Rode Khmer

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rode Khmer
CPKbanner.svg
Oprichting 1970
Actief in gebieden Cambodja
Ideologie Communisme
Methoden Ontvoering, moord, guerrilla

De Rode Khmer (internationaal aangemerkt als Khmer Rouge) was de militaire tak van de Communistische Partij van Democratisch Kampuchea (nu Cambodja). Khmer is de naam van het volk dat Cambodja bewoont. De Rode Khmer is verantwoordelijk voor de dood van ongeveer 1,7 - 2 miljoen (sommige cijfers spreken van 3 miljoen) mensen (op een bevolking van 7 miljoen) tussen 1975 en 1979 toen de Rode Khmer aan de macht was.

Inhoud

[bewerken] Opkomst en machtsovername

In de jaren zestig en zeventig van de 20e eeuw voerde de Rode Khmer een guerrillastrijd tegen het bewind van Prins Sihanouk en Generaal Lon Nol. De beweging was oorspronkelijk opgezet door Vietnamese communisten, die lange tijd nog een stevige vinger in de pap hielden. Veel eenheden bestonden feitelijk uit Vietnamezen en aanvankelijk werden de hogere kaders door Vietnamezen beheerst.

Toen Lon Nol aan de macht kwam in 1970 ging dit gepaard met een uitbreiding van de Vietnam-oorlog naar Cambodja. In tegenstelling tot Sihanouk zocht hij steun bij de Verenigde Staten en Zuid-Vietnam en trad hij hard tegen de Vietcong en Rode Khmer in Cambodja op. De Amerikanen bombardeerden door communisten beheerste gebieden intensief met B-52's, waarbij ook regelmatig dorpen platgegooid werden, daar B-52's nu eenmaal geen precisiebommenwerpers zijn.

De Amerikaanse bombardementen vanuit de lucht, incidenten tussen de Zuid-Vietnamese troepen en bevolking en het wanbestuur van Lon Nols regering dreef de bevolking in de armen van de Rode Khmer en het bewind zeeg ineen. De beweging groeide en rond 1972 waren de Vietnamezen gedwongen Pol Pot als volwaardige bondgenoot te erkennen in plaats van junior partner. Een andere belangrijke politieke overwinning was het monsterverbond met Norodom Sihanouk dat de Rode Khmer onder Chinese druk sloten. De steun van de voormalige koning bleek essentieel in het winnen van het vertrouwen van de bevolking.

Reeds tijdens de opmars raakte Pol Pot onder de indruk van de eenvoud van de bergbewoners. Veel Rode Khmer waren bovendien afkomstig van het zeer primitieve platteland en hadden een hekel aan steden. Als de Rode Khmer een provinciestad hadden ingenomen hervatte het dagelijks leven zich meestal binnen enkele dagen, waarop Pol Pot onthutst reageerde. Als alles bij het oude bleef, zou de hele revolutie geen nut hebben. Hierop bedacht de partij meer radicale oplossingen, zoals het deporteren van de bevolking en begon deze in praktijk te brengen. Als de mensen niet wilden veranderen, dan moest iedereen volgens Pol Pot maar gedwongen boer worden. Ook werd het eenvoudige, zwarte tenue ingevoerd dat iedereen diende te dragen. Juwelen en dergelijke werden verboden.

Politieke en militaire kopstukken en ook de meeste buitenlanders ontvluchtten Phnom-Penh waarop in april 1975 de Rode Khmer de stad bezette. Rode Khmerleider Pol Pot werd dictator van Cambodja, maar Norodom Sihanouk werd tot titulair staatshoofd benoemd wat het aanzien van de Rode Khmer aanzienlijk vergrootte. Na verloop van tijd nam Sihanouk ontslag als staatshoofd, toen hij merkte dat hij in de praktijk niets te vertellen had.

Al na enkele dagen ontruimde de Rode Khmer Phnom-Penh en dreef de bevolking naar het platteland. Ambtenaren en militairen uit het regeringsleger werden in een aantal gevallen apartgenomen en geëxecuteerd. De hardhandigheid van de deportaties verschilde per commandant. Sommige commandanten stonden de bevolking toe persoonlijke bezittingen mee te nemen of terug te keren naar hun geboorteplaats, anderen dwongen de bevolking daar naartoe te gaan waar zij wilden. Van de 2,5 miljoen inwoners van Phnom-Penh waren 1,9 miljoen oorspronkelijk van het platteland gevlucht wegens de oorlog en zij konden zich dan ook redelijk schikken in hun lot. Voor de oorspronkelijke stedelingen was het echter een zware beproeving. Zij kenden niemand en kwamen onderaan de hiërarchie te staan. Ongehoorzaamheid werd bestraft met mishandeling of executie. Ook werd in dit prille stadium nog niet onthuld dat de Rode Khmer voor een communistische partij streed, men sprak simpelweg over "Angkar" (de Organisatie).

