Hispaniola
|
|
|
|
|
|
| Land | Haïti / Dominicaanse Republiek |
| Locatie | Caribische Zee |
|
|
|
| Oppervlakte | 76.480 km² |
| Inwoners | ca. 17,5 miljoen |
Hispaniola (Spaans Hispañola) is een eiland in de Caribische Zee. Ten noordwesten van het eiland ligt Cuba, met daaronder Jamaica, gescheiden door de Windward Passage en ten oosten ligt Puerto Rico met ertussen de Monapassage. In het zuiden ligt de Caribische Zee en in het noorden de Atlantische Oceaan, voorbij de Turks- en Caicoseilanden. De eilanden Hispaniola, Cuba, Jamaica en Puerto Rico vormen samen de Grote Antillen. Hispaniola is na Cuba het grootste eiland van de Antillen
Op Hispaniola zijn twee staten gevestigd. Op het westelijk deel bevindt zich de staat Haïti; op het midden en oostelijk deel ligt de Dominicaanse Republiek, dat twee derde van het eiland beslaat.
| staat | bevolking (2010)[1] | oppervlak (km²) | dichtheid (inw/km²) |
|---|---|---|---|
| Haïti | 9,9 miljoen | 27.750 | 360 |
| Dominicaanse Republiek | 9,9 miljoen | 48.730 | 203 |
| Totaal: | 19,8 miljoen | 76.480 | 260 |
Inhoud |
Geschiedenis [bewerken]
De eerste bewoners [bewerken]
Op Hispaniola woonden de Ciboney Indianen die het eiland Quizqueya "moeder van alle landen" noemde. Rond het begin van de jaartelling arriveerden de Taíno-stam van de Arowakken, Zij noemde het Aïti "hoge berg" en dreven de oorspronkelijke bevolking naar het westelijk deel. Van de 11e tot de 15e eeuw werd het eiland regelmatig overvallen door de Cariben-indianen. In de tijd van het Tainovolk was Quisqueya verdeeld in vijf Caciquazcos (provincies). Deze cacicazgos waren verdeeld in nitaíno's (gemeenten). Het hoofd van een cacicazgo was een Cacique.
Ontdekking door Christoffel Columbus [bewerken]
In 1492 werd het eiland ontdekt door Christoffel Columbus en noemde het La isla de Española. Door het gebruik van het Latijn is de huidige naam ontstaan. Hij maakte vier reizen naar dit eiland en de omgeving.
- Zijn eerste reis met drie schepen bracht Columbus, op 6 december 1492, bij Cape Môle op dit eiland en maakte daar op 12 december de eerste tijdelijke verblijfplaats dat hij La Concepcion[2] noemde.
- Op 25 september 1493 vertrok Columbus voor de tweede reis naar Hispaniola, met 17 schepen en 1500 man. Er werden permanente vestigingen gebouwd zoals La Isabela en Concepción de La Vega.
- Op 30 mei 1498 vertrok Columbus voor zijn derde oversteek. In 1500 werd hij gearresteerd door de gevolmachtigde Francisco de Bobadilla en naar Spanje gestuurd.
- In mei 1502 mocht Columbus, met vier karvelen, vertrekken voor zijn vierde expeditie. Hij mocht echter niet bij Hispaniola komen, maar is daar toch even geweest vanwege een naderende orkaan.
Santo Domingo en Saint Domingue [bewerken]
In 1668 begonnen de Fransen in het westen, zonder veel weerstand van de Spanjaarden, het eiland binnen te dringen. Tegen het einde van de 17de eeuw werden de Spaanse nederzettingen op Hispaniola onrendabel, onstabiel, en werden meer en meer genegeerd. Handel in, en arbeid van, slaven was een centraal onderdeel van het leven. Suiker was het belangrijkste exportproduct, maar het was niet voldoende om de investering voor de Spaanse Kroon terug te verdienen. Door de nieuwe goudgebieden in het huidige Midden-Amerika en het failliet van de Spaanse kroon, werd het belang van Hispaniola als het Spaanse juweel in de Nieuwe Wereld al snel minder. Mede hierdoor moest Spanje in 1697, bij de Vrede van Rijswijk, een-derde deel van Hispaniola formeel afgestaan aan Frankrijk. Het Spaanse deel noemde men Santo Domingo (nu Dominicaanse Republiek) en het Franse deel werd Saint-Domingue (nu Haïti). De huidige grens tussen de twee staten loopt vrijwel gelijk.
