Lodewijk Jan Maria van Bourbon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Lodewijk van Bourbon, hertog van Penthièvre
Lodewijk Jan, de meest rijke man van Frankrijk, voor de Franse Revolutie

Lodewijk Jan Maria van Bourbon, de hertog van Penthièvre (Frans: Louis Jean Marie de Bourbon) (Kasteel van Rambouillet, 16 november 1725 - Kasteel van Bizy, 4 maart 1793) was een Frans edelman. Hij was voor de Franse Revolutie de rijkste man in Frankrijk. Hij was een kleinzoon van koning Lodewijk XIV van Frankrijk.

Jeugd[bewerken]

Hij werd geboren als Lodewijk Jan Maria van Bourbon op 16 november 1725. Enkele uren na zijn geboorte kreeg hij de titel Hertog van Penthièvre. Hij was een zoon van Lodewijk Alexander van Bourbon en diens vrouw Marie Victoire de Noailles. Zijn vader was de jongste zoon van koning Lodewijk XIV en diens beroemde maîtresse Françoise Athénaïs de Rochechouart de Mortemart (beter bekend als Madame de Montespan). Doordat zijn moeder een speciale band had met de jonge koning Lodewijk XV van Frankrijk, Victoire was namelijk een soort moeder voor de koning, bouwde Lodewijk Jan een hechte band op met Lodewijk XV. Dit kwam vooral doordat ze elkaar zo vaak zagen. De jonge koning was ook zijn peetoom.

Toen zijn vader, Lodewijk Alexander van Bourbon, op 1 december 1737 overleed erfde Lodewijk Jan diens militaire en Koninklijke titels. Daardoor werd hij: admiraal van Frankrijk, maarschalk van Frankrijk en gouverneur Bretagne. Op 2 juli 1733 toen hij zes jaar oud was, kreeg hij de titel Veldmaarschalk (maréchal de camp) en het jaar daarop werd hij Luitenant-Generaal (lieutenant général). In 1740 kreeg hij van de koning de Orde van het Gulden Vlies. In 1742 werd hij benoemd in de Orde van de Heilige Geest. Hij diende het leger onder zijn oom van moederskant, Adrien-Maurice, de (derde) hertog de Noailles, en leverde geweldige veldslagen bij Karlstein am Main (in die tijd Dettingen) en tijdens de Slag bij Fontenoy. Tijdens de Slag bij Dettingen vocht hij onder andere tegen koning George II van Groot-Brittannië.

Huwelijk[bewerken]

Als de bezitter van een van de grootste fortuinen in Europa, was Lodewijk Jan een zeer aantrekkelijke huwelijkskandidaat, vooral gezien zijn nauwe banden met de Franse Koninklijke familie. Er werd gezegd dat hij zou trouwen met Louise Henriëtte van Bourbon-Conti, de oudste kleindochter van zijn tante Louise Françoise van Bourbon. Dit ging echter niet door omdat de moeder van Louise Henriëtte, Louise Elisabeth van Bourbon, zou gaan trouwen met Lodewijk Filips van Orléans, de erfgenaam van het huis Orléans.

Op negentienjarige leeftijd huwde Lodewijk Jan met Maria Theresia van Modena, een dochter van Francesco III d'Este, de soevereine hertog van Modena en Reggio en diens vrouw hertogin Charlotte Aglaë van Orléans. Het jong getrouwde koppel nam hun intrek in één van de appartementen van het Kasteel van Versailles. Deze appartementen waren eerst in het bezit van de grootmoeder van de hertog van Penthièvre, Madame de Montespan. Deze ruimtes werden gebruikt door de hertog en diens familie tot de regering van koning Lodewijk XVI van Frankrijk. Toen hij de troon besteeg werden de appartementen aan diens tantes gegeven, de ongehuwde dochter van koning Lodewijk XV.

Uit het huwelijk werden zeven kinderen geboren, er waren echter maar twee die hun jeugd overleefden:

De dood van zijn echtgenote, Maria Theresia, in 1754 schokte hem dusdanig dat hij niet meer hertrouwde.

Weduwnaar[bewerken]

Na de dood van zijn vrouw, leefde de hertog van Penthièvre aanzienlijk ver weg van het hof in Versailles. Hij verdeelde zijn tijd tussen het Kasteel van Rambouillet en het Kasteel van Sceaux. Hij wijdde de meerderheid van de rest van zijn leven aan de verstrekking van liefdadigheid. Tijdens de Franse Revolutie, gaf hij in het kasteel van Sceaux onderdak aan de dichter Jean Pierre Claris de Florian, die vroeger een van zijn kamerheren en secretaresses op het Kasteel d'Anet was geweest.

In 1791 verhuisde hij naar het Kasteel van Bizy te Vernon in Normandië. In april van datzelfde jaar kwam ook zijn dochter naar Bizy, die toen haar man had verlaten. Lodewijk Jan werd enorm gerespecteerd door het volk vanwege zijn filantropie, de hertog kreeg nooit last van opstandelingen of radicalen, terwijl de Franse Revolutie vorderde. Anderen in zijn directe familie werden niet gespaard. Op 3 september 1792 werd zijn schoondochter, de prinses van Lamballe, op brute wijze vermoord. Op 21 januari 1793 werd zijn neef, koning Lodewijk XVI, geëxecuteerd. Hij hoefde echter niet meer mee maken dat zijn enige nog levende dochter, Louise Marie Adélaïde, in april 1793 werd gearresteerd, omdat hij op 4 maart 1793 overleed. In de nacht van 6 op 7 april werd zijn lichaam overgebracht naar Dreux, waar het werd bijgezet in de familiecrypte in de Collégiale Saint-Étienne. Tijdens zijn leven had de hertog van Penthièvre één passie, het verzamelen van horloges.