[bewerken] Het Rode Khmerbewind (1975-1979)

De steden werden ontruimd en bevolking werd gedwongen te verhuizen naar het platteland, waar ze in collectieve boerderijen moest werken, 12 tot 14 uur per dag, 7 dagen per week onder een slavendrijversregime en een minimaal rantsoen. Persoonlijke eigendommen diende men meestal achter te laten. De communistische leer werd gecombineerd met een Spartaanse "back to basics"-ideologie. Steden werden door de van het platteland afkomstige Rode Khmer als "slecht" bestempeld, evenals intellectuelen van wie velen bovendien voor Lon Nols regime hadden gewerkt. Vele mensen (monniken, leerkrachten, artsen, ambtenaren, militairen, intellectuelen, ...) werden geëxecuteerd, vaak zonder enige reden of voor lichte vergrijpen. Het dragen van een bril of nette (burgerlijke) kleding, of het in bezit hebben van een (buitenlands) boek, of kennis van een vreemde taal was voldoende reden voor executie. De mensen werden in de collectieven ingedeeld in drie categorieën: de volledig gerechtigden, de aspiranten en de gedeporteerden. Volledig gerechtigden kregen uiteraard de beste behandeling en het beste voedsel en konden tot de partij toetreden. De aspiranten waren plattelandsbewoners en stedelingen die oorspronkelijk van het platteland kwamen en kregen eveneens een wat betere behandeling. De gedeporteerden vormden een restcategorie van stedelingen en intellectuelen. Zij werden het slechtst behandeld en kregen het minste te eten.

Volledig gerechtigden en aspiranten werden in de collectieve boerderijen intensief geïndoctrineerd. Er waren geen rangonderscheidingstekens; de hoogte in rang van het partijkader werd alleen afgemeten aan het aantal pennen en potloden in het borstzakje.

Behalve het orwelliaans volledig afschaffen van woorden die op individualiteit duidden was een methode die van zelfkritiek conform de maoïstische ideologie. Men moest niet alleen een eigen levensgeschiedenis schrijven en die aan de hand van de leer bekritiseren, maar men diende zelfs iedere dag in collectief verband eigen fouten te verkondigen, evenals misstappen van anderen. Als vergrijp werd onder andere aangemerkt: het houden of verzamelen van voedsel voor zichzelf, een dagboek bijhouden, insubordinatie of onvoldoende presteren. De straffen die hierop stonden waren onder andere vermindering van rantsoenen, het overslaan van maaltijden, lijfstraffen en executie. Iedereen werd bewust in een staat van constante angst en psychische onbalans gehouden, zodat men zelf niet eens dàcht aan verzet of opstand.

De familie werd afgeschaft. Slechts "Angkar" bepaalde wie zich met wie mocht voortplanten en voedde de kinderen die hieruit voortkwamen op. Zelfs woorden als "vader" en "moeder" mochten niet meer gebruikt worden. Voedsel mocht slechts collectief worden genuttigd tijdens maaltijden in de eetzaal. Zelfs het verzamelen van fruit was verboden omdat dat "egocentrisch" zou zijn, al het fruit behoorde immers toe aan "Angkar". Inkrimping van rantsoenen of iemand een maaltijd geheel ontzeggen was een populaire straf die vaak tot gevolg had dat men te ziek werd om te werken, helemaal niets meer kreeg en ten slotte overleed. Etnische Vietnamezen en Cham hadden het extra zwaar te verduren.

Geld werd eveneens afgeschaft en later werd zelfs ruilhandel ontmoedigd. "Angkar" zou het nodige verstrekken. Wie zelf dingen maakte of verzamelde was "egocentrisch" en werd daarvoor gestraft. Later besloot Pol Pot de teugels wat te laten vieren en er werden plannen gemaakt voor herintroductie van geld.

