Dwerggans

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dwerggans
IUCN-status: Kwetsbaar[1] (2008)
Anser erythropus.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Aves (Vogels)
Orde: Anseriformes (Eendvogels)
Familie: Anatidae (Zwanen, ganzen en eenden)
Geslacht: Anser (Grijze ganzen)
Soort
Anser erythropus
(Linnaeus, 1758)
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

De dwerggans (Anser erythropus), etymologie (Grieks): erythro= rood, pes/ pedis= voet, poot; is een vrij zeldzame gans die wereldwijd sterk in aantal afneemt en daarom als kwetsbaar op de rode lijst van de IUCN staat. Hij lijkt sterk op de kolgans, maar is iets dikker en de kop is ook iets ronder. Een volwassen vogel heeft een opvallende gele oogring en een roze snavel. De jongen van deze vogel zijn makkelijk te verwarren met de jongen van de Russische kolgans.

Inhoud

Habitat en voedsel [bewerken]

Deze gans leeft nabij toendrameren en moerassen. In de winter zoekt hij grasland en zoutmoerassen op. Deze vogel is een echte vegetariër; hij voedt zich eigenlijk alleen met gras en zaden.

Verspreiding [bewerken]

De dwerggans broedt in Europa en Azië in de noordelijkste toendragebieden. Hij gaat overwinteren in China, het Midden-Oosten en de Balkan. Hij overwintert ook in Ierland, Schotland, Wales, Hongarije en langs de Noordzee en de Zwarte Zee. Sommige vogels doorkruisen een heel stuk van Europa om bij de Donaudelta's te komen.

Herintroductie [bewerken]

In 1979 startte in Zweden een introductieprogramma. Uit een fokgroep werden eieren gehaald, deze werden kunstmatig bebroed en in de laatste fase van het broeden overgedragen aan halfwilde brandganzen. De jonge dwergganzen werden als eigen kuikens geadopteerd door de brandganzen. Deze brandganzen en hun pleegkuikens werden losgelaten in Zweeds Lapland, in de habitat van de dwerggans. De brandganzen vertoonden hun normale trekgedrag en vlogen in het najaar (met hun pleegkinderen) naar het zuiden, vaak naar Nederland. Op deze manier zijn tussen 1981 en 1989 172 dwergganzen geherintroduceerd.[2]

Voorkomen in de Lage Landen [bewerken]

De dwerggans was voor 1980 in Nederland en Vlaanderen een uiterst zeldzame wintergast, die hoogstens één keer per jaar werd gezien. Dankzij het Zweedse herintroductieprogramma steeg het aantal waarnemingen vooral in de maanden december, januari en februari.[3] Sindsdien neemt het aantal winterwaarnemingen geleidelijk toe met meer dan 5% per jaar, tot jaarlijks enkele tientallen waarnemingen.[4] In de ganzenoverwinteringsgebieden van West-Vlaanderen wordt de dwerggans ook incidenteel waargenomen.[5]

Legsel [bewerken]

Deze vogel legt 5 tot 6 witte eieren in een uitgegraven hol langs een veenmoeras of struikgewas op een zekere hoogte. Ze worden uitgebroed door het vrouwtje in ongeveer 25-28 dagen en de jongen kunnen na 35 dagen vliegen.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Dwerggans op de IUCN Red List of Threatened Species.
  2. L. von Essen 1991 A note on the lesser White-fronted goose in Sweden and the result of the re-introdction scheme. Ardea 79(2):305-306.
  3. Berg, A.B. van den & C.A.W. Bosman, 1999. Avifauna van Nederland 1. ISBN 90-74345-13-1
  4. SOVON Verspreiding en aantalsontwikkeling van de dwerggans in Nederland
  5. Mergus jg 6 (27):3-11