Millen (Duitsland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Millen
Plaats in Duitsland Vlag van Duitsland
Millen (Duitsland)
Millen (Duitsland)
Situering
Deelstaat Noordrijn-Westfalen
Kreis Heinsberg
Gemeente Selfkant
Coördinaten 51°1'N  5°52'E
Algemeen
Oppervlakte 4.96 km²
Inwoners (31-12-2007) 328
Portaal  Portaalicoon   Duitsland

Millen is een klein, maar historisch niet onbelangrijk kerkdorpje in de gemeente Selfkant (Duitsland), aan de grens bij het Nederlandse Nieuwstadt en Sittard. Millen telt ongeveer 300 inwoners. Millen heeft zelf een rijk verleden, maar het heeft ook voor Nederland een eigen rol gespeeld in de geschiedenis. Dat laatste geldt ook voor de streek en de gemeente waarvan het deel uitmaakt. Millen is het meest westelijke dorp van Duitsland (nog iets meer dan Tüddern).

Inhoud

Vroegere geschiedenis [bewerken]

De vroegere geschiedenis van Millen is nauw verbonden met die van het Hertogdom Gulik. Millen was in de middeleeuwen de belangrijkste heerlijkheid in de Selfkant. Het was oorspronkelijk de residentie van de heren van Millen, die in 1282 deel werd van de heerlijkheid Heinsberg. Evenals Sittard kreeg Millen stadsrechten onder de Gelderse hertog Willem III van Gulik, nadat deze in 1393 tevens hertog van Gulik was geworden.

In 1499 werd Millen de zetel van een Amtmann. Het noordelijk deel van de huidige gemeente Selfkant (met Millen, Havert, Höngen en Saeffelen) viel enkele eeuwen lang onder het ambt Millen. Oorspronkelijk was dat veel omvangrijker, onder meer ook Gangelt en Waldfeucht omvattend. Sittard en Susteren echter vielen onder het ambt Born, dat in het westen aan het ambt Millen grensde. De zuidelijke helft (Tüddern, Wehr, Süsterseel en Hillensberg) behoorde ook tot het ambt Born en vanaf 1709 tot het nieuw gevormde ambt Sittard.

Burg Millen, Selfkant in 1720.

Sittard en omgeving hebben dus eeuwenlang deel uitgemaakt van deze beide westelijke districten van Gulik. De geschiedenis van de Selfkant en die van Sittard gingen in de periode van 1400 tot bijna 1800 samen.

Er is voor Sittard en Susteren eigenlijk ook nu nog alle reden om de Selfkant niet zo zeer als buitenland, maar meer als buitengebied te zien. Er wordt ook precies hetzelfde Limburgse dialect gesproken. Ook voor de Selfkant voelt dat zo. Deze streek wordt immers aan drie zijden door Nederlands grondgebied omsloten. Hier lagen vroeger de ambten Millen en Born, een aaneengesloten Guliks gebied. De staatsgrens is hier vanuit de studeerkamer tot stand gekomen. De bevolking zelf had daar geen enkele inspraak in.

Het Kasteel [bewerken]

De Roode Beek die tegenwoordig pal langs, maar historisch eigenlijk dòòr Millen loopt, vormt hier sinds 1815 een staatsgrens. Maar wat een natuurlijke grens lijkt is in feite een hoogst onnatuurlijke breuk. Aan de linkerzijde van de beek, thans op grondgebied van Nieuwstadt, ligt namelijk het Kasteel van Millen of Huis Millen, met daarbij de ruïne van de oude middeleeuwse burcht. Aan die burcht had Millen eeuwenlang zijn bestaan te danken. Het dorp en het kasteel horen onverbrekelijk bij elkaar en vormen ook nu nog tezamen een zeer rustiek ensemble aan beide zijden van de beek. Maar er heeft in 1815 wel een onverbiddelijke boedelscheiding plaatsgevonden. Beide zo typisch complementaire delen staan nu verweesd tegenover elkaar.

