Hector Guimard

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Hector Guimard (Lyon, 10 maart 1867New York, 20 mei 1942) is een Frans architect die wordt beschouwd als de belangrijkste vertegenwoordiger van de art nouveau in Frankrijk.

Internationaal gezien zou Guimard kunnen worden beschouwd als een vrijbuiter in de art nouveau: hij heeft geen volgelingen en laat geen school na. Daarom werd hij gedurende lange tijd beschouwd als een tweederangs speler van de beweging – de afwezigheid van (geestelijke) nazaten staat in schril contrast met de buitengewone overdaad aan vormen en typologieën van zijn architectonische en decoratieve werk, waarmee de architect met een verbluffende creativiteit in zo'n vijftien jaar het beste van zichzelf geeft.

Inhoud

[bewerken] De studietijd

Tijdens zijn architectuurstudie ontdekte Guimard de theorieën van Eugène Emmanuel Viollet-le-Duc uit 1863, die de basis legden voor de toekomstige structuurprincipes van de art nouveau. De bekering van Guimard tot de stijl zelf was nogal plotseling: het gebeurde tijdens een reis naar Brussel, waar hij een bezoek bracht aan het Hôtel Tassel van Victor Horta. Het karakteristieke werk uit deze tijd, Castel Béranger [1] (1898), illustreert dit overgangsmoment waarop twee stijlen elkaar ontmoeten: de middeleeuws geïnspireerde geometrische volumes van de ruwbouw zijn overdekt met de uit België geïmporteerde organische lijn, de “zweepslag”. [2].

[bewerken] In een klap beroemd

Castel Béranger maakt Guimard van de ene op de andere dag beroemd en het grote aantal opdrachten stelt hem in staat zijn streven naar schoonheid steeds verder te verfijnen – de harmonie en in het bijzonder de stilistische continuïteit (een van de grote idealen van de art nouveau), leidt bij hem tot een bijna totalitaire opvatting van de inrichting, die zijn hoogtepunt bereikt in 1909 met het hôtel Guimard [3] (een huwelijksgeschenk aan zijn rijke vrouw) waar de ovale kamers [4] zo hun eigen eisen stellen aan de meubels die voor een deel geïntegreerd zijn in het gebouw.

In tegenstelling tot het werk van Victor Horta zijn lichtkoepels bij Guimard vrijwel afwezig (behalve dan in zijn latere hôtel Mezzara [5], uit 1911), maar Guimard doet niet onder voor Horta in zijn verbazingwekkende ruimtelijke experimenten met de volumetrie van zijn constructies. Met name bij het Coilliot-huis [6] en bij zijn dubbele façade van la Bluette (1898) [7] met zijn prachtige volumetrische harmonie, en vooral het Castel Henriette [8] (1899) en het Castel d’Orgeval [9] (1905), een radicale uiting van een “vrije plattegrond” sterk en asymmetrisch, vijfentwintig jaar voor de leer van Le Corbusier. Symmetrie is overigens niet verboden: in het prachtige hôtel Nozal [10], uit 1905, gebruikt hij weer de rationele indeling met een rechthoekige plattegrond, zoals Viollet-le-Duc die voorstond.

Vernieuwingen op het gebied van structuur ontbreken ook niet, zoals in de bijzondere concertzaal Humbert-de-Romans [11] (1901), waar een ingewikkelde constructie de geluidsgolven breekt, met als gevolg een perfecte akoestiek; of zoals in het hôtel Guimard (1909), waar de kleine afmetingen van het perceel de architect de mogelijkheid geven af te zien van het gebruik van dragende buitenmuren en zo een vrije indeling van het interieur mogelijk te maken – op elke verdieping weer anders [12] ; etc.

De geniale en veelzijdige Guimard is ook een voorloper op het gebied van de industriële standaardisatie, waarmee hij de nieuwe kunst op grote schaal wil verbreiden. Daarin is hij – ondanks alle schandalen – zeker geslaagd met zijn beroemde Parijse metro-ingangen, modulaire constructies waar het principe van “de versiering als onderdeel van de structuur” van Viollet-le-Duc triomfeert. Hij herhaalt dat idee – maar met minder succes – in 1907 met een catalogus met gietijzeren elementen, bestemd voor de bouw: Fontes Artistiques, Style Guimard [13].

Net zoals zijn architectuur als geheel, komen de ontwerpen van zijn objecten in wezen voort uit hetzelfde ideaal van de continuïteit van de vorm (dat de mogelijkheid biedt alle praktische functies in een enkel object samen te brengen, zoals in de Vase des Binelles [14], uit 1903) – en van de lijn, zoals in de ontwerpen van zijn meubels [15], met hun ranke en evenwichtige omtrekken.

Zijn ongeneëvenaarde stilistisch vocabulaire is duidelijk afkomstig uit de plantenwereld, terwijl het toch abstract blijft. Wilde omlijstingen en drukke wervelingen overdekken zowel steen als hout; in twee dimensies maakte Guimard werkelijk abstracte composities, die zich net zo gemakkelijk aanpassen aan glas-in-lood [16] (hôtel Mezzara, 1903), als aan keramische panelen [17] (maison Coilliot, 1898) als aan smeedijzer [18] (Castel Henriette, 1899), behang [19] (Castel Béranger, 1898) en weefsels [20] (hôtel Guimard, 1909).

[bewerken] In vergetelheid geraakt

Maar ondanks zijn vuurwerk van artistieke vernieuwingen in allerlei richtingen, keerde de wereld zich snel van Guimard af: het is niet zozeer zijn werk dat irriteert, maar de man zelf. En als waardig vertegenwoordiger van de art nouveau, is hij zelf slachtoffer van de tegenstrijdigheden die eigen zijn aan de idealen van de beweging: het merendeel van zijn werk is financieel onbereikbaar voor de grote massa, en ook stroken zijn pogingen tot standaardisatie niet met zijn wel zeer persoonlijke vocabulaire. En tot slot weet vrijwel niemand dat hij in 1942 in New York, waarheen hij door de angst voor de oorlog min of meer werd verbannen (zijn vrouw was Joods), is overleden.

[bewerken] Opnieuw ontdekt

Nadat al veel van zijn werk is vernietigd, beginnen verschillende onderzoekers (de eerste "hectorologen") in de jaren 1960-1970 zijn werk te herontdekken en zijn geschiedenis rustig te reconstrueren. Al is het grootste deel van dit werk inmiddels klaar, toch blijft, zo'n honderd jaar na het optreden van de art nouveau (Le Corbusier), het merendeel van de gebouwen van Guimard ontoegankelijk voor het publiek en er is nog steeds geen Guimard-museum in Frankrijk.

[bewerken] Chronologie

  • 1900 Maison Coilliot (14, rue Fleurus in Rijsel), bouw van de metro-ingangen en – stationsgebouwen in Parijs.
  • 1901 Salle Humbert-de-Romans (Parijs), Castel Henriette (rue des Binelles, Sèvres, Hauts-de-Seine).
  • 1903 Castel Val (4, rue des Meulières, Auvers-sur-Oise), Villa La Sapinière (Hermanville).
  • 1904 Castel Orgeval à Villemoisson-sur-Orge, Hôtel Léon Nozal (XVIe arrondissement van Parijs), Chalet Blanc (2, rue du Lycée, Sceaux), Castel Orgeval (2 avenue de la Mare-Tambour, Villemoisson-sur-Orge).
  • 1905 Hôtel Deron Levet, Chalet Blanc (Sceaux)
  • 1909 Trémois-gebouw, rue Agar, Hector Guimard trouwt met Adeline Oppenheim, Hôtel Guimard op een driehoekig perceel.
  • 1910 Hôtel Mezzara (60, rue La Fontaine, XVIe arrondissement van Parijs)
  • 1913 Synagogue de la rue Pavée à Paris (10, rue Pavée in het IVe arrondissement van Parijs), villa Hemsy (3, rue Crillon, Saint-Cloud).
  • 1924 Villa Flore (avenue Mozart, XVIe arrondissement van Parijs)
  • 1926 Appartementengebouw (rue Henri Heine, Parijs)
  • 1928 Appartementengebouw (rue Greuze, Parijs)
  • 1938 Guimard en zijn vrouw verhuizen naar New York

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

Wikimedia Commons
Wikimedia Commons heeft meer mediabestanden die bij dit onderwerp horen: Hector Guimard.
  • LE CERCLE GUIMARD – Vereniging voor de bescherming en bevordering van de bekendheid van het werk van Hector Guimard
  • Hector Guimard – Foto's van werken van Hector Guimard (gearchiveerd op archive.org)
  • lartnouveau.com – Het werk van Hector Guimard in Parijs en in de rest van Frankrijk
  • Archiguide – De gebouwen van Hector Guimard


[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Persoonlijke instellingen
Naamruimten
Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen