Honfleur
|
|
|||
|
|
|||
|
|
|||
| Regio | Basse-Normandie | ||
| Departement | Calvados (14) | ||
| Arrondissement | Lisieux | ||
| Kanton | Honfleur | ||
| Coördinaten | 49°25'N 0°14'E | ||
|
|
|||
| Oppervlakte | 13,7 km² | ||
| Inwoners (31 dec. 2006) | 8.177 (596,9 inw/km²) | ||
|
|
|||
| Postcode | 14600 | ||
| INSEE-code | 14333 | ||
|
|||
Honfleur is een Normandische havengemeente (departement van Calvados) gelegen op de zuidelijke rand van het estuarium van de Seine, tegenover Le Havre.
Nabij Honfleur ligt de Brug van Normandië.
Honfleur wordt vooral voor haar oude schilderachtige haven gekend, gekenmerkt door zijn huizen aan de bedekte voorgevels van leien, en om dikwijls door artiesten vertegenwoordigd te worden, waarvan met name Gustave Courbet, Eugène Boudin, Claude Monet en Johan Barthold Jongkind, die de School van Honfleur heeft opgericht, die tot het verschijnen van de impressionistische beweging bijdroeg. De kerk Sainte-Catherine, die een klokkentoren bezit die van het hoofdgebouw is gescheiden, is de grootste kerk in hout van Frankrijk.
Inhoud |
[bewerken] Naamgeving en toponymie
De schrijfwijze van de naam Honfleur in geschreven bronnen veranderde dikwijls doorheen de tijd. Ze werd repectievelijk vermeld als Hunefleth in 1025, Hunefloth rond 1062, Honneflo in 1198, Honflue in 1246 en Honnefleu in de 15de eeuw. De benoemer fleur, voorheen fleu komt vaak voor in Normandië (Barfleur, Vittefleur, Harfleur, Crémanfleur, Fiquefleur,...) en betekent «stroom, rivier die in zee loopt». De betekenis van fleur of fleu in die Normandische plaatsnamen staat vermeld in een document uit de 13de eeuw en verwijst dan naar de rivier de Lestre die door de Contentin stroomt. Wetenschappers zijn er nog altijd niet uit of het voorvoegsel fleur dan wel uit het Oud-Noors, het Anglo-Saksisch of uit een mix van beiden komt. Uit het Oud-Noors zou het terug slaan op de stam flóđ die later tot flood evolueerde, of uit het Oud-Engelse “flōd”die beiden «waterweg, loop» willen zeggen. In het Oud-Engels geeft het een gelijkaardige inhoud aan nl.«getijde,stroming». Fonetisch en semantisch kunnen die hypotheses echter geen indruk maken. een tweede en meer aanneembare uitleg van de prefix fleur is de volgende. Het zou komen van het Oud-Engelse flēot « beek die naar de zee stroop, monding». Een andere, bijna analoge betekenis van flēot is «de loop van water, destroming» (cf. het Engelse fleet). Beiden zijn het voor etymologici zowel op fonetisch als op semantisch vlak meer aanvaardbare veronderstellingen. De Engelse suffix fleet kan je ook terugvinden in Engelse plaatsnamen zoals Adingfleet, Marfleet, Ousefleet. In de 13de eeuw ontstaat er dan ook verwarring want fleu «stroom» gaat dan in betekenis en vorm overlappen met de dialectische uitspraak/schrijwijze van het Franse woord fleur «bloem». Zo komen we in de 16 eeuw dan aan Honfleur. Het voorvoegsel Hon- zou kunnen verwijzen naar een persoon: de Angelsaksische (voor)naam Huna of het Noorse Hunni. Het is ook mogeljk dat het Oud-Noorse woord “horn” voor “hoek” hier werd gebruikt, temeer daar de rivier Claire in een hoek van 90° op de Seine uitloopt, maar er wordt getwijfeld aan deze interpretatie.
