Roos van Leary

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Warning icon.svg De neutraliteit van dit artikel wordt betwist.
Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie.

De Roos van Leary is een communicatiemodel dat is voortgekomen uit psychologisch onderzoek naar de werking van gedrag. De Roos van Leary gaat ervan uit dat gedrag gedrag oproept. Met andere woorden; de Roos gaat uit van actie en reactie, oorzaak en gevolg, zenden en ontvangen. De Roos van Leary zou laten zien welk gedrag door bepaald gedrag wordt opgeroepen en hoe gedrag te beïnvloeden is. De theorie is ontwikkeld door (onder anderen) Timothy Leary. Op deze wijze kunnen gedragspatronen geanalyseerd worden en kan het eigen gedrag bewust ingezet worden om zo te beïnvloeden.

De Roos van Leary wil gedrag typeren en de werking van dat gedrag op anderen verduidelijken. Het gaat bij de Roos van Leary dus over de interactie tussen mensen; niet over hoe mensen qua karakter zijn. Daarbij stelt de Roos van Leary dat ieder mens elke gedraging uit de roos in zich heeft en op gezette tijden (binnen specifieke situaties) inzet. Dat ieder mens voorkeurgedragingen heeft is evident. De Roos van Leary is echter geen methode om mensen (en diens menstype/karakter) in hokjes te plaatsen, te typeren of karakteriseren.

De Roos van Leary

Werking van de roos[bewerken]

De Roos van Leary werd gepubliceerd in 1957 in The Interpersonal Diagnosis of Personality door de Amerikaanse psycholoog Timothy Leary. Hij hield zich niet bezig met typologie; wel met de leer van gedragspatronen. Leary heeft aan de hand van onderzoek en observatie voorspelbare gedragspatronen uitgewerkt in wat nu de roos van Leary heet.

De assen[bewerken]

Leary stelde dat menselijk gedrag grofweg over twee assen verloopt. Dit maakte hij visueel via een horizontale en verticale as. Deze twee assen noemde hij respectievelijk de "samen-tegen-as" of de "agressie-liefde-as" en de "boven-onder-as" of de "dominantie-afhankelijkheidsas"

Horizontale as[bewerken]

De horizontale as staat voor de relatie die iemand met een ander heeft. Zo bestaat er ‘samen-gedrag’ of ‘tegen-gedrag’.

Met ‘samen’ wordt hier bedoeld dat iemand met de ander door één deur wil of kan. Er bestaat dan affiniteit met de ander. ‘Samen’ betekent dus dat het gedrag van de mensen is gericht op acceptatie van elkaar. Veelal op basis van wederzijds respect.

Met ‘tegen’ wordt hier bedoeld dat iemand niet met de ander door één deur wil of kan. Er bestaat dan vijandigheid naar de ander. ‘Tegen’ betekent dus dat het gedrag van de mensen is gericht op andere belangen dan acceptatie. Soms zelfs volledig tegengesteld aan acceptatie.

Verticale as[bewerken]

De verticale as staat voor de opstelling die iemand tegenover een ander heeft. Zo bestaat er ‘boven-gedrag’ en ‘onder-gedrag’.

Met ‘boven’ wordt hier bedoeld dat iemand dominant gedrag vertoont naar de ander. Iemand beschouwt zich op dat moment als ‘meerdere’ van de ander. ‘Boven’ betekent dus dat het gedrag van de mensen is gericht op veel invloed ten opzichte van de ander.

Met ‘onder’ wordt hier bedoeld dat iemand onderdanig gedrag vertoont naar de ander. Iemand beschouwt zich op dat moment als ‘ondergeschikte’ van de ander. ‘Onder’ betekent dus dat het gedrag nauwelijks of niet is gericht op veel invloed ten opzichte van de ander.

Gedragingen[bewerken]

De uitwerking van ‘samen-gedrag’, ‘tegen-gedrag’, ‘boven-gedrag’ en ‘onder-gedrag’ is grofweg als volgt te omschrijven:

  • Een samen-gedragspatroon uit zich in verantwoordelijk, behulpzaam, respecterend, dankbaar en samenwerkingsgezind gedrag.
  • Een tegen-gedragspatroon uit zich in onafhankelijk, wantrouwend, standvastig, kritisch en twijfelzuchtig gedrag.
  • Een boven-gedragspatroon uit zich in actief, initiërend, beïnvloedend, beheersend en motiverend gedrag.
  • Een onder-gedragspatroon uit zich in passief, afhankelijk, onderdanig, conformerend en bescheiden gedrag.

Leary wilde de twee assen qua gedrag met elkaar combineren om verschillend soort gedrag te kunnen onderscheiden. Vandaar dat hij de assen in een cirkel over elkaar legde. Zo ontstond er een kruis in een cirkel; een beginnende roos.

Deze roos kende dus vier vlakken. Elk vlak representeerde een gedrag:

  • het vak rechts-boven staat voor ‘leiden’
  • het vak rechts-onder staat voor ‘volgen’
  • het vak links-boven staat voor ‘aanvallen’
  • het vak links-onder staat voor ‘verdedigen’

Om een genuanceerder beeld te creëren omtrent verschillende gedragingen, besloot Leary om elk vak te splitsen. Hierdoor ontstonden er acht verschillende basisgedragingen. Hieronder de onderverdeling:

  • het vak rechts en helemaal boven staat voor ‘leidend gedrag’
  • het vak rechts in het midden (maar wel boven) staat voor ‘helpend gedrag’
  • het vak rechts in het midden (maar wel onder) staat voor ‘meewerkend gedrag’
  • het vak rechts en helemaal onder staat voor ‘volgend gedrag’
  • het vak links en helemaal boven staat voor ‘concurrerend gedrag’
  • het vak links in het midden (maar wel boven) staat voor ‘aanvallend gedrag’
  • het vak links in het midden (maar wel onder) staat voor ‘opstandig gedrag’
  • het vak links en helemaal onder staat voor ‘teruggetrokken gedrag’

Actie en reactie[bewerken]

Leary ontdekte dat ‘samen’, ‘tegen’, ‘boven’ en ‘onder’ in relatie stonden tot elkaar. En wel op de volgende manier:

  • Samen-gedrag roept samen-gedrag op (symmetrische werking).
  • Tegen-gedrag roept tegen-gedrag op (symmetrische werking).
  • Boven-gedrag roept onder-gedrag op (complementaire werking).
  • Onder-gedrag roept boven-gedrag op (complementaire werking).

Met andere woorden:

  • Als mensen samen-gedrag vertonen, dan roepen ze samen-gedrag bij de ander op (voorbeeld: ‘helpend gedrag’ roept ‘meewerkend’ gedrag op).
  • Als mensen tegen-gedrag vertonen, dan roepen ze tegen-gedrag bij de ander op (voorbeeld: ‘aanvallend gedrag’ roept ‘opstandig gedrag’ op).
  • Als mensen boven-gedrag vertonen, dan roepen ze onder-gedrag bij de ander op (voorbeeld: ‘concurrerend gedrag’ roept ‘teruggetrokken gedrag’ op).
  • Als mensen onder-gedrag vertonen, dan roepen ze boven-gedrag bij de ander op (voorbeeld: ‘volgend gedrag’ roept ‘leidend gedrag’ op).

Analyseren[bewerken]

De Roos helpt bij het categoriseren van gedrag. Met andere woorden; de Roos plaatst gedrag in een overzichtelijk en visueel ingesteld model.

Daardoor kan je iemands gedrag (en diens patronen) analyseren. Puur door de volgende vragen te stellen:

  • Is het gedrag samen of tegen?
  • Is het gedrag boven of onder?

Het ‘plaatsen’ van gedrag is niet alleen belangrijk om iemand beter te begrijpen. Het plaatsen van gedrag is ook belangrijk bij het inspelen op iemands gedrag (zie het blok over ‘beïnvloeden’). Gedrag is volgens Leary namelijk altijd een gevolg van gedrag. Ofwel; gedrag heeft altijd een achtergrond, een oorzaak, een bron.

Leary stelt daarom nadrukkelijk dat:

  • Aan de acht gedragingen van de Roos geen waardeoordeel moet worden gekoppeld (gedrag is dus nooit per definitie goed of fout)
  • Ieder mens alle gedragingen in zich heeft

Met andere woorden; een stabiele persoonlijkheid kan elk van de acht gedragingen bewust inzetten. Al naargelang de situatie, het doel en de persoon tegenover zich, kiest men dan een bepaald gedrag.

Hiermee wordt tegelijkertijd helder dat de Roos van Leary niet is ontwikkeld als een karakterologisch model waarmee iemands karakter is te plaatsen in een hokje. Het gaat bij de Roos om gedragingen en gedragspatronen.

Beïnvloeden[bewerken]

Feitelijk gaat de Roos van Leary uit van de stelling:”Gedrag van een ander is iemands eigen keuze.”

De Roos gaat er namelijk vanuit dat wanneer iemand het gedrag van de ander heeft gecategoriseerd, deze persoon het gedrag van de ander kan beïnvloeden met eigen gedrag.

Voorbeeld[bewerken]

Je hebt een leidinggevende functie. Een medewerker die onder jouw verantwoordelijkheid valt, vertoont initiatiefloos gedrag. Goed, de medewerker bewondert jou enorm en hij heeft respect voor je. Alleen, hij zoekt geregeld bevestiging bij jou; alsof hij naar complimenten vist. Soms merk je dat hij jou zelfs imiteert qua gedrag.

Aan de andere kant weet je dat je medewerker intelligent is. Dat hij best ideeën heeft. Alleen, hij toont dat nooit. Hij doet z’n ding, wil daarom gewaardeerd worden en dat is dan ook dat.

Je wilt eigenlijk dat hij wat meer pit toont. Wat meer enthousiasme tot zijn werk. Dat hij met initiatieven komt. Dat hij zijn kennis en vaardigheden inbrengt om zaken verbeterd te krijgen. Eigenlijk wil je dus dat hij meer ‘helpend gedrag’ (samen-gedrag en midden boven-gedrag) of zelfs ‘leidend gedrag’ (samen-gedrag en boven-gedrag) gaat vertonen.