Er bestond weinig samenwerking of coördinatie tussen de verschillende eenheden van de Rode Khmer. Dit werkte de wreedheden en hongersnood in de hand. Commandanten wisten dat ze gestraft zouden worden als ze onvoldoende presteerden en wilden in ieder geval niet de laatste zijn. Hierdoor ontstond een zekere concurrentie die leidde tot radicalisering. Ook werkte het gebrek aan coördinatie hongersnood in de hand daar communicatie tussen de gebiedsdelen erdoor gehinderd werd en handel bovendien ontmoedigd of zelfs verboden werd.

Het Tuol Sleng-museum en de vele killing fields (o.a. Choeung Ek) zijn nog steeds de stille getuigen van de massamoorden die hebben plaatsgevonden.

[bewerken] Verdrijving en uiteenvallen

Ondanks de Vietnamese steun waren er voortdurend schermutselingen tussen de Vietnamezen en Cambodjanen, zelfs al voor de machtsovername in 1975. Vietnam was de traditionele aartsvijand van de Khmer: het was groter en dichter bevolkt, had in het verleden bijgedragen aan de vernietiging van de Khmer-beschaving en was in tegenstelling tot Cambodja sterk door China beïnvloed.

Ook bij de Rode Khmer was haat tegen de Vietnamezen diep geworteld en het bewind stelde zich steeds provocerender op. Onderwerp van conflict waren de slechte behandeling van Vietnamese immigranten in Cambodja, Cambodjaanse aanspraken op Khmer Krom en een conflict over enkele eilanden in de Golf van Thailand voor de Cambodjaanse kust waar Vietnam aanspraak op maakte. Ook bestond ergernis over de mate waarin Vietnam invloed probeerde uit te oefenen, wat samenviel met de reeds bestaande angstgevoelens en afgunst van de Cambodjanen tegen hun grote Vietnamese oosterbuur. Pol Pot voerde in 1976 en 1977 grote anti-Vietnamese zuiveringen door.

Zelfs een communistisch Vietnam werd immers als bedreiging gezien, misschien nog meer nu het weer verenigd was. Men trachtte steun te zoeken bij de Volksrepubliek China. Regelmatig kwamen schermutselingen aan de grens voor, waarbij de Rode Khmer de grens overstaken en dorpen plunderden. Pol Pot rekende erop dat hij door China gesteund zou worden indien het met Vietnam tot oorlog kwam. Op deze wijze kon worden afgerekend met de Vietnamese 'patronage' en kon wellicht de Mekongdelta (weer) bij Cambodja gevoegd worden.

De Vietnamezen rustten verscheidene strafexpedities uit en besloten tenslotte de Rode Khmer te verwijderen in een grootschalige militaire operatie. In december 1978 viel een leger van 150.000 Vietnamezen Cambodja binnen en liep de zwakke Rode Khmer eenheden binnen twee weken onder de voet. De Vietnamezen bezetten vrijwel het gehele land en installeerden een nieuwe regering. China viel Vietnam binnen in de Chinees-Vietnamese oorlog, mede om de Rode Khmer te ontlasten. Deze opzet mislukte; de aanval verliep voor de Chinezen onbevredigend en was onvoldoende om de Vietnamezen ertoe te bewegen troepen uit Cambodja terug te trekken. Steun kwam indirect ook uit de Verenigde Staten, die ervoor zorgde dat de VN-zetel van Cambodja (voorlopig) niet aan het door Vietnam gesteunde nieuwe regime verviel. De Vietnamezen werden aanvankelijk door de bevolking als bevrijders binnengehaald, maar werden daarna steeds impopulairder.

Na de verdrijving van het regime van Pol Pot door de Vietnamezen, hield de Rode Khmer nog jaren stand vanuit de Cambodjaanse jungle. In de jaren '90 van de 20e eeuw had de Rode Khmer zich onder andere teruggetrokken in de Dongrekbergen. Ze werden gesteund door China en Thailand[1], en indirect door de Verenigde Staten die op deze manier Vietnam en zijn Russische bondgenoot wilde uitputten[2]. De communistische ideologie werd radicaal overboord gegooid en de communistische partij ontbonden, in de hoop goodwill bij de bevolking en het buitenland te kweken. De Rode Khmer verloor meer en meer steun en begon in de loop der jaren '90 uiteen te vallen. Verscheidene leiders liepen over en Pol Pot zelf werd door Ta Mok, één van de hogere commandanten, wegens "wanbestuur" gevangengenomen in 1997. Negen maanden later overleed Pol Pot onder onopgehelderde omstandigheden.

[bewerken] Ideologie

Angkar hanteerde een communistische ideologie, in de praktijk hoofdzakelijk gebaseerd op het Maoïsme[3], Het Denken van Mao. Andere intellectuele invloeden waren: Khmer-elitair chauvinisme, Derde Wereld-nationalisme, de Franse Revolutie en Stalinistisch communisme[4].
Na de (mislukte) Grote Sprong Voorwaarts (versnelde industrialisatie 1958-1965) besloot Mao dat landbouw de basis zou vormen van China’s economie. In navolging hiervan besloot Angkar in 1977 tot de Supergrote Sprong Voorwaarts en dan conform Mao’s inmiddels gewijzigde lijn met collectieve landbouw als basis. Angkar dreef deze Maoïstische lijn op selectieve wijze veel verder door dan Mao ooit had gedaan. Tijdens de Grote Sprong Voorwaarts kondigde de partijleiding van de CCPgezamenlijk opstaan, eten, slapen, werken, en nawerktijdse activiteiten” aan en deze lijn werd strikt overgenomen door Angkar. Na mislukking van de Grote Sprong Voorwaarts in China moest het overschot aan arbeiders weer terug naar het platteland. Net in die tijd was Pol Pot op bezoek bij Mao die net 20 miljoen arbeiders (met redelijke voorzieningen en voldoende voedsel) naar het platteland gedeporteerd had waar ze weer boeren (zonder voorzieningen en met marginaal rantsoen) werden. Pol Pot zou zijn leermeester Mao verbeteren en dit met àlle stedelingen realiseren.

Ook de repressie van het familieleven ontleende Pol Pot aan Mao, die in maart 1958 had verkondigd: “De familie zoals die er nog is tijdens het vroege communisme, zal worden afgeschaft. Het had een begin en zal een einde kennen. Familie is iets wat niet gunstig is voor de productie”.

[bewerken] Tribunaal

Na vele jaren van moeizame onderhandelingen werd in 2004 eindelijk overeenstemming bereikt tussen de Verenigde Naties en Cambodja over de vorming van een Cambodja-tribunaal dat een aantal vroegere leiders van de Rode Khmer moest gaan berechten. Lange tijd was dit door Cambodjaanse politici tegengewerkt, omdat diversen van hen banden hebben met of voortkomen uit de Rode Khmer. Op 3 oktober 2004 bereikte men toch een overeenkomst waarin werd besloten tot de vorming van een tribunaal. Dit tribunaal heeft echter geen internationale status, het is een onderdeel van het Cambodjaanse rechtsstelsel.

Vijf belangrijke verdachten en laatste overgebleven hoge leidinggevenden van de Rode Khmer konden op dat moment nog terechtstaan, namelijk Nuon Chea (81), Ieng Sary (82), Khieu Sampan (76), Ieng Thirth (76) en Kang Kek Iew alias Kaing Guek Eav ("Duch")

Drie verdachten kunnen niet meer worden vervolgd: Pol Pot overleed in 1998, Kheiu Ponnary, de eerste echtgenote van Pol Pot, overleed in 2003 en de voormalige commandant en '"Broeder nummer 4" Ta Mok in 2006, in gevangenschap in afwachting van zijn proces.

[bewerken] Literatuur (o.a.)

  • Edward Kissi Revolution and Genocide in Ethiopia and Cambodia, uitg. Lexington, Lanham, MD (2006)
  • Loung Ung First They Killed My Father: A Daughter of Cambodia Remembers, uitg. Harper Collins (2000)

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe link

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Jack Colhoun: On the Side of Pol Pot: U.S. Supports Khmer Rouge,Covert Action Quarterly magazine, Summer 1990
  2. Jack Colhoun: On the Side of Pol Pot: U.S. Supports Khmer Rouge, Covert Action Quarterly magazine, Summer 1990
  3. Ben Kiernan: External and Indigenous Sources of Khmer Rouge Ideology, uit The Third Indochina War: Conflict between China, Vietnam and Cambodia, 1972-79", 2006 document met aanhalingen uit pag. 187-206.
  4. Ben Kiernan: External and Indigenous Sources of Khmer Rouge Ideology, uit The Third Indochina War: Conflict between China, Vietnam and Cambodia, 1972-79", 2006 document met aanhalingen, zie pag. 26