[bewerken] Geschiedenis
[bewerken] Oudheid
Caesar vermeldt al in zijn ''De Bello Gallico'' ( over veldtochten van de Romeinse legioenen in Gallia ) de aanwezigheid van de Gallische stam de '''Lexovii''' in de omgeving van de Normandische kust ten zuiden van de Seine. Hun leefgebied werd in het noorden begrensd door de kanaalkust, in het westen door de rivier de Dive, de rivier de Risle in het oosten en de heuvels van de Perche in het westen. Hun hoofdplaats heette tijdens de Romeinse overheersing Civitas Lexoviorum en komt nagenoeg overeen met het huidige Lisieux.
Zo'n drieduizend onder hen vocht onder het bevel van Vercingetorix in de slag bij Alesia in 52 v Ch. Volgens Strabo, een Grieks geschiedkundige vond er in die periode al een intensieve handel plaats in die streek, wijn en olie kwamen uit het Middellands Zeegebied enerzijds en metalen zoals lood en leisteen kwamen uit Groot-Brittannië. Het gebied waar de Lexovii heersten en was tot in de vroege middeleeuwen een draaischijf voor handel tussen Groot-Brittannië en het vasteland.
[bewerken] Middeleeuwen
De eerste officiële geschreven vermelding van Honfleur komt van Richard III, hertog van Normandië, in 1027. Het is daarnaast zeker dat het hier om een belangrijke transithaven gaat in de 12de eeuw, voor de oversteek van goederen uit Rouen en de rest van Frankrijk met bestemming Engeland. Van de 11de tot de 15de eeuw was de van oorsprong Gallo-Romeinse nederzetting uitgegroeid tot een een belangrijke versterkte kustplaats. Door zijn geografische ligging aan de monding van de Seine was Honfleur niet alleen een vissershaven maar ook een strategische belangrijke haven voor de verdediging van de Seine-monding. Deze laatste vormde de toegangspoort tot de rijkdommen van Frankrijk en was de kortste (water)weg naar Parijs waar de koningen hof hielden.
Tijdens de Honderdjarige Oorlog (1316-1453), liet Karel V (1338-1380) liet het dorpje versterken,zodat de Engelsen de Seine niet zouden kunnen opvaren. Aan de overzijde van de Seine vervulde Harfleur een gelijkaardige functie.Honfleur werd gerudende de 14de en de 15de eeuw verschillende keren bezet door de Engelsen om dan weer bevrijd te worden door Franse troepen. De Engelsen bezetten Honfleur in 1357, en daarna opnieuw van 1419 tot 1450. Tussendoor dient de haven als uitvalspunt voor Franse raids op de Engelse kusten aanvielen. Rond 1450 vernietigden ze zodoende grotendeels het stadje Sandwich in Kent, net na de terugtocht van de Engelsen uit Normandië nadat ze verslagen werden in Formigny. In dat plaatsje werden de Engelsen definitief verslagen door een alliantie van Bretoenen en Fransen. Het was de laatste veldslag van de Honderdjarige oorlog.
[bewerken] Nieuwe tijd
Vanaf het einde van de 15de eeuw tot in de 18de eeuw groeit Honfleur verder. Alle activiteiten staan in het teken van de scheepsbouw, de maritieme handel en verre expedities. Hoewel deze rust zwaar verstoord werd tijdens de godsdienstoorlogen in de 2de helft van de 16de eeuw. In 1590 werd de stad ingenomen door Hendrik IV. Tegelijkertijd nam de stad deel aan de grote ontdekkingsreizen. Zo ontdekte Binot Paulmier de Gonneville in 1503 “een tropisch paradijs” waarvan men lang heeft gedacht dat hij Australië had ontdekt, maar achteraf bleek hij in Brazilië te zijn terecht gekomen. Anderzijds nam Jehan Denis namens de Franse koning bezit van Labrador en Newfoundland in 1506 en vaarde als een van de eersten de St-lawrence rivier op, het binneland van Canada in. Dit alles en meer maakten van Honfleur de belangrijkste stad van Frankrijk naar de Amerika’s toe, en zeker naar de Franse kolonies in de Nieuwe Wereld. Vandaar ook de vele reizen van Samuel de Champlain vanuit Honfleur, waarbij hij o.a. in 1608 Québec stichtte. Honfleur is ook een tijdlang een piratennest geweest, van waaruit o.a. Jean Doublet “in naam van de koning” buitenlandse koopvaardij aanviel. knoopte uitstekende relaties aan met Canada, Louisiana, de Antillen, de Afrikaanse kusten en de Azoren, waardoor de handel floreerde en het ook één van de vijf voornaamste Franse havens werd voor de slavenhandel. De stad groeide dermate dat een deel van de overbodige versterkingen ontmanteld diende te worden, op bevel van Colbert. Abraham Duquesne veranderde daarna het haventje van weleer in een drijvend dok, dat afgewerkt was in 1684. Het is dit “oude dok” (Vieux Bassin) waarop de huidige toeristische reputatie van Honfleur gebaseerd is. Een deel van de rijkdom van de stad werd toentertijd verzekerd door de verre visserij op kabeljauw in Newfoundland en de handel in huiden. Zeelui als kapitein Morel-Beaulieu en de schouten-bij-nacht Hamelin en Motard uit Honfleur blonken uit tijdens de oorlogen van de Franse Revolutie en het Keizerrijk. Het verlies van de Franse kolonies in Amerika, de concurrentie van Le Havre, de oorlogen van de Franse Revolutie en van het Eerste Keizerrijk en de blokkade van het continent door De Engelsen, veroorzaakten het verval van Honfleur. Het kon zich slechts gedeeltelijk herpakken in de 19de eeuw dankzij de houthandel met Noord-Europa. Ook daar kwam een einde aan door de verzanding van de haven, die vandaag nocnthans functioneel is, zij het eerder als verlengstuk van Rouen, waarvan het de voorhaven is.
[bewerken] Nieuwste tijd
Tijdens de Tweede wereldoorlog ontsnapte Honfleur voor het merendeels aan het oorlogsgeweld en bombardementen.
[bewerken] Demografie
Onderstaande figuur toont het verloop van het inwonertal (bron: INSEE-tellingen).
[bewerken] Geografie
[bewerken] Toerisme en bezienswaardigheden
[bewerken] Erfgoed
[bewerken] Civiel
- De vissershaven.
Het pittoreske haventje telt nog steeds een 40-tal vaartuigen die elke dag uitvaren langs de kust en dus dagelijks verse vis aanvoeren. De specialiteit van Honfleur zijn zeevruchten zoals grijze garnalen en van oktober tot april St.-Jakobsschelpen. De garnaalvanger Sainte-Bernadette is zowaar een Historisch Monument, en slechts één van de vele oude, opgetuigde vaartuigen hier. Honfleur is in dezelfde havenkom ook een jachthaven, wat het uitzicht zeer aangenaam maakt. Richting Seine werden andere, grotere dokken aangelegd, terwijl Honfleur ook tussen 20 en 30 grote cruiseboten per jaar ontvangt.
- Lieutenance.
Op de funderingen van het vroegere kasteel van Honfleur werd in de 16de eeuw deze voormalige woning van de luitenant van de koning, de gouverneur van Honfleur opgericht. Tussen de hoektorentjes van dit merkwaardig gebouw zit één van de twee vroegere toegangspoorten tot de stad gemetseld, de Porte de Caen. Aan het gebouw is een herdenkingsplaat voor de Champlain, de Franse ontdekkingsreiziger die in 1608 Québec stichtte. Voor het gebouw liggen verschillende oude sloepen en kotters aangemeerd.
- Greniers à sel.
De twee overblijvende zoutzolders (de derde ging in vlammen op in 1892) bevatten ooit 10.000 ton zout dat diende om de vis te pekelen van deze belangrijke vissershaven. Ze werden gebouwd in de 17de eeuw met stenen restanten uit de oude vestingsmuren, met toelating van Colbert. Het zout kwam vooral uit Brouage (Charente-Maritime). Ook hier verraadt de houten structuur dat de gebouwen gemaakt werden door scheepsbouwers. deze opslagruimtes worden vandaag gebruikt voor het houden van seminaries, concerten en tentoonstellingen. ze zijn ook geklasseerd als historisch monument.
- Le vieux bassin.
De oude havenkom is wellicht het meest representatieve herkenningspunt in Honfleur. Ze werd gebouwd door de Franse architect Duquesne in opdracht van Colbert. Ze bestaan uit een opeenvolging van hoge, smalle panden in steen met een uitspringende bovenverdieping die gesitueerd zijn langs de Quai Sainte-Cathérine en Quai Saint-Étienne met uitzicht op de plezier/vissershaven. Aan de havenkant hebben de meeste huizen die wel zeven verdiepingen beslaan een ingang op het gelijkvloers en aan de achterkant van elk huis een uitgang op de derde verdieping die uitgeeft op de aanpalende straten. De daken zijn alle bedekt met leisteen.
- Rue des Lingots.
Dit is één van de meest typische straten van de stad. De straat is er geplaveid met kasseien en langs weerszijden zijn er authentieke vakwerkhuizen te bewonderen.
- Sainte-Bernadette.
Deze nog zeewaardige sloep ligt vlak bij de Lieutenance. Het is sinds 1984 een nationaal monument en wordt onderhouden door de vereniging "La Chaloupe d'Honfleur." Deze kotter werd vroeger gebruikt om op rivierkreeft te vissen
- Pont de Normandie.
[bewerken] Religieus
- Sainte-Catherine.
De Sainte-Catherinekerk is opgedragen aan de populaire middeleeuwse heilige Catharina van Alexandrië wiens miraculeuze lichaam zou ontdekt zijn op de Sinaïberg. Zij wordt boven de deur van de klokkentoren van Honfleur afgebeeld met zwaar en wiel-Het Catharinawiel, dat volgens de legende brak toen men er haar op wilde dood folteren. De oorspronkelijke kerk werd tijdens de Honderdjarige Oorlog vernield. In de 15de eeuw waren het de scheepstimmerlui die het heft in handen namen en de kerk volledig reconstrueerden, maar die wel helemaal opnieuw in hout optrokken. De kerk werd gescheiden van de klokkentoren door een klein pleintje, om het overslaan van brand te voorkomen. Het eerste schip, uit de tweede helft van de 15de eeuw, net na de Honderdjarige Oorlog, lijkt op een omgekeerde romp van een boot. Het geheel toont gelijkenissen met een Noorse middeleeuwse staafkerk. Later werd de klokkentoren gebouwd, en in de 16de eeuw volgde een tweede beuk, waarvan de koepel overeenkomt met de houten gewelfbouw van bescheiden gotische kerkjes. Het is een afgerond geheel dat qua structuur helemaal niets met de scheepsbouw te maken heeft. Maar ook dit geheel werd zonder enig gebruik van zagen afgewerkt, zoals hun voorouders de Vikings, en zoals afgebeeld op het beroemde tapijt van Bayeux. De steunbalken zijn van ongelijke hoogte omdat men niet altijd eiken vond van voldoende hoogte. Vandaar dat er enkele op een stenen sokkel staan; er is ook een mooi orgel dat dateert uit de 18de eeuw dat komt uit de Saint-Vincent parochie in Rouen. het geheel werd in het midden van de 19de eeuw grondig gerestaureerd door de Franse architect Viollet-Le-Duc en nog eens aangepast in de 20e eeuw. De klokkentoren en de kerk zijn apart te bezichtigen. Het is de grootste houten kerk van Frankrijk.
- Saint-Léonard
Saint-Léonard, waarvan de eerste melding dateert van 1186 werd ook vernietigd door de Engelsen in 1357 en in 1419 en heropgebouwd na de Honderdjarige Oorlog, dient nog steeds als parochiekerk. De gevel is authentiek in flamboyante gotiek uitgevoerd, maar de rest van het gebouw werd in de 17e en 18e eeuw herbouwd. Uit deze tijd stamt de eigenaardige achthoekige klokkentoren met zijn koepelvormige bekroning. De binnenkant is helemaal versierd met muurschilderingen, zelfs op het houten gewelf met open structuur. De fonteinen en wasbekkens naast de kerk werden al in de 15de eeuw vermeld en maken deel uit van de recente renovatie van het plein door de Dienst van Toerisme.
- Saint-Étienne
In deze voormalige kerk huist nu het huidige Musée de la Marine.
- Chapelle de Notre-Dame-de- Grâce.
Deze kapel staat op de Côte de Grâce van waaraf er een fantastisch uitzicht is over de baai van de Seine en Honfleur zelf. De heuvel en de kapel liggen op 1,5 km van het centrum van Honfleur. Oorspronkelijk stond deze kapel op een klif. De oorsprong ervan is te vinden in de 11e eeuw. Robert, hertog van Normandië, bevond zich midden in een vreselijke storm op het Kanaal. Zijn schip bereikte veilig de overkant en als dank voor deze wonderbaarlijke redding besloot hij drie kapellen te bouwen ter ere van de Heilige Maagd. Een in Harfleur, een in Caen en een derde op deze heuvel, vlak buiten Honfleur. De kapel stortte letterlijk met klif en al in zee tijdens een grote storm in 1538. Een beeld van Maria en wat stenen en dakpannen bleven onaangeroerd. In het begin van de 17e eeuw werd de kapel heropgebouwd op zo'n 200 meter van de klif die in zee was gestort. Sindsdien is het een bedevaartsoord voor passagiers en zeelui die ongehavend uit stormen en rampen op zee komen. Voor hun redding bedanken ze de Heilige Maagd in deze kapel met het branden van kaarsen en ex-voto's.
[bewerken] Musea
[bewerken] Stedelijke musea
- Musée d'Ethnographie et d'arts populaires.
In dit heemkundig museum worden in negen kamers originele Normandische interieurs getoond (w.o. dat van een vissershuis). Meubelen , aarde werk en andere dagelijkse gebruiksvoorwerpen worden hier getoond.Op de binnenplaats van dit museum staat ook een oude waterput. Daarnaast kan je ook een gevangenis met cellen vanuit die tijd bezoeken. Het bezoek kan afgerond worden met een kijkje in een garen-en-band winkeltje uit de 19de eeuw dat allerlei snuisterijen verkoopt.
- Musée de la Marine.
Musée de la Marine is ondergebracht aan het het Vieux-Bassin in de 14de eeuwse kerk van St.- Etienne, het oudste kerkje van Honfleur. Het museum bezit een schat aan voorwerpen uit de rijke maritieme geschiedenis van Honfleur: scheepsmodellen, zeekaarten, gravures en zelfs een heus duikerspak. Het museum behandelt 15 verschillende thema's i.v.m het leven op zee en op wal. Ook de ontdekking en kolonisatie van de nieuwe wereld komen aan bod.
[bewerken] Religieuze gebouwen met museale nevenfunctie
[bewerken] Privémusea
- Musée Eugène-Boudin.
