Goudvis (dier)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Goudvis
IUCN-status: Niet geëvalueerd (2010)
Basistype goudvis (hibuna)
Basistype goudvis (hibuna)
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Actinopterygii (Straalvinnigen)
Orde: Cypriniformes (Karperachtigen)
Familie: Cyprinidae (Eigenlijke karpers)
Geslacht: Carassius
Soort
Carassius auratus
Linnaeus, 1758
Afbeeldingen Goudvis op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Goudvis op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vissen
Eigenschappen
Grootte vis tot 40 cm
Watertemperatuur 12-30 °C
pH 6-8
DH 4-18º
Minimum aquariumgrootte 100x40x50 cm
Portaal  Portaalicoon   Vissen

De goudvis (Carassius auratus auratus) is de kweekvariëteit van de giebel. De kleur van de oorspronkelijke goudvis was echt goudachtig. De moderne goudvis is egaal oranje tot rood van kleur, heeft metaalglanzende schubben en een enkele staart en aarsvin. Deze vorm wordt in het Japans hibuna genoemd. Er zijn enkele tientallen mutaties (parelmoerkleurige schubben, dubbele staarten, blaasogen, vlekkenpatronen, verdikkingen op de kop, verlengde vinnen en verlengde neusbuisjes) die in allerlei combinaties voor kunnen komen.

Algemene informatie[bewerken]

Goudvissen zijn alleseters, ze kunnen ongeveer 40 cm lang worden, en kunnen een leeftijd bereiken van 15 tot 28 jaar. Er is zelfs een geval bekend van 49 jaar. De grootste bekende goudvis (Carassius auratus) is een 47,4 cm lang exemplaar van 1,8 kg. Deze vis heeft ook een vermelding in het Guinness Book of Records gekregen als "Longest Goldfish" en hij heet Bert. [1].

Taxonomisch is de naamgeving van de giebel C. a. gibellio en de goudvis C. a. auratus interessant; het wekt de indruk dat van beide ondersoorten de goudvis de oervorm is, terwijl dit andersom is. Onder moderne naamgevingsregels zou de goudvis waarschijnlijk niet eens als een ondersoort erkend worden. Uit genetisch onderzoek blijkt dat alle goudvissen zijn ontstaan uit een wilde Chinese Carassius (auratus) gibelio-stam.[2]

Oorsprong[bewerken]

De goudvis (familie van de karper) is oorspronkelijk afkomstig uit China, Vietnam en Japan, waar ze ongeveer 4000 jaar geleden als siervissen gekweekt werden. De goudvis/giebel was de eerste exotische vissoort die in de Verenigde Staten geïntroduceerd werd. Ook in Amerika heeft de giebel geleid tot een vermindering van de inheemse natuurwaarden.

Job Baster (1711-1775) slaagde erin deze vis op Nederlandse bodem te kweken. Vanuit zijn vijvers in Zierikzee begon de opmars van de goudvis door heel het land en daarbuiten. Hij deelde ze uit aan vele relaties.

Levenswijze[bewerken]

Voortplanting[bewerken]

Een vrouwtjesgoudvis legt gemiddeld 1000 eitjes en doet dat meerdere keren per jaar.

Goudvissen in een tank

Gynogenese[bewerken]

De goudvis kan zich voortplanten in de vrouwelijke lijn door gynogenese. De vrouwtjes paren met andere karperachtigen, maar er treedt geen vermenging van het genetisch materiaal op. Dit gaat als volgt in zijn werk:

De eitjes van de goudvis zijn bij het afzetten van de eitjes nog in het bezit van een poollichaampje. Dit poollichaampje ontstaat bij de tweede meiotische deling. De chromatiden van dit poollichaampje zijn identiek met die van de kern. Tijdens de eerste meiotische deling zijn de homologe chromosomen van het moederdier van elkaar gescheiden en worden niet identieke gameten gevormd als de moeder heterozygoot is. Bij paring met mannelijke goudvissen of met kroeskarpers treedt bevruchting op en wordt dit poollichaampje uitgestoten. Bij paring met ander karperachtigen kan de eicel geactiveerd worden door de soortvreemde spermatozoa en wordt de nakomeling een bijna homozygote nakomeling van het moederdier (er vindt nog crossing over plaats, zodat de chromosomen in het poollichaampje en de eicel niet identiek zijn), maar met een willekeurige combinatie van de homologe chromosomen van het moederdier. Dit proces wordt gynogenese genoemd. Ook andere vormen van gynogenese kunnen optreden waarbij polyploïdie kan optreden. Als het moederdier al homozygoot is zijn de nakomelingen een kloon van het moederdier. Dit is al na enkele generaties van deze manier van voortplanting het geval.

Voedsel[bewerken]

De goudvis is een alleseter, hij eet zowel dierlijk voedsel als plantaardig, maar verse waterplanten maken geen deel uit van het menu zoals bij rietvoorn en graskarper. De goudvis neemt ook voedsel op van de bodem waarbij bodemmateriaal opdwarrelt, dit kan bij een grote hoeveelheid goudvis in een water of in een aquarium vertroebeling veroorzaken.

Verwildering[bewerken]

Goudvissen worden ook wel eens gedumpt in natuurgebieden. Dit is niet in het belang van de natuur en ook niet in het belang van de goudvis.[3] Met name predatie op amfibieënlarven en insectenlarven kan in geïsoleerde wateren een probleem vormen. In de vrije natuur verdwijnen de goudvormen doordat ze als eerste ten prooi vallen aan predatoren en blijven alleen wildkleurexemplaren over.

