Raatakkers
Raatakkers (ook: celtic fields) zijn kleine, min of meer vierkante of rechthoekige aaneensluitende akkers zoals die vanaf de Late Bronstijd tot in de Romeinse tijd als landbouwsysteem werden gebruikt voor de verbouw van primitieve graansoorten als emmertarwe en spelt. Ze komen voor in Noordwest-Europa en een aantal landen daaromheen.
Inhoud |
[bewerken] Benamingen
De aanduiding raatakkers verwijst naar de raatstructuur van de percelen, het is de moderne benaming van "Celtic field", die bedacht is door Engelse archeologen in 1923. Die laatste naam is onjuist gebleken nadat al spoedig bleek dat de akkers niets met Kelten te maken hebben. Toch wordt de naam nog veel gebruikt in het Nederlands.
Johan Picardt beschouwde de raatakkers in zijn boek Annales Drenthiae (1660) als legersteden of woonplaatsen van heidense volkeren uit een ver verleden.[1][2] In de achttiende eeuw werden de raatakkers in verband gebracht met de Romeinen, vandaar dat ze op oude kaarten wel worden aangeduid als Romeinsche legerplaats. In de 19e en 20e eeuw werd duidelijk dat het geen legerplaatsen waren geweest, waardoor archeoloog Albert van Giffen er de extra aanduiding zogenaamde aan mee ging geven. De term 'raatakkers' werd bedacht door J. Wieringa in de jaren 50, maar heeft de onjuiste Engelse benaming nooit helemaal kunnen vervangen.
[bewerken] Gebieden
Raatakkers zijn aangetroffen in Groot-Brittannië, Ierland, België, Nederland, Duitsland, Denemarken, Zweden, Polen en in de Baltische staten.[3][4]
[bewerken] Kenmerken
Een groot veld van minstens enkele hectaren werd deels in kleinere percelen verdeeld, die zo'n 35 bij 35 tot 50 bij 50 meter groot waren, en voorzien van een aarden wal. Deze wallen zijn soms nog terug te vinden, zoals op het Noordsche Veld bij Norg; vaak is het wallenstelsel alleen nog aan de verkleuring van de grond te zien. Wanneer de akkergrond uitgeput raakte werd hij opzij geschoven en werden er van elders aangevoerde vruchtbare zoden op gelegd.[1] Omdat zand vocht niet goed vasthoudt kon met het aanbrengen van nieuwe zoden bij raatakkers op zandgronden meteen een betere vochtregulatie op de akker ontstaan.[3]
Eén of meer 'raten' van een veld konden gebruikt worden om er een behuizing te bouwen; was deze boerderij of hut versleten, dan werd er met het bruikbare materiaal een nieuwe gebouwd op een andere, uitgeputte akker, en de beschikbare grond was door decennia bewoning weer vruchtbaar geworden ('zwervende erven'[5]).
[bewerken] Nederland
In Nederland zijn duizenden hectaren raatakkers bekend.[3] Speciaal in en rond de provincie Drenthe en op de Veluwe zijn grote aantallen raatakkers gevonden, vooral op de zandgronden. Bevolkingsgroei was wellicht een reden om dit intensievere en efficiëntere systeem van landbouw te gaan gebruiken. Behalve de bovengenoemde cultuurgewassen zijn ook sporen aangetroffen van het verbouwen van bedekte gerst, duivenboon, pluimgierst en huttentut. Tijdens de laatste periode waarin raatakkers werden gebruikt werd ook rogge geteeld.
[bewerken] Lijst van raatakkers
Bronnen, noten en/of referenties:
Bronnen:
- J. Wieringa: 'Opmerkingen over het verband tussen de bodemgesteldheid en oudheidkundige verschijnselen naar aanleiding van de Nebokartering in Drente' in Boor en spade = Auger and spade. Verspreide bijdragen tot de kennis van de bodem van Nederland, deel 9 (1958), pag. 97-113
- J. Ayolt Brongers: Air photography and Celtic field research in the Netherlands. Dissertatie. Amersfoort, Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, 1976
- RACM: Celtic fields
Referenties:
- ↑ a b W.A. van Es et al (1988), Archeologie in Nederland, blz. 142, Meulenhoff Informatief, Amsterdam, ISBN 9029099178
- ↑ Gerding, M. & Hillenga, M. (2007). Het Drenthe Boek. Zwolle: Waanders. ISBN 978 90 400 8211 5
- ↑ a b c M. Hegener (1995), Archeologie van het landschap: Langs de aarden monumenten van Nederland, blz. 42-47, Uitgeverij Contact, Amsterdam, ISBN 902541432x
- ↑ RACM
- ↑ Nathalie Vossen in Archeologische Monumentenwacht, oktober 2008