Digital audio tape

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
DAT-tape

De Digital Audio Tape of DAT-tape is een soort compactcassette van hogere kwaliteit waarop tweekanaalsgeluid digitaal wordt opgeslagen, met als hoogste resolutie 16 bit, 48 kHz, 44,1 kHz (normale CD) en een apart tijdcodesignaal. Bij opname van bijvoorbeeld een analoge bron, bijvoorbeeld radio, kan voor een 'Long Play'-modus worden gekozen. Speel- en opnameduur verdubbeld dan doordat de bandsnelheid halveert. De bemonsteringsfrequentie is dan 32 kHz bij een 12 bit kwantisering. Er bestaan ook apparaten die op een DAT-cassette vier geluidskanalen kunnen zetten, of de resolutie verhogen (HHS) tot 24 bit, 88,2 en 96 kHz.

Het werd geïntroduceerd door Sony in 1987. De DAT-tape is kleiner dan het gewone cassettebandje. Er werd gebruikgemaakt van roterende koppen, net zoals bij een analoge videorecorder. Daarnaast heeft Philips een tegenhanger van de DAT-tape op de markt gebracht, onder de naam DCC of Digital Compact Cassette.

De Digital Audio Tape is in studio's en bij radiostations wel gebruikt, maar is nauwelijks tot de huiskamer doorgedrongen. Toen de MiniDisc uitkwam, is de consument voor een deel overgeschakeld op de goedkopere, maar kwalitatief minder goede, MiniDisc.

Eind 2005 maakte Sony bekend haar laatste DAT-apparatuur uitgeleverd te hebben.

DAT-tapes zijn nog wel relatief populair als back-upmedium voor computersystemen, de hiervoor gebruikte tape wordt DDS genoemd.

Zie ook[bewerken]