De Slavenopstand [bewerken]
Het einde van de 18e eeuw werd gekenmerkt door onzekerheid en opstanden. Op 22 augustus 1791 brak de Haïtiaanse Revolutie uit onder leiding van Toussaint Louverture, Jean-Jacques Dessalines en Henri Christophe. De slavernij in Haïti werd uiteindelijk in 1793 afgeschaft. Er ontstond een groeiend collectief van wit, zwart en mulat soldaten, onder leiding van de voormalige slaaf Toussaint Louverture. De Vrede van Bazel werd ondertekend in juli 1795, waarna de Britten de voormalige Spaanse gebieden probeerden te veroveren. Zij werden uiteindelijk in april 1798, door Toussaint Louverture, van Hispaniola verdreven. In 1801 hadden de voormalige slaven vrijwel het gehele eiland in handen. Napoleon stuurde in november 1803 troepen naar het eiland. De Franse troepen werden echter door de opstandelingen, onder leiding van Jean-Jacques Dessalines, in 1804 verslagen. Het eiland verklaarde zich onafhankelijk met de naam Haïti, naar de naam Aïti zoals de Tainos het eiland noemde. Dit forceerde een massale uittocht van de gegoede burgerij uit Santo Domingo.
Men veronderstelt dat het verlies van Haïti heeft bijgedragen aan het besluit van Napoleon om in 1803 de Franse bezittingen in Noord-Amerika aan de Verenigde Staten te verkopen (de Louisiana Purchase).
De laatste verdeling [bewerken]
Vanaf 1838 ontstond de organisatie La Trinitaria die de onafhankelijkheid van het Spaanse deel nastreefde. Het werd opgericht en geleid door Juan Pablo Duarte. Samen met Francisco del Rosario Sánchez, Ramón Matías Mella en Pedro Santana werd een onafhankelijkheidsstrijd gevoerd waarna het oostelijk deel in 1844 weer Spaans werd met de naam Repúblika Domincána. Het westelijk deel behield de naam Haïti.
De ondergang van de Taino [bewerken]
De grote onderdrukking van het Taino volk op Hispaniola begon na de slag dichtbij het kleine fort Santo Tomas in maart 1495. De plaats waar de strijd plaats vond werd later Santo Cerro (heilige berg) genoemd.
De Taíno Indianen werden door slavernij en ziekten vrijwel uitgeroeid. In zijn Geschiedenis van nieuw Indië schreef de Spaanse priester Bartolomé de Las Casas over Hispaniola:
Er woonden 60.000 mensen op dit eiland [toen ik er in 1508 aankwam], inclusief de Indianen; zodat tussen 1494 en 1508, meer dan drie miljoen mensen zijn bezweken door oorlog, slavernij, en in de mijnen. Wie in de toekomstige generaties zal dit willen geloven?
De Spaanse verschrikkingen die de indianen moesten ondergaan beschrijft hij in: Zeer kort relaas over de vernietiging van de Indiën
Rond 1503[3] werden de eerste slaven uit Afrika ingevoerd, om op de suikerrietplantages te werken, in plaats van de Indianen.
In 1522 brak de laatste grote opstand van de indianen uit onder leiding van Enriquillo. Waarna in 1533 Enriquillo een akkoord verwierf met enkele rechten voor de indianen.
De volgende 3 eeuwen heerst er een wrede samenleving, gebaseerd op klassen scheiding en slavernij.
Indeling van Quizqueya [bewerken]
Cacicazgo Marien [bewerken]
De cacicazgo Marien omvatte de gehele noordwestelijke deel van Hispaniola, grensde in het noorden aan de Atlantische Oceaan, het zuiden aan de cacicazgo Jaragua, ten oosten aan de cacicazgos Magua en Maguana, en het westen aan de Windward Passage.
Het werd geregeerd door de cacique Guacanagarí, die had zijn vestiging in El Guarico, dichtbij de huidige stad Cap-Haïtien in Haïti. Het was verdeeld in 14 nitaínos. Deze cacique was de eerste die Christoffel Columbus verwelkomde en zich bekeerde tot het christendom.
Geografische ligging
Cacicazgo Magua [bewerken]
De cacicazgo Magua besloeg het gehele noordoostelijke deel van Hispaniola, grensde in het noorden en oosten aan de Atlantische Oceaan, het zuiden aan de cacicazgos Maguana en Higüey en westen aan de cacicazgos Marien en Maguana. Dit cacicazgo lag geheel op het grondgebied van de huidige Dominicaanse Republiek.
Het werd geregeerd door de cacique Guarionex, met de hoofdplaats in de buurt van de huidige locatie van Santo Cerro in de provincie La Vega. Het was verdeeld in 21 nitaínos. Dit cacique was een van de rijkste regio's van het eiland.
Geografische ligging
- Duarte
- Espaillat
- La Vega
- María Trinidad Sánchez
- Monseñor Nouel
- Puerto Plata
- Salcedo
- Samaná
- Sánchez Ramírez
- Santiago
Cacicazgo Maguana [bewerken]
De cacicazgo Maguana was het centrum van het eiland Quisqueya, in het noorden begrensd door de cacicazgo Marien en Magua, ten zuiden door de Caribische zee, ten oosten door de cacicazgos Magua en Higüey en westen door de cacicazgos Marien en Jaragua. Dit cacicazgo lag geheel op het grondgebied van de huidige Dominicaanse Republiek.
Het werd geregeerd door de cacique Caonabó, echtgenoot van Anacaona. Zijn hoofdplaats was in Corral de los Indios nu Juan de Herrera van de provincie San Juan. Het was verdeeld in 21 nitaínos. Deze provincie is gewijd aan de kunst van het oorlog.
De cacique Caonabo verzette zich als eerste tegen de Spaanse bezetting. Hij wordt ervan beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor de vernietiging van Fort La Navidad, de eerste Spaanse nederzetting op Amerikaanse bodem, geïnstalleerd door Christopher Columbus, door het onvermogen om al zijn mensen naar Spanje te repatriëren tijdens zijn eerste reis. Door deze aanval en de poging tot een aanval van Fort Santo Tomas, werd Caonabo gevangengenomen. Alonso de Ojeda bedroog hem door hem te laten geloven dat hij gouden ketenen wilde aanbieden. Caonabo werd geboeid en overgebracht naar La Isabela, en vervolgens naar Spanje. Caonabo stierf tijdens een schipbreuk bij het oversteken van de Atlantische oceaan.
Geografische ligging
Cacicazgo Jaragua [bewerken]
De cacicazgo Jaragua overspande het gehele zuid-westen van het eiland Hispaniola. Het werd in het noorden begrensd door de cacicazgo Marien, ten zuiden door de Caribische zee, ten oosten door de cacicazgos Marien en Maguana, en het westen door de Straat van Jamaica.
Het werd geregeerd door de cacique Bohechio. Het was de grootste cacigazgo van het eiland. De hoofdplaats was genaamd Yaguana, bij het huidige Port-au-Prince, de hoofdstad van Haïti. Het werd verdeeld in 26 nitaínos.
Bohechío, cacique van Jaragua en de broer van Anacaona, zocht steun in een oorlog tegen twee zeer primitief stammen, de eerdere bewoners van het eiland waren Ciboney. Een stam in de regio van de rivieren Las Cuevas en Yubo en de andere in het uiterste zuidwesten van het eiland, in een plaats genaamd Guacayarima. Dit vereiste van Bohechío een dubbele alliantie met de cacique van Haniguayagua (Higüey) voor de controle van de oorspronkelijke bewoners van Zuid-West en aan de andere kant, met Caonabo voor controle en toegang tot de ceremoniële plaats op Yubo, het belangrijkste eiland van Quisqueya.
Geografische ligging
Cacicazgo Higüey [bewerken]
De cacicazgo Higüey overspande de hele zuidoosten van Hispaniola, begrenst in het noorden door de cacicazgo Magua en de baai van Samana, ten zuiden door de Caribische zee, ten oosten door de Monapassage, en het westen door de cacicazgos Maguana en Magua. Dit cacicazgo lag geheel op het grondgebied van de huidige Dominicaanse Republiek.
Het werd geregeerd door de cacique Cayacoa. De hoofdplaats was gevestigd in het huidige Higüey. Dit cacicazgo strekte zich uit van Cabo Engano tot de rivier Haina. Het was verdeeld in 21 nitaínos. Dit cacicazgo is ook bekend als de Higüanamo.
Geografische ligging
Geografie [bewerken]
- Het hoogste punt van het eiland en van het Caribisch gebied is de Pico Duarte met een hoogte van 3087 meter boven zeeniveau.
- Het laagste punt van het eiland en van het Caribisch gebied is het Enriquillomeer met een diepte van 36 meter onder zeeniveau.
- Er zijn verschillende zoutmeren, zoals Étang Saumâtre in Haïti en Enriquillomeer in de Dominicaanse Republiek.
- Hispaniola ligt op de Enriquillo-Plantain Garden-breuk, een van de breuklijnen tussen de Noord-Amerikaanse en Caribische Plaat.
- Hispaniola heeft 2 tijdzones: Dominicaanse republiek -4 UTC en Haïti -5 UTC
| Bronnen, noten en/of referenties
Bronnen
Noten
|