Jozef Tiso

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jozef Tiso
Jozef Tiso.jpg
Geboren 13 oktober 1887
Veľká Bytča
Overleden 18 april 1947
Bratislava
Politieke partij Slowaakse Volkspartij (HSĽS-SSNJ)
President van Slowakije
Aangetreden 26 oktober 1939
Einde termijn 8 mei 1945
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Jozef Tiso (Veľká Bytča, 13 oktober 1887 - Bratislava, 18 april 1947) was een belangrijk Slowaaks rooms-katholiek priester, politicus, collaborateur en president van de Eerste Slowaakse Republiek (1939-1945).

Vanaf 1938 was hij de vertegenwoordiger van de Slowaakse regering, die Praag dat jaar toeliet. In 1939 verklaarde hij de Slowaakse onafhankelijkheid na pressie van nazi-Duitsland. Hij was president tot 1945, toen Tsjecho-Slowakije hersteld werd. Tiso leidde Slowakije op veel gebieden als satellietstaat van het Duitse Rijk. Omdat hij tijdens de oorlog met de Duitsers had gecollaboreerd werd hij na de oorlog ter dood veroordeeld en geëxecuteerd.

Van priester tot president[bewerken]

Het geboortehuis van Jozef Tiso in Veľká Bytča

Jozef Tiso werd na de dood van Andrej Hlinka in 1938 voorzitter van de Slowaakse Volkspartij. In oktober 1938 tot maart 1939 was hij tot minister-president van het autonome Slowakije – een min of meer autonome staat binnen Tsjecho-Slowakije. In maart 1939 werd de onafhankelijkheid van Slowakije uitgeroepen, dit gebeurde onder druk van de nazi’s. Slowakije was een protectoraat van nazi-Duitsland, Tiso een marionet van de Duitse leiders.

Tiso was van oorsprong een katholieke priester, in 1910 was hij tot priester gewijd. Vanaf 1925 had hij zitting in het parlement als vertegenwoordiger van de katholiek georiënteerde Slowaakse Volkspartij. De Slowaakse Volkspartij streed onder andere voor onafhankelijkheid van Tsjechië – de Slowaken wilden op eigen benen staan. Van 1927 tot en met 1929 was Tiso Minister van Gezondheid en Sport. In 1938 wordt Slowakije een autonome staat binnen Tsjecho-Slowakije. Op 9 maart 1939 vallen de Tsjechen – die niets in afscheiding zien – Slowakije binnen, Tiso wordt afgezet. Maar al op 14 maart keert het tij, onder druk van de nazi’s wordt de onafhankelijkheid van Slowakije uitgeroepen met Tiso aan het hoofd. Tijdens zijn presidentschap blijft hij actief als priester.

Nazi's[bewerken]

Slowakije én Tiso worden beschermd door de nazi’s, de Tsjechen en Joden worden als volksvijanden nummer 1 gezien.

Onder leiding van Tiso worden in 1942 58.000 Slowaakse joodse mannen weggevoerd naar Duitse dwangarbeidskampen, de nazi’s betalen Slowakije 500 Reichsmark per afgevoerde Joodse dwangarbeider en laat de achtergebleven familieleden in jodenwijken wonen. Abrupt stopt Tiso echter de deportaties als de Heilige Stoel ze veroordeelt en als zijn Slowaakse regering hoort dat de joodse dwangarbeiders gedeeltelijk zijn doodgeschoten in het Generaal-Gouvernement (bezet Polen). Tot 1944 is Slowakije vervolgens een van de weinige asmogendheden, samen met Finland en Bulgarije, die weigert joden te deporteren. In deze tijd kunnen vele joodse vluchtelingen met Vaticaanse paspoorten via Slowakije, Hongarije en Italië uitwijken naar het veilige neutrale Spanje onder generaal Franco, naar Portugal, Ierland en Zwitserland.

In augustus 1944 - bij het oprukken van het Rode Leger tot over de oostgrenzen van de republiek Slowakije - begon de Slowaakse Opstand tegen Tiso en de collaboratie met de nazi's, waarop de Wehrmacht en Waffen-SS Slowakije binnenvielen en bezetten. Prompt werden de deportaties van joodse Slowaken hervat onder nazi-leiding; de regering-Tiso was feitelijk machteloos tot de Duitse capitulatie in mei 1945, ondanks hevige protesten van de Tiso-regering en de clerus, worden de joden afgevoerd.

Het laat zich aanzien dat de politicus Tiso slechts een marionet van de Duitsers was. Tijdens zijn proces (na de oorlog) blijkt dat hij het in hoge mate eens was met de militaire nazi-politiek, hoewel zijn weigering tot deportatie van joden na december 1942 door de aanvankelijk positief over hem gestelde Duitse nazi-regering als een grote klap werd gezien.

Sovjet-Unie[bewerken]

In 1945 wordt Slowakije bezet door de Sovjet-Unie, in april van dat jaar vlucht Tiso naar Beieren in Duitsland. Daar wordt hij door de geallieerden opgepakt en uitgeleverd aan de dan Tsjecho-Slowaakse regering. Op 15 april 1947 wordt Tiso ter dood veroordeeld door verwurging, al op 18 april wordt hij terechtgesteld. De protesten van het Vaticaan en de Amerikanen zijn tevergeefs. Tiso wordt voor vele, ook antinazistische, Slowaken een nationale martelaar.

Citaten van Jozef Tiso[bewerken]

«We willen geen slaaf zijn van vreemde ideologieën, wij gehoorzamen alleen idealen die voortkomen uit Slowaakse tradities. Ons ideaal is een onafhankelijk Slowakije volgens christelijke traditie, waarbij de belangen van Slowaken voorop staan. Ik ga ervan uit dat de christelijke idealen overeenkomen met de belangen van ons volk. (citaat uit 1939 bron?)»
«Wij hebben geen schuld, onze enige schuld is de dankbaarheid en trouw aan de Duitsers. De Duitsers hebben het bestaan van onze natie en ons recht op vrijheid erkend. Ze hebben ons beschermd tegen onze vijanden: de Tsjechen en de Joden. Ik weet zeker dat de katholieken in de toekomst onze huidige trouw aan Duitsland toch als een deugd zullen zien" (citaat uit een brief aan het Vaticaan december 1944 bron?).»

Externe link[bewerken]