Het belang van Eugène- Boudin voor de schilderkunst en voor het de ontwikkeling van het toerisme in Honfleur mag absoluut niet onderschat worden. Deze lokale creatieveling richtte op het einde van de 19de eeuw de artistiek kring 'Les rencontres de saint-Simeon - de naam Saint-Siméon verwijst naar de herberg in de buurt die diende als ontmoetingsplaats van de kunstenaars- op waar ariesten van allerlei kunne zoals schrijvers, Baudelaire en schilders, Courbet hun ideeën konden uitwisselen. Museum Eugène Boudin werd in 1868 geopend door Alexandre Dubourg en Eugène Boudin zelf, opdat hier schilders zouden kunnen tentoonstellen die hun inspiratie uit de regio haalden, van romantisch tot impressionistisch. Het museum bezit vandaag een zeer complete verzameling pre-impressionitische kunst over schilders die ooit in Honfleur hebben gewerkt (zoals ook Monet). Boudin was de eerste Franse schilder die zijn landschappen ter plaatse, in de buitenlucht schilderde. Hij was nauw bevriend met o.a. Claude Monet en reisde heel Europa rond. Eerst vond het museum onderdak in het stadhuis in 1924 verhuisde het naar zijn huidige locatie, de kapel van het voormalige augustijnenklooster. In 1974 kwam er nog een nieuw, modern gebouw van drie verdiepingen. In 1988 volgde nog een aanpalend gernoveerd herenhuis zodat deze drie gebouwen de ganse collectie van het museum herbergen. Het bezoek aan het museum zelf speelt zich af in zeven thematische zalen verspreid over drie verdiepingen. De collectie Désiré-Louveau op de eerste verdieping toont de bezoeker een volkskundige verzameling van kledingsstukken, kanten poppen uit Basse-en HautNormandie. De meest bezochte zaal is gewijd aan Eugène Boudin en zijn tijdsgenoten en stelt onder meer werken van zijn vrienden-kunstenaars tentoon. Het is ook een thematische rondleiding die leidt van de romantiek via het symbolisme naar het vroeg-impressionisme. (Mozin, Monet, Courbet, Cals etc.) een deel van de zaal is exclusief gereserveerd voor de werken van Boudin zelf, er hangen zo'n 92 etsen, voorstudies en doeken.
- Les Maisons Satie.
In het geboortehuis van de Franse componist Erik Satie (1866) bevindt zich één van de musts van Honfleur. Dit nieuw museum opende in 1998 zijn deuren. De bezoeker wandelt doorheen het leven van de muzikant via een prachtig multimediaal spektakel. Zo kan de bezoeker op een amusante manier kennis maken met de man, zijn muziek en zijn tijdsgenoten. Sinds 2004 kan je ook een expositieruimte bezoeken met tekeningen en etsen van zijn vrienden en tijdsgenoten zoals Derain en Cocteau.
[bewerken] Cultuur en ontspanning
[bewerken] Winkelen
[bewerken] Markten
- De zaterdagmarkt van Honfleur.
- De biomarkt.
[bewerken] Gastronomie
[bewerken] Evenementen
- Fête des Marins.
- Fête de la Crevette.
- Festival du cinema Russe.
- Jazz aux Greniers.
[bewerken] Parken
- Jardin des personnalités.
Dit is een openluchtmuseum in een park van ongeveer 10 ha met een adembenemend zicht op de monding van de Seine. In de tuin zelf kan je een wandeling volgen die je langs verschillende stand-en borstbeelden brengt. Deze beelden stellen bekende inwoners van Honfleur voor-zij die er geboren zijn. Ook personen die bijgedragen hebben tot de geschiedenis en uitstraling van Honfleur hebben hier een beeld.
- Naturospace.
[bewerken] Geboren in Honfleur
- Alexandre Exquemelin, zeerover-schrijver uit de 17e eeuw.
- Eugène Boudin (1824-1898), Frans kunstschilder
- Alphonse Allais (1854-1905), Frans schrijver, humorist en journalist
- Erik Satie (1866-1925), Frans componist en pianist
[bewerken] Galerij
[bewerken] Externe links
| Zie de categorie Honfleur van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |