII van Engeland. De school van cartografen van Dieppe bestond onder andere uit Pierre Desceliers, Johne Rotz, Guillaume Le Testu, Guillaume Brouscon en Nicholas Desliens.

Overgeleverde Dieppe-kaarten[bewerken]

Oostkust van Jave La Grande: van Nicholas Vallard's Atlas, 1547. Dit maakt deel uit van een exemplaar van een van de Dieppe Maps uit 1856. Kopie in het bezit van de National Library of Australia.

De Dieppe-kaarten waarvan bekend is dat ze zijn overgeleverd tot in de moderne tijd zijn onder meer:[1][2][3]

De Dieppe-school van cartografie[bewerken]

Omdat veel van de opschriften op de Dieppe-kaarten in het Frans, Portugees of verfranst Portugees zijn, heeft men vaak aangenomen dat de school van Dieppe-kaartenmakers werkten met Portugese bronnen die niet meer bestaan. Er wordt aangenomen dat de Portugese cartografen werden omgekocht voor inlichtingen over de laatste ontdekkingen, ondanks de officiële Portugese Politica de sigilo (beleid van stilte). De Cantino kaart van 1502 (geen Dieppe-kaart) toont het bewijs van indirecte Portugese bronnen, en dit wordt door sommigen gezien als ondersteunend bewijs voor deze veronderstelling.[4]

Een gemeenschappelijk kenmerk van de meeste van de Dieppe-wereldkaarten (zie Vallard 1547, Desceliers 1550) zijn de kompasrozen en loxodromen, die verwijzen naar een zeekaart. Zij kunnen echter het best worden begrepen als kunstwerken, duidelijk bedoeld om te worden uitgespreid op een tafel, om informatie weer te geven over de nieuwste ontdekkingen, zij aan zij met mythologische verwijzingen en illustraties. Bijvoorbeeld, de kaart van Desceliers van 1550 bevat beschrijvingen van vroege Franse pogingen om Canada te koloniseren, de verovering van Peru door de Spanjaarden en de Portugese zeehandel in de Molukken. Op dezelfde kaart kunnen beschrijvingen worden gevonden van het legendarische Cathay, koning Pape Jan in Ethiopië, en het ras van de Amazonen in Rusland.[5] Andere Dieppe kaarten tonen ook fictieve elementen zoals het op Marco Polo geïnspireerde Zanzibar/Îles des Geanz. (Zie Vallard 1547, 1542 en Rotz Dauphin c1536-42). Zoals met andere kaarten van vóór de zeventiende eeuw, tonen de Dieppe-kaarten geen kennis van de lengtegraad. Terwijl de breedtegraad kon worden aangegeven in graden, zoals gemeten met het astrolabium of het kwadrant, kon de oostwaarde alleen worden gegeven in afstand.[6]

Het merendeel van de Dieppe-kaarten toont een grote landmassa, getiteld "Jave la Grande", tussen wat nu Indonesië en Antarctica is. Met name in de Engelstalige wereld is de academische en populaire belangstelling voor de Dieppe- kaarten in de afgelopen 150 jaar grotendeels gericht op dit element op de kaarten. Dit komt doordat door enkele schrijvers wordt verondersteld dat Jave la Grande aanwijzingen levert van een mogelijke verkenning van de kusten van Australië door de Portugezen rond 1520. De meest recente wetenschappelijke artikelen over de Dieppe-kaarten door Carile (1997), Brunelle (2007) en King (2009) hebben echter geopperd dat de kaarten in hun geheel moeten worden beschouwd, en er moet op gelet worden wat ze onthullen over de verschillende invloeden op de kaartenmakers, alsook de Franse aspiraties. Deze groep van schrijvers betoogt dat de kaarten niet noodzakelijkerwijs letterlijke verslagen van ontdekkingsreizen weergeven.

De Dieppe-kaarten als bewijs van de Franse territoriale aspiraties[bewerken]

Het werk van Gayle K. Brunelle[bewerken]

Wereldkaart van Nicolas Desliens, 1566. (Noord en zuid omgekeerd)

