Jacobus Lodewijk Sobieski

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jacobus Lodewijk Sobieski

Jacobus Lodewijk Hendrik Sobieski (Pools: Jakub Ludwik Henryk Sobieski) (Parijs, 2 november 1667Zjovkva, 9 december 1737) was kroonprins van Polen. Hij was de oudste zoon van koning Jan Sobieski en diens vrouw Maria Casimira de la Grange d'Arquien.

Leven[bewerken]

In 1682 werd hij benoemd tot ridder in de Orde van het Gulden Vlies. Een jaar later vocht hij naast zijn vader tegen de Turken in de Slag om Wenen.

Na de dood van zijn vader in 1696 waren er maar liefst 19 kandidaten voor de Poolse troon. Hoewel gesteund door Oostenrijk voorkwam onder andere rivaliteit binnen de familie, dat Jacobus Lodewijk zonder meer gekozen werd. Zo steunde zijn eigen moeder haar schoonzoon keurvorst Maximiliaan II Emanuel van Beieren.

Na zijn bekering tot het Rooms-katholicisme werd uiteindelijk keurvorst Frederik August van Saksen op 1 september 1697 als August II tot nieuwe koning van Polen gekroond. Voor het eerst in de geschiedenis van Polen werd niet de zoon van een overleden koning tot zijn opvolger gekozen. Bovendien kwam voor de eerste keer een Duitser op de troon, iets wat de Poolse adel voorheen zorgvuldig had vermeden.

Jacobus Lodewijk stierf in Zjovkva (dat toen de Poolse naam Żółkiew droeg) en werd in de kathedraal aldaar begraven.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Op 25 maart 1691 huwde Jakob Lodewijk te Warschau met Hedwig Elisabeth van Palts-Neuburg (16731722), dochter van keurvorst Filips Willem van de Palts. Uit dit huwelijk werden zes kinderen geboren: