Hendrik II van Nassau

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hendrik II
ca. 1190–ca. 1247
Graaf van Nassau
Periode 11981247
Voorganger Walram I
Opvolger Walram II en Otto I
Vader Walram I van Nassau
Moeder Kunigunde
Dynastie huis Nassau

Hendrik de Rijke van Nassau (ca. 1190–ca. 1247) was van 1198 tot zijn dood graaf van Nassau.

Biografie[bewerken]

Hendrik II was de oudste zoon van graaf Walram I van Nassau en zijn echtgenote, Kunigunde van Ziegenhain, dochter van graaf Poppo II van Nidda.

Volgens vele bronnen werd hij geboren rond 1190. Volgens A.W.E. Dek is de geboortedatum van Hendrik rond 1180, zich baserend op het feit dat zijn vader deelnam aan de Derde Kruistocht tussen 1189 en 1190. Na de dood van Walram I in 1198 is Hendrik hem opgevolgd als graaf van Nassau. (Vermits geen melding van een voogd of een regent(es), kan verondersteld worden dat hij meerderjarig was, weer gebaseerd op 1180 als geboortejaar.) Hij deelde zijn regering met zijn jongere broer, Robert(IV) tot 1239.

Politiek en uitbreiding machtsgebied[bewerken]

In de politiek van de Heilige Roomse Rijk was Hendrik een loyale aanhanger van de Hohenstaufers. Maar tussen 1209 en 1211 verdedigde hij de rivaal Otto IV van Brunswijk als keizer, waarna hij weer Frederik II zou steunen. Tussen 1212 en 1214 hield hij de aartsbisschop van Trier, Theoderik II gevangen, een tegenstander van Frederik II,

Tegen het einde van de 12e eeuw had Walram I zijn machtspositie kunnen uitbreiden bij de Niederlahn. Als erfgenaam van de graven van Arnstein volgde hij deze op als de voogd van de aartsbisschop van Trier in: Koblenz, Pfaffendorf (nu deel van Koblenz), Niederlahnstein en Humbach (Montabaur). Maar rond 1230 werd de invloed van Trier in de omgeving van de Rijn en de Lahn sterk genoeg om met Nassau te concurreren. De aartsbisschop had Montabaur versterkt in 1217 om zijn bezettingen te versterken op de rechteroever van de Rijn tegen Nassau.

Hendriks vader kreeg het Königshof Wiesbaden van keizer Frederik I als dank voor zijn steun aan de keizer in de conflicten rond 1170–1180. De bezittingen van het graafschap Nassau in dit gebied werden uitgebreid rond 1214 toen Hendrik de keizerlijke voogdij (Reichsvogtei) ontving over de stad en het gebied Koningssondergau die hij hield als leengebied.

Rond 1200 begonnen Hendrik en zijn broer Robert IV met de bouw van kasteel Sonnenberg op de uitloper van Spitzkippel-hoogte in het Taunusgebergte boven Wiesbaden. Dit was bedoeld als bescherming tegen de aartsbisschop van Mainz en zijn vazallen. Een van die vazallen waren de heren van Eppstein, die de landen aangrenzend Wiesbaden bezaten. Maar het kathedraalkapittel van Sint Martin in Mainz claimde Sonnenberg als de bezitting van Mainz. Om dit recht te zetten betaalde Nassau 30 marken aan het kathedraalkapittel in 1221 om het land van de Sonnenberg kasteel te verkrijgen. Hendrik werd ook gedwongen om de aartsbisschop van Mainz te erkennen als leenheer en bezitter van Sonnenberg.

In 1224 kreeg Hendrik steun van de aartsbisschop van Keulen, Engelbert II. Hij benoemde Hendrik als zijn Maarschalk en Schenk (een titel die oorspronkelijk kop-drager betekende). Maar in ruil voor zijn bescherming tegen de aartsbisschoppen van Mainz en Trier moest Hendrik de helft van Siegen afstaan aan Keulen. Niet aangetast door deze manier van regeren behield Nassau zijn rechten op de regio om Siegen: de hoge juridictie (Hohe Gerichtsbarkeit) en wildrecht (Wildban) uitdrukkelijk tot 1259.

In 1231 woonde Hendrik de Rijksdag van Worms bij en in 1232 was hij bij de keizerlijke vergadering in Ravenna van keizer Frederik II.

Hendriks broer, Robert IV was lid van de Duitse Orde in 1230. Bij zijn dood in 1239 liet hij zijn erfenis na bij de Duitse Orde. Hendrik kwam onmiddellijk in geschil met de orde, hij wilde niet dat zijn rijk werd verdeeld.

Hendrik had ook de voogdij over het bisdom van St. George in Limburg an der Lahn tijdens de bouw van de kathedraal in Limburg. In 1239 verhuisde hij – op aanraden van zijn vazal Friedrich van Hain - het inkomen van de Netphen gemeente naar de Premonstratenzer kapel abdij nabij Hilchenbach. Zijn afstammelingen namen het beschermheerschap over van het klooster.

In 1247 steunde Hendrik de keuze van de tegenkoning Willem II van Holland. Deze bevestigde alle keizerlijke bezittingen en gaf hem het recht om munten te slaan.

De politiek van Hendrik in de omgeving van Herborn, maakte de lokale aristocratische families boos. Rond 1240 bouwt Hendrik het kasteel Dillenburg om de afvalligen beter te kunnen onderwerpen. In 1248 begon de eeuwenlange Dembacher vete, waarin ook Hesse werd betrokken alsook in de context met de Thurgische opvolgingsoorlog. Hendrik overleed op 25 januari 1251 en nam afstand als graaf in 1247.

Kinderen[bewerken]

Met zijn vrouw Machteld van Gelre (1190–1247) krijgt hij ten minste negen kinderen; vermoedelijk komt daar zijn bijnaam de rijke vandaan:

  1. Rupert, kreeg Dietz in leen van de aartsbisschop van Trier
  2. Walram (ca. 1220–ca. 1290), de stamvader van de "Walramse linie" van het Huis Nassau
  3. Otto (ca. 1225–ca. 1289), de stamvader van de "Ottoonse linie" van het Huis Nassau
  4. Hendrik, monnik in Arnstein
  5. Gerhard (? – 2 mei 1311 (?)), geestelijke: o.a. in Luik, Maastricht, Aken en Tiel.
  6. Jan (ca. 1230 – 13 juli 1309), geestelijke, o.a. elect van het Sticht Utrecht
  7. Jutta van Nassau (?–1313), huwde met Jan I van Cuijk, heer van Merum
  8. Elisabeth (1225 – 6 januari 1295 of 1311), huwde Gerhard III van Eppenstein
  9. Catharina (1227 – 27 april 1324), werd in 1249 abdis van het klooster Altenburg bij Wetzlar

Twee van zijn zonen, Walram en Otto (de andere drie waren geestelijke geworden), verdeelden op 17 december 1255 de Nassause landen. Hiermee ontstonden de Ottoonse en Walramse linie van het Huis Nassau. Deze eerste verdeling van de Nassause landen stond later bekend als de "Prima divisio".

Bronnen, noten en/of referenties
  • Dr. A.W.E. Dek, Genealogie van het vorstenhuis Nassau. Europese Bibliotheek, Zaltbommel, 1970
  • Dr. N. Japikse, De Geschiedenis van het Huis van Oranje-Nassau. Zuid-Hollandse Uitgevers Maatschappij, Den Haag, 1948 (2e druk)
  • Genealogie Mittelalter.de