Ponskaart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Voorbeeld van een ponskaart

Beluister

(info)

Ponskaarten zijn kaarten die een centrale functie vervulden in het ponskaartensysteem dat in de 2e helft van de 20e eeuw de aanzet vormde voor geautomatiseerde informatieverwerking. Zij werden tot in de jaren 80 gebruikt om informatie op te slaan in een vorm die machinaal gelezen kon worden. De bekendste toepassing is die van het invoeren van gegevens in computersystemen.

Geschiedenis[bewerken]

Joseph-Marie Jacquard bouwde omstreeks 1790 een weefgetouw dat automatisch werd aangestuurd met ponskaarten. De ponskaart zou echter niet door hem zijn bedacht. Volgens sommigen is de verre voorloper van de ponskaart zelfs terug te vinden in de middeleeuwen. In de negentiende eeuw werden ponskaarten of -platen gebruikt in muziekdoosjes en draaiorgels.

Gebruik voor gegevensverwerking[bewerken]

Ponsmachine

Gedurende de twintigste eeuw zijn ponskaarten algemeen gebruikt om informatie op te slaan die machinaal gelezen moest kunnen worden, bijvoorbeeld door mechanische of elektromechanische rekenmachines, en later door computers. Computerprogramma's werden als stapels ponskaarten bewaard in de tijd dat er voor computers nog geen grote en snelle massageheugens anders dan magneetbanden waren. Ook voor er computers waren werden ze al gebruikt in sorteer- en data-opslagtoepassingen. Acceptgirokaarten en overschrijvingskaarten zijn nog heel lang (tot 1981) ponskaarten geweest waarop het gironummer van de rekeninghouder al was ingeponst.

Voor het maken van ponskaarten werden kaartponsers gebruikt, grote apparaten met een typemachine-achtig toetsenbord waarop datatypistes en heel soms programmeurs hun kaarten ponsten. Een bestand dat eenmaal in de computer zat kon door de computer op een automatische ponsmachine veel sneller en foutloos worden uitgeponst. Soms stond op de bovenste regel in inkt de machinaal leesbare inhoud van de ponskaart afgedrukt voor menselijke lezers. Bepaalde kolommen van een ponskaart werden op sommige computersystemen of door bepaalde programmeertalen (Fortran) gebruikt om er een serienummer in te ponsen: als men namelijk de stapel kaarten op de grond liet vallen en ze raakten door elkaar was het programma meestal niet meer met de hand te construeren door de kaarten op volgorde te leggen zonder sorteernummer.

De Belgische warenhuisketen Colruyt die zich specialiseerde in het hanteren van 'de laagste prijzen' gebruikte tot in het eind van de jaren tachtig nog ponskaarten: Bij elke aankoop moest men een ponskaart uit het rek nemen en op het winkelwagentje vastklemmen. Aan de kassa werd deze stapel ponskaarten door de kassier ingevoerd in een primitieve computer die de laatste prijsverlagingen aanpaste en volautomatisch de eindrekening uitprintte. Met de invoering van de personal computer, de streepjescode en de handscanner werd de ponskaart begin jaren negentig dan eindelijk voorgoed als verouderd beschouwd.

Ponskaarten werden in de computer ingelezen door kaartlezers, met honderden of duizenden kaarten per minuut. Kleine mechanische imperfecties van de kaarten (vouwtjes, hoekjes) konden tot vastlopen en gegevensverlies leiden. Naast ponskaarten bestond er ook ponsband, een lange (meestal papieren) strook waarin gaatjes geponst waren.

De Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2000 liepen volledig in het honderd door het gebruik van ponskaarten als stemformulier in het kiesdistrict Florida, waar de kiezer zelf de juiste 'chad' (vierkantje in kaart op een ponsplaats met voorgeperforeerde randjes dat door een prikje van de stemmer helemaal los gaat - of soms niet helemaal, zoals bleek) moest doorprikken. Deze ponskaarten moesten handmatig ettelijke keren herteld worden en gecontroleerd op onreglementaire puncties, waardoor de definitieve uitslag 47 dagen op zich liet wachten.

In een later stadium bestonden er vergelijkbare kaarten, waarbij het voldoende was om met potlood de vakjes in te vullen. Dit systeem wordt nu nog steeds gebruikt bij het in grote groepen afnemen van meerkeuzevragen, zoals theoretische rijexamens of universitaire examens. Het originele ponskaartformaat wordt bij deze optisch leesbare antwoordformulieren echter meestal niet meer gebruikt.

Indeling van een kaart[bewerken]

Een standaard ponskaart of Hollerithkaart (genoemd naar Herman Hollerith) heeft genormaliseerde afmetingen en bestaat uit 80 kolommen van 12 rijen en kan per kolom 1 teken bevatten. De standaardmaten van een kaart waren (sinds 1928) 7 3/8 bij 3 1/4 inch (ca. 187 x 82 mm). De informatie werd in de kaart aangebracht door in een of meer rijen van een kolom een klein rechthoekig gaatje te ponsen. Zulke gaatjes konden (aanvankelijk) mechanisch of (later) optisch worden gedetecteerd. Voor een kilobyte aan informatie waren dus minimaal 13 ponskaarten nodig. Deze regellengte van 80 tekens is lange tijd ook de standaard geweest voor printers en beeldschermen.

Soms werden er kleinere kaarten gebruikt. Bedrijven die gebruik maakten van het ponskaartensysteem zonden een speciale ponskaart mee met hun product, die dan - bijvoorbeeld na verkoop van dat product - in kleiner formaat (het 51 kolomsgedeelte) werd geretourneerd; het restgedeelte bleef als bewijsstuk achter bij de klant. Zo werkte bijvoorbeeld de Nederlandse Postcheque- en Girodienst met kleinere kaarten, van slechts 51 kolommen. De kaarten werden met 80 kolommen geproduceerd, maar een deel van de kaart (de souche) werd er door de rekeninghouder afgescheurd voor diens eigen administratie.

De rijen van een ponskaart heten, van boven naar beneden: 12 11 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9. De bovenste drie rijen heten zone, de onderste 10 rijen heten digit. De rij 0 hoort dus zowel bij de zone als bij de digits.

Is een kolom correct geponst, dan bevindt zich in de rijen 1 t/m 7 hoogstens één ponsing. Hierdoor wordt vermeden dat een kaart te slap wordt door te veel gaten. Het aantal mogelijkheden in een kolom is dus:

  • ponsingen in de rijen 12 11 0 8 9, aantal mogelijkheden 25=32.
  • een enkele ponsing in de rijen 1 t/m 7, of geen ponsing, aantal mogelijkheden 8.
  • Totaal: 8*32=256.

Dit is precies het aantal waarden dat een byte kan hebben.

De belangrijkste codes[bewerken]

De ponscombinaties zijn nauw verweven met EBCDIC, die binaire codering die onder andere door IBM werd gebruikt.

De letters en cijfers worden als volgt gecodeerd:

  • cijfers: een ponsing in een van de cijferposities (0 t/m 9)
  • letters A t/m I: een ponsing in 12 en een ponsing in een van de cijferposities (1 t/m 9)
  • letters J t/m R: een ponsing in 11 en een ponsing in een van de cijferposities (1 t/m 9)
  • letters S t/m Z: een ponsing in 0 en een ponsing in een van de cijferposities (2 t/m 9)

Andere ponscombinaties dienen voor besturing, leestekens e.d.

Alle codes[bewerken]

Voor de gekleurde vakken staan de ponsingen in de marge met dezelfde (maar donkerder) kleur (boven, onder, links of rechts). De witte vakken zijn uitzonderingen, de ponsingen staan in het vak zelf.

Bijvoorbeeld de letter Z:

De hexadecimale code (EBCDIC, niet ASCII) staat boven in een grijs vak (E0) en links in een grijs vak (9), samen dus E9.

De Z staat in een lichtrood vak. De ponsingen staan in een donkerrood vak, boven 0 en rechts 9, samen twee ponsingen: 0 9.

hex
  00 10 20 30 40 50 60 70   80 90 A0 B0 C0 D0 E0 F0 ←hex
 
ponsing→
12 9 11 9 0 9 9 12 0 9 12 11 9 11 0 9 12 11 0 9 12 0 12 11 11 0 12 11 0 12 11 0 ←ponsing
0 nvt NUL
12 0 9 8 1
DLE
12 11 9 8 1
DS
11 0 9 8 1

12 11 0 9 8 1
Space
geen ponsing
&
12
-
11

12 11 0

12 0

11 0

0 8 2
0
0
1 8
1 1 SOH DC1 SOS /
0 1
a j A J
11 0 9 1
1 1
2 2 STX DC2 FS SYN b k s B K S 2 2
3 3 ETX TM c l t C L T 3 3
4 4 PF RES BYP PN d m u D M U 4 4
5 5 HT NL LF RS e n v E N V 5 5
6 6 LC BS ETB UC f o w F O W 6 6
7 7 DEL IL ESC EOT g p x G P X 7 7
8 8 CAN h q y H Q Y 8 8
9 i r z I R Z 9 9
9 1 8 EM
A 2 8 SMM CC SM ¢ ! 12 11 : 2 8
B 3 8 VT CU1 CU2 CU3 $ , # 3 8
C 4 8 FF IFS DC4 < * % = 4 8
D 5 8 CR IGS ENQ NAK ( ) _ ' 5 8
E 6 8 SO IRS ACK + ; > = 6 8
F 7 8 SI IUS BEL SUB | ~ ? " 7 8

hex

ponsing→
12 9 11 9 0 9 9 12 11 0 12 0 12 11 11 0 12 11 0 12 0 9 12 11 9 11 0 9 12 11 0 9
←ponsing

Trivia[bewerken]

  • Meestal is een van de hoeken van een ponskaart schuin afgesneden. Voor de verwerkende apparatuur heeft dat geen betekenis, maar men kan eraan zien of er geen kaarten verkeerd in een stapel liggen.
  • Als op de achterkant tekst was gedrukt dan moest men niet de kaart om de breedte-as maar om de lengte-as draaien. De tekst werd altijd op zijn kop op de achterkant gedrukt. Mogelijk was dit efficiënter maar afwijkend van normaal drukwerk.
  • Bij het programmeren werden de laatste acht posities op een kaart vaak gebruikt om de kaarten te nummeren. Een compiler "zag" die laatste posities niet, daardoor gaf een programmaregel met 73 karakters nog wel eens aanleiding tot bijna niet te vinden foutmeldingen.
  • Het F.A.F.C. Wentgebouw op De Uithof (Utrecht) heeft als bijnaam "De Ponskaart", vanwege het patroon van ramen dat inderdaad op een ponskaart lijkt.
  • In de jaren 1970 presenteerde de VPRO het hoorspel Piet Ponskaart, scènes uit het leven van een kantoorbediende.
  • De Efteling maakt al jarenlang gebruik van een soort grote ponskaarten om onderdelen van attracties op te laten draaien.
Vista-kmixdocked.png
Door op de afspeelknop te klikken kunt u dit artikel beluisteren. Na het opnemen kan het artikel gewijzigd zijn, waardoor de tekst van de opname wellicht verouderd is. Zie verder info over deze opname, bekijk de oorspronkelijke versie of download de opname direct. (Meer info over gesproken Wikipedia)