Met de Roos van Leary heb je zijn gedrag geanalyseerd. Je medewerker vertoont namelijk samen-gedrag, gecombineerd met onder-gedrag. Zijn gedragspatroon valt dus onder het hokje ‘meewerkend-gedrag’ en heel vaak ook onder ‘volgend-gedrag’.

Concreet heb je dus te maken met een combinatie van samen-gedrag en onder-gedrag. Deze wil je graag veranderd zien in samen-gedrag en boven-gedrag (‘helpend gedrag’ of zelfs ‘leidend gedrag’).

Alleen... Door zijn gedrag, roept hij bij jou juist ‘leidend gedrag’ op (onder-gedrag van de ander roept bij jou namelijk boven-gedrag op). Daarmee verandert er niks. Want jouw ‘leidend gedrag’ (samen-gedrag en boven-gedrag) roept bij je medewerker weer ‘volgend gedrag’ (samen-gedrag en onder-gedrag) op. En zo is de vicieuze cirkel compleet.

Nu je dat weet probeer je het principe van de Roos uit. Je gaat naar hem toe en jij vertoont naar je medewerker bewust ‘samen-gedrag’ én ‘onder-gedrag’. Je kiest dus bewust om geen ‘leidend gedrag’, maar ‘volgend gedrag’ te hanteren.

Concreet vraag je jouw medewerker om advies. Je stelt je onderdanig op. Je hebt geen antwoorden; je hebt alleen vragen. Vooral ‘hoe-vragen’ zijn daarbinnen belangrijk (hoe kunnen we dat doen, hoe moeten we dat aanpakken, hoe gaan we daarmee aan de slag).

Je medewerker wordt door jouw gedrag uitgenodigd om samen-gedrag en boven-gedrag te vertonen (‘helpend gedrag’ of ‘leidend gedrag’). Daarmee heb je met jouw gedrag zijn gedrag beïnvloed en bereik je als leidinggevende je doel; meer pit en initiatief van je medewerker.

Noot: Merk bij dit voorbeeld op dat leidend-gedrag niet staat voor gedrag dat een goed leider moet vertonen. 'Leidend-gedrag' staat voor ‘boven-gedrag’, gecombineerd met ‘samen-gedrag’. Als persoon met een leidinggevende functie heb je alle mogelijke gedragingen in je en kan je die bewust en flexibel inzetten naargelang de situatie, het doel en de persoon tegenover je. Met andere woorden; in het voorbeeld past de leider bewust onderdanig gedrag toe; daarmee is de leider nog steeds de leider.

Oefening[bewerken]

Oefening baart kunst. Zo ook met de Roos van Leary. Als eerste is het belangrijk om het principe van de Roos te begrijpen. Daarna is het mogelijk om het analyseren onder de knie te krijgen waardoor gedrag in een split second in de Roos is te plaatsen. Pas daarna is het mogelijk om gedrag te beïnvloeden via eigen gedrag.

Dan nog blijft het soms lastig om de Roos toe te passen omdat iemands gedrag door allerlei oorzaken opeens verandert en in een ander ‘hokje’ van de Roos valt. Flexibiliteit is dus noodzakelijk om de Roos in optima forma toe te passen.

Samengevat[bewerken]

De Roos van Leary stelt het volgende:

  • Menselijk gedrag verloopt via twee assen; de horizontale as (samen-gedrag versus tegen-gedrag) en de verticale as (boven-gedrag versus onder-gedrag).
  • Mensen reageren voorspelbaar op elkaar; namelijk symmetrisch (samen-gedrag roept samen-gedrag op en tegen-gedrag roept tegen-gedrag op) en complementair(boven-gedrag roept onder-gedrag op en vice versa).
  • Mensen zijn qua gedrag te beïnvloeden door gedrag van de ander te analyseren, te plaatsen en door bewust op een flexibele manier eigen gedrag aan te passen.
  • De Roos van Leary is geen model om iemands karakter vast te stellen; het gaat bij de Roos van Leary om gedragingen en gedragspatronen.
  • Ieder mens heeft elk van de gedragingen uit de Roos van Leary in zich; aan deze gedragingen moet geen waardeoordeel worden gekoppeld (als goed of fout gedrag).

Externe link[bewerken]

  • [1] - Een online test om het (favoriete) eigen gedrag of dat van een ander in kaart te brengen. Het is belangrijk om te beseffen dat het resultaat van deze test niet is bedoeld als een karakterschets van een persoon. Het geeft alleen weer welke gedragingen iemand het meest (het liefst) toepast.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Dijk, Bert van (2007), Beïnvloed anderen, begin bij jezelf. Plaats van uitgave: Thema Uitgeverij
  • Cremers, M.J. en B. van Dijk (2007), Aktie is reactie. Plaats van uitgave: Thema Uitgeverij
  • Dijk, Bert van en Fenno Moes (2005), Het Groot Beïnvloedingsspel. Plaats van uitgave: Thema Uitgeverij