Kasteel Millen

Deze voor Millen zelf hoogst ongelukkige situatie is pas na de nederlaag van Napoleon door de hogere politiek zo gecreëerd. In de lappendeken van staatjes en vrijplaatsen die de Limburgse gewesten onder het Ancien Régime vormden, was onder Franse heerschappiij het Departement van de Roer gevormd. Na de Franse nederlaag werd tijdens het Congres van Wenen de nieuwe grenzen tussen Pruissen en het nieuwe Verenigd Koninkrijk der Nederlanden getrokken. De gehele Maasoever, inclusief Sittard, kwam bij Nederland, de rest van Gulick bij Pruissen.

Het oorspronkelijke kasteel had als een bolwerk uit de feodale tijd zijn functie toen al lang verloren en de latere voorburcht met kasteelwoning heeft weliswaar een monumentale waarde, maar vormt toch slechts een schim van de vervlogen grootheid van deze locatie. Het waren de Heren van Millen, van Heinsberg en van Gelre, die hier tussen 1100 en 1600 strategische belangen hadden, zoals ook later de familie Nassau-Dillenburg.

Andere monumenten [bewerken]

kerk: Propsteilkirche Sankt Nikolaus

Aan de rechteroever van de Roode Beek kan de dorpskern bogen op enkele andere monumenten.

Nu de kasteeltoren nog slechts een ruïne is, domineert het gedeeltelijk al tien eeuwen oude parochiekerkje het dorpje. Dit oorspronkelijk vroeg-Romaanse zaalkerkje, gewijd aan St. Nicolaas, hoorde vroeger bij het kasteel. Van buiten tamelijk onooglijk, is het interieur zeer waardevol. Daarnaast bevinden zich de oude proosdij en de tiendschuur.

Ook bezienswaardig en schilderachtig gelegen is de 18e-eeuwse dubbele watermolen (olie- en korenmolen) bij het kasteel, aan beide zijden van de Roode Beek liggend, dus deels in Duitsland, deels in Nederland.

Het recente verhaal van de Selfkant [bewerken]

Millen heeft na de tweede wereldoorlog nog veertien jaren bij Nederland gehoord (van 1949 tot 1963), net als het grootste deel van de Duitse gemeente Selfkant. Het bezit van dit door Nederland als grenscorrectie geannexeerde gebied rond Tudderen, tezamen met enkele andere gebieden, was een symbolische schadevergoeding voor het enorme leed en de schade die de oorlog Nederland had toegebracht.

1rightarrow.png Zie ook: Nederlandse annexatie van Duits grondgebied na de Tweede Wereldoorlog

De dorpjes, die door de oorlog erg gehavend waren, werden op Nederlandse kosten hersteld. Ook werd er tussen 1957 en 1959 een autoweg aangelegd, de N274 tussen Koningsbosch bij Roermond en Schinveld bij Brunssum, die dwars door de Selfkant liep en zo een kortere verbinding tussen Midden- en Zuid-Limburg vormde dan de toch al overbelaste flessenhals bij Sittard. Deze ontsluitingsweg was bedoeld voor Nederlands woon- werkverkeer, onder meer om mijnwerkers uit Midden-Limburg naar en van de Mijnstreek te vervoeren. Toen de geannexeerde gebieden weer aan Duitsland werden teruggegeven, bedong Nederland het alleen-gebruiksrecht van deze weg, zodat er geen op- of afritten in de Selfkant waren.

Normalisatie [bewerken]

Sinds de binnengrenzen in het Schengengebied opener zijn geworden leverde een dergelijke corridor voor Nederland eigenlijk niet veel winst meer op, terwijl het onderhoud wel een kostenpost bleef. In 2002 is ook deze weg uiteindelijk aan Duitsland gegeven, zodat ze nu ook voor het lokale verkeer in de Selfkant kan dienen. Dat vergde voor de Duitsers op hun beurt weer kostbare en ingewikkelde voorzieningen. Zo heeft ook dit voormalige stukje ogenschijnlijk niemandsland infrastructureel een beetje armslag gekregen.

Het ongerept landelijke was tot nu toe de grootste charme van het gebied. Volgens de Duitse autoriteiten zal de Selfkant een buitengebied met agrarische bestemming blijven. Milieubewustzijn vormt er zelfs een speerpunt, als tegenwicht voor de Nederlandse buurgemeente Sittard-Geleen.

Zie ook [bewerken]

Externe links [bewerken]