Professor Gayle K. Brunelle van de California State University betoogde dat, hoewel de school van Dieppe-cartografen gedurende slechts een generatie actief was (van ongeveer 1535 tot 1562), de met haar verbonden cartografen propagandisten waren voor de Franse geografische kennis en territoriale aanspraken in de Nieuwe Wereld. De decennia waarin de Dieppe-school bloeide waren ook de decennia waarin de Franse handel met de Nieuwe Wereld op het zestiende-eeuwse hoogtepunt was, in termen van de Noord-Atlantische vishandel, de nog prille bonthandel en, heel belangrijk voor de cartografen, de rivaliteit met de Portugezen over de macht over de kusten van Brazilië en de leveringen van het lucratieve brazielhout. Brunelle zegt dat de Dieppe-cartografen toegang hadden tot cartografische vaardigheden en geografische kennis van de Portugese zeelieden, navigators en geografen die in Frankrijk werkten, ten tijde van hun productie van kaarten die bedoeld waren om de Franse heerschappij over de Nieuwe Wereld te benadrukken, zowel in Newfoundland als in Brazilië, waar ook de Portugezen aanspraak op maakten. Zij merkte op dat in het ontwerp en stijl, de Dieppe-kaarten een mengsel tonen van de laatste geografische en nautische kennis die in omloop was in Europa, met de oudere beeldvorming van de wereldgeografie die voortvloeide uit Ptolemaeus en middeleeuwse cartografen en ontdekkingsreizigers, zoals Marco Polo. Renaissance kaartenmakers, zoals zij die gevestigd waren in Dieppe, leunden zwaar op elkaars werk, evenals op de kaarten van de vorige generaties, en dus gaven hun kaarten een mengsel weer van oude en nieuwe gegevens en zelfs van elkaar afwijkende beeldvorming van de ruimte, vaak ongemakkelijk naast elkaar weergegeven op dezelfde kaart.[7]

Andere schrijvers over de Franse visies op de wereld en de Dieppe-kaarten[bewerken]

De Dieppe-kaarten tonen alle het zuidelijke continent, Terra Australis, voorzien van een enorme vooruitstekende landtong naar het noorden, genaamd "Jave la Grande". Volgens de Franse geograaf Numa Broc, vond Terra Australis zijn meest bezielende illustrator in de stuurman-cartograaf van Le Havre, Guillaume Le Testu.[8] Le Testu's Cosmographie Universelle, de prachtige atlas die hij in 1556 presenteerde aan Gaspard de Coligny, admiraal van Frankrijk, vormde een ware encyclopedie van de geografische en etnografische kennis van die tijd. De Franse historicus Frank Lestringant zei eens: "De nautische fictie van Le Testu beantwoordde aan de voorwaarden voor een technisch hulpmiddel, terwijl het tevens aan koning Hendrik II en zijn minister, admiraal De Coligny, het beeld verschafte van een imperium dat erop wachtte om in het leven geroepen te worden."[9] In de Cosmographie zijn twaalf helder gekleurde kaarten gewijd aan een overzicht van het fictieve continent Terra Australis. Op deze kaarten tekende Le Testu de contouren van een enorm zuidelijk continent dat het zuidelijk halfrond bedekte en een aanzienlijk deel van de Indische Oceaan vulde. Dit denkbeeldige land werd ontleend aan de Antichthone van de Grieken en was al eerder in het leven geroepen, met name door de wiskundige en kosmograaf Oronce Finé (1531), en door Le Testu's voorgangers van de Dieppe-school. Volgens de Portugese historicus Paolo Carile openbaarde de houding van Le Testu een cultureel conflict tussen de oude kosmografische overtuigingen en de eisen van een op ervaring geschoold begrip van geografische en etnografische kennis, beïnvloed door de strengheid van zijn calvinistische geloof. Carile merkt op dat, terwijl Le Testu aan de iconografische kant een zuidelijk continent toont met vreemde beesten en tropische omstandigheden getekend naar fantasie en oude legenden, hij aan de andere kant deze uitstap van zijn verbeelding teniet doet door zijn erkenning dat het land dat deel uitmaakt van het Terra Australis nog niet bekend was en wat was uitgestippeld op zijn kaart uitsluitend gebaseerd was op verbeelding en vermoeden.[10]

La Popelinière en de Franse koloniale expansie[bewerken]

Globe door Jacques de Vau de Claye (1583) toont "Terre Australle".

De omvang van de Franse kennis over Terra Australis halverwege de zestiende eeuw wordt aangegeven door Lancelot Voisin de La Popelinière, die in 1582 Les Trois Mondes publiceerde, een uiteenzetting over de geschiedenis van de ontdekking van de wereld. In Les Trois Mondes streefde La Popelinière een geopolitiek ontwerp na door gebruik te maken van kosmografische veronderstellingen, die op dat moment heel geloofwaardig waren, om een koloniale expansie door Frankrijk in de zuidelijke gebieden te betheoretiseren. Zijn land, uitgeschakeld door de koloniale concurrentie in de Nieuwe Wereld na een reeks van tegenslagen door toedoen van de Portugezen en Spanjaarden, kon van die tijd af zich slechts oriënteren in de richting van uitbreiding in deze "derde wereld". Hij verklaarde dat: "aan de ambitie van de Fransen het Terre Australe is beloofd, een gebied dat niet anders dan gevuld kan zijn met allerlei voortreffelijke goederen en zaken". [11] Geïnspireerd door Testu's beschrijving van Terra Australis, beschreef La Popelinière in welsprekende termen deze onbekende "derde wereld", die de Oude Wereld en de Nieuwe Wereld zou aanvullen.

Theorie van de Portugese ontdekking van Australië[bewerken]

Detail van een kaart van Terre Australe door Desceliers, 1550.

Bespreking van de Dieppe-kaarten in het hedendaagse Australië is vrijwel uitsluitend beperkt tot het element Jave la Grande.[12] In de media worden de kaarten soms ten onrechte omschreven als Portugees[13][14][15] en ze worden vaak aangehaald als bewijs dat de Portugezen in de vroege zestiende eeuw Australië zouden hebben ontdekt.[16][17] De eerste schrijver die deze kaarten naar voren bracht als bewijs van de Portugese ontdekking van Australië was Alexander Dalrymple in 1786, in een korte noot in zijn Memoir Concerning the Chagos and Adjacent Islands.[18] Dalrymple was nieuwsgierig genoeg geworden om 200 kopieën van de Dauphinkaart te publiceren.[19] Sindsdien hebben verschillende schrijvers bijgedragen aan de discussie over de "Jave La Grande" landmassa die wordt weergegeven op de Dieppe-kaarten. Over het algemeen wordt de landmassa echter als een theoretische en speculatieve weergave gezien van Terra Australis.

Nicolas Desliens, detail van "Java la Grande", 1566.

Bronnen en noten[bewerken]

  1. Richardson, W.A.R. (2006). Was Australia charted before 1606? The Jave La Grande inscriptions. Canberra, National Library of Australia, P.96, ISBN 0 64227642 0
  2. McIntyre, K.G. (1977) The Secret Discovery of Australia, Portuguese ventures 200 years before Cook, p.207. Souvenir Press, Menindie ISBN 028562303 6
  3. Herve, R. (1983). Translated by John Dunmore. Chance Discovery of Australia and New Zealand by Portuguese and Spanish Navigators between 1521 and 1528. Palmerston North, New Zealand. The Dunmore Press, P 19. ISBN 0 86469013 4. Herve provides a slightly different list of Dieppe Maps
  4. Richardson, WAR (2006) P.5
  5. Showcases:: Pierre Desceliers 'World Map
  6. McIntyre, KG (1977), blz. 147-8.
  7. Gayle K. Brunelle, "Dieppe School", in David Buisseret (ed.), The Oxford Companion to World Exploration, New York, Oxford University Press, 2007, pp.237-238.
  8. Numa Broc, "De l'Antichtone à l'Antarctique", Cartes et de la Terre cijfers, Parijs, Centre Georges Pompidou, 1980, pp.136-49.
  9. Frank Lestringant, "La« Frankrijk Antarctique »et la Cartographie prémonitoire d'Andre Thevet (1,516 tot 1.592)", Mappemonde, 1988, nr.4, pp.2-8.
  10. Paolo Carile, "Les récits de voyage protestants dans l’Océan Indien au XVIIe siècle: entre utopie et réalisme", Ana Margarida Faleão et al. (eds.), Literatura de Viagem: Narrativa, História, Mito, Lisboa, Edições Cosmos, 1997, pp. 47-58, n.b. p.52.
  11. Anne-Marie Beaulieu (ed.), Les Trois Mondes de La Popelinière, Geneve, Droz, 1997, p.50.
  12. zie een Australisch junior middelbaar onderwijs voorbeeld op http://www.jaconline.com.au/downloads/sose/2004-07-09-discover.pdf
  13. http://www.woodentallships.com/australia/portuguese.htm
  14. http://www.eniar.org/news/cook.html
  15. http://radio.sbs.com.au/language.php?page=info&language=Portuguese
  16. http://www.news.com.au/story/0 ,23599,21421880-2, 00.html
  17. http://www.guardian.co.uk/world/2007/mar/22/uk.australia
  18. Aangehaald in McIntyre, KG (1977) + P.327
  19. Richardson, WAR (2006) P.33

Externe links[bewerken]