Houderij[bewerken]

Een goudvis kan de winter in een vijver overleven mits het water diep genoeg is. Van de goudvis zijn er vele vormen gefokt, sommige zoals de telescoopoog en de sluierstaart, hebben semi-letale factoren. De sluierstaarten (Ruykin, telescoopoog, blaasoog, hemelkijker, leeuwenkop, egg, etc) kunnen niet tegen temperaturen lager dan 8 graden. Dus in de winter kunnen deze vissen niet in de vijver.

Een goudvis is niet geschikt voor een viskom aangezien de vis daarin niet goed kan uitgroeien en zuurstoftekort krijgt. In Nederland is het niet verboden deze vissen in een viskom te houden. Voor een aquarium zijn ze wel geschikt, hoewel gewone goudvissen bij optimale omstandigheden (28 °C, 100% zuurstofverzadiging etc.) weer erg groot worden. Aangezien de vissen ook goede zwemmers zijn is dus ook een aquarium al snel te klein zodat voor gewone goudvissen een vijver wordt aangeraden. Sluierstaarten zijn daarom wat geschikter voor een aquarium en door hun gevoeligheid minder geschikt voor een buitenvijver. Een aquarium moet minimaal acht keer zo lang als de vis zijn.

Aangezien goudvissen flinke vervuilers zijn, door hun snelle groei en het grondelen is een filter wel aan te bevelen. Het water kan eventueel bewerkt worden met een neutraliserend middel dat schadelijke stoffen bindt, zoals koper en chloor. Deze stoffen beschadigen de kieuwen en de lever. In het Nederlandse drinkwater komen deze stoffen niet (meer) voor, maar veel woningen zijn nog voorzien van koperen leidingen. Een lichtkap is goed voor de planten, die door het licht beter groeien. Het is echter niet noodzakelijk voor de vissen. Het licht kan het beste rond de 10 tot 12 uur aaneengesloten aan staan. In een aquarium moet afhankelijk van het type filter iedere 1 a 2 weken ⅓ van het water ververst worden en 1 keer in de maand het filtermateriaal uitgespoeld worden in het water wat weg gaat om ververst te worden. Bij sluierstaarten kan er een verwarmingselement in als het aquarium in een koude ruimte staat, deze kan dan op 18 tot 22 graden ingesteld worden. Bij goudvissen is dat niet noodzakelijk, die vinden rond de 18 graden prettig. Echter is een vissenkom absoluut niet geschikt voor een goudvis. Dat komt doordat er in de kom te weinig ruimte en zuurstof is.

Voedsel[bewerken]

Naast gedroogd voedsel hebben goudvissen ook levend voedsel nodig zoals watervlooien of koudwatergarnalen. Wormen kunnen beter vermeden worden omdat deze ziekten kunnen hebben. Kleine stukjes rauw, mager vlees worden door sommige goudvissen ook soms op prijs gesteld. Goudvissen kunnen goed opgroeien met gedroogd voer, voor de voortplanting wordt vaak het dieet met wat levend of diepgevroren voer aangevuld.

De vissen krijgen één keer per dag voer, en af en toe één à twee dagen overslaan is niet erg. Levend voer kan één keer in de week gegeven worden. Als het formaat van de bak of het filtersysteem het toelaat kan ook vaker gevoerd worden. Goudvissen die optimaal gehuisvest en gevoerd worden kunnen zo in een jaar tot 20 cm groot worden. Het voer moet voldoende pigmenten bevatten omdat goudvissen deze pigmenten niet zelf kunnen produceren. In buitenvijvers wordt hierin voorzien door de algen of daphnia's die worden gegeten.

Sluierstaarten en andere goudvissen met een bijzondere lichaamsvorm zijn erg gevoelig voor problemen met de zwemblaas waardoor ze hun rechtopstaande positie niet meer kunnen vasthouden. De oorzaken liggen over het algemeen in het voer, ongeschikte voeders kunnen resulteren in verstopping van de darm en een drukopbouw in de buikholte. Deze druk op de zwemblaas heeft invloed op haar vorm en functioneren. Daardoor ligt het zwaartepunt van de vis niet meer onder het geometrische middelpunt en kan de vis zijn rechtopstaande positie niet meer vasthouden. Ook infecties kunnen door vochtophoping in de buikholte hetzelfde effect veroorzaken. Ook andere oorzaken kunnen ten grondslag liggen aan zwemblaasproblemen, zoals tumoren, bacteriële, virale en parasitaire infecties van de zwemblaas.[4]

Variëteiten[bewerken]

Ziekten[bewerken]

Een goudvis die een injectie toegediend krijgt.

Er zijn verschillende oorzaken waardoor een goudvis ziek kan worden. De voornaamste oorzaken zijn infecties door bacteriën, de aanwezigheid van parasieten of aandoeningen vanwege schimmels. Ter voorkoming van ziekten is het belangrijk, dat het water waar de vis in leeft regelmatig ververst wordt en dat het dier voldoende voeding krijgt maar niet overvoerd wordt, en dat het voeren regelmatig plaatsvindt. Bij bacteriële infecties kunnen antibiotica worden toegediend. Deze kunnen geïnjecteerd worden, of aan het water worden toegevoegd. Ook tegen schimmelinfecties zijn er diverse middelen in de handel die aan het water kunnen worden toegevoegd.

Voorkomende ziekten:

  • Vooral sluierstaartgoudvissen kunnen lucht in de zwemblaas krijgen en gaan dan op de kop drijven. Oplossing is een zakje watervlooien in het water te doen. De vis eet zijn buik propvol en de darminhoud zal de lucht uit de zwemblaas persen. 1 dag later nog niet voeren, pas de tweede dag weer.
Bronnen, noten en/of referenties
Icoontje WikiWoordenboek Zoek goudvis op in het WikiWoordenboek.