John Edgar Hoover

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf J. Edgar Hoover)
Ga naar: navigatie, zoeken
J. Edgar Hoover
John Edgar Hoover
John Edgar Hoover
Geboren 1 januari 1895
Washington D.C.
Overleden 2 mei 1972
Washington D.C.
Beroep Ambtenaar
Religie Presbyterianisme
Handtekening Handtekening
1e directeur van de Federal Bureau of Investigation
Aangetreden 22 maart 1935
Einde termijn 2 mei 1972
Opvolger Clarence Kelley
Portaal  Portaalicoon   Politiek

John Edgar Hoover (Washington D.C., 1 januari 1895 – aldaar, 2 mei 1972) was een Amerikaans federaal veiligheidsambtenaar. Als zodanig was hij 48 jaar lang directeur van het Federal Bureau of Investigation (FBI).

FBI-directeur[bewerken]

Op 10 mei 1924 werd hij benoemd tot directeur van het Bureau of Investigation (voorloper van de FBI). In 1935 werd de FBI opgericht waar hij directeur werd en bleef tot aan zijn dood in 1972. In 1942 leidde hij de succesvolle uitschakeling van Duitse saboteurs in de Verenigde Staten.[1] Onder Hoovers leiding onderging het BOI als onderzoeksbureau van het Amerikaanse ministerie van justitie (United States Department of Justice) een aantal naamsveranderingen. Hoover geldt als omstreden, aan de ene kant bouwde hij de FBI uit tot een grote professionele organisatie, aan de andere kant had hij een grote persoonlijke macht opgebouwd waaraan zelfs de Amerikaanse presidenten niet zomaar voorbij konden gaan. De presidenten Truman, Eisenhower[bron?], Kennedy[2] en Nixon[bron?] hebben allen serieus overwogen Hoover te ontslaan(Nixon zelfs twee maal)[bron?], maar steeds bleek Hoovers positie om allerlei redenen te sterk. Eisenhower loofde hem.[3] Na zijn dood werd daarom de maximumtermijn voor de functie van directeur van het FBI gesteld op tien jaar.

Hoover stond wantrouwend tegenover de Amerikaanse burgerrechtenbeweging, met name tegenover diens kopstuk dominee Martin Luther King. Hij hield ook niet van al te succesvolle ondergeschikten; die liepen het risico te worden weggepromoveerd, zoals gebeurde met Melvin Purvis, die John Dillinger uitschakelde.

Karakter[bewerken]

Er gingen als sinds de jaren 40 geruchten dat Hoover homoseksueel zou zijn,[4][5] zo had hij een innige band[6] met zijn adjunct-directeur Clyde Tolson, of een travestiet.[bron?] Ook vermeende banden met de maffia, waarvoor de FBI opmerkelijk weinig belangstelling had, werden evenmin bewezen.

Hoover, die 48 jaar lang aan het hoofd van de Federal Bureau of Investigation (FBI) stond, was een van de machtigste mensen uit de Amerikaanse geschiedenis. Voordat hij in 1972 stierf, zorgde hij ervoor dat de sporen van zijn eigen verleden zorgvuldig werden uitgewist, waardoor de mythevorming over hem nog grotere proporties aannam. In de historische perceptie neemt de 'slanke buldog' geen mooie plaats in. Hoover werd getypeerd als een gevaar voor de democratie, een man die op ongekende wijze misbruik maakte van zijn macht.

In de reeks negatieve publicaties over hem was het in 1996 verschenen Official and Confidential van Anthony Summers het meest verwoestend. De auteur toonde aan dat Hoover een homoseksuele travestiet was en, wellicht hiermee samenhangend, zijn agenten voortdurend met opdrachten bestookte om homoseksuele Amerikanen te schaduwen,[7] omdat die volgens hem een gevaar voor democratisch Amerika vormden. In bijna alle recente publicaties over Hoover wordt melding gemaakt van een inmiddels beroemd ooggetuigenverslag waarin hij, verkleed als vrouw, deelneemt aan orgieën in het Plaza Hotel in New York City. De maffia scheen op de hoogte te zijn van Hoovers seksleven en zou deze wetenschap gebruikt hebben om de FBI op afstand te houden.[8] Dit zou de reden zijn waarom Hoover lange tijd ontkende dat in Amerika de maffia bestond.

J. Edgar Hoover

Onthullingen[bewerken]

Veel informatie komt van een manuscript dat door Hoovers boezemvriend en rechterhand Clyde Tolson geschreven is. Via gesprekken, afluisterberichten en rapporten van de inlichtingendienst, afkomstig uit de memoires van Tolson, worden zonder enig voorbehoud de meest verborgen en pikante details van Amerika's machtigste leiders onthuld. In het manuscript komt Hoover naar voren als een almachtig man, die presidenten kon maken en breken. Op 7 juli 1950 na de uitbraak van de Korea-oorlog wilde hij 12 000 Amerikanen doen opsluiten.[9]

Overlijden[bewerken]

De op 77-jarige leeftijd overleden J. Edgar Hoover kreeg een staatsbegrafenis. Aan het slot werd vriend Tolson de opgevouwen vlag gebracht waarmee het stoffelijk overschot was bedekt. Het was een gebaar dat tot dan toe alleen voorbehouden was aan weduwen van beroemde overledenen.

Referenties[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties