Erik VII van Denemarken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Erik VII
1382-1459
Eric of Pomerania.jpg
Koning van Denemarken
Periode 1412-1439
Voorganger Margaretha I
Opvolger Christoffel III van Beieren
Koning van Noorwegen
Periode 1389-1442
Voorganger Margaretha I
Opvolger Christoffel van Beieren
Koning van Zweden
Periode 1412-1439
Voorganger Margaretha I
Opvolger Christoffel van Beieren
Hertog van Pommeren-Stolp
Periode 1449-1459
Voorganger Bogislaw IX
Vader Wartislaw VII van Pommeren
Moeder Maria van Mecklenburg

Erik van Pommeren (Rügenwalde, Pommeren, 1382 - aldaar, 3 mei 1459) was als Erik VII koning van Denemarken, als Erik III koning van Noorwegen en als Erik XIII koning van Zweden.

Hij was de zoon van Wratislaw VII van Pommeren en Maria (dochter van Hendrik III van Mecklenburg die een jongere broer van Albrecht van Mecklenburg was en Ingeborg van Denemarken die een zus van Margaretha I van Denemarken was), de enige nog levende kleindochter van Waldemar IV van Denemarken. In 1406 trouwde Erik met Filippa van Engeland, dochter van koning Hendrik IV.

Erik van Pommeren

Door zijn relatie met het Deense koninklijk huis werd hij door zijn oudtante Margaretha I, uitgeroepen als haar opvolger voor de Deense troon. Na de totstandkoming van de Unie van Kalmar in 1397 werd hij tot koning gekroond van de drie rijken, maar zolang Margaretha leefde was hij slechts in naam koning onder regentschap van Margaretha.

Uit bronnen blijkt dat Erik een standvastig persoon was, met een scherp verstand. Een groot deel van zijn ambtstermijn werd gekenmerkt door zijn geschillen met de graven van Holstein. Hij wilde Zuid-Jutland (Sleeswijk) heroveren middels een politiek van oorlog voeren, in plaats van onderhandelingen. Het resultaat was een uitputtende oorlog. Hij kon geen terreinwinst boeken, en verloor sommige stukken die Margaretha al had veroverd. De oorlog was een molensteen voor de Deense economie.

Toen er in 1430 en later verzet kwam tegen zijn beleid van de Deense en Zweedse adel (de Engelbrekt opstand), verliet hij Denemarken. In 1439 werd hij afgezet. Alleen in Noorwegen mocht hij nog regeren, omdat het koningschap, in tegenstelling tot de andere twee leden van de Unie van Kalmar, er erfelijk was. In 1442 liet hij Noorwegen over aan zijn neef Christoffel III van Beieren die al koning van Denemarken en Zweden was.