Slag bij Pharsalus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Slag bij Pharsalus
Onderdeel van Romeinse burgeroorlog
Slag bij Pharsalus
Slag bij Pharsalus
Datum 9 augustus 48 v.Chr.
Locatie Pharsalus, Thessalië, Noord-Griekenland
Resultaat Overwinning voor Gaius Julius Caesar en de populares
Strijdende partijen
populares optimates
Commandanten
Gaius Julius Caesar Gnaius Pompeius Magnus maior
Troepensterkte
Ongeveer 23.000 legionairs, 5000 tot 10.000 Auxiliae en bondgenoten (waaronder 1400 cavaleristen) Ongeveer 50.000 legionairs, 4200 Auxiliae en bondgenoten (waaronder 4000 tot 7000 cavaleristen)
Verliezen
1200 gesneuvelden 6000 tot 10.000 gesneuvelden

De Slag bij Pharsalus was een op 9 augustus 48 v.Chr. plaatsgrijpende en van groot historisch belang zijnde veldslag waarbij twee Romeinse legers in een burgeroorlog tegenover elkaar stonden in Pharsalus, in Thessalië, noord-Griekenland. Het leger van de populares, onder leiding van Gaius Julius Caesar versloeg daarbij het optimates-leger van Gnaius Pompeius Magnus maior.
Pompeius' leger was beduidend sterker dan dat van Caesar: 45.000 infanteristen en 7000 ruiters tegenover de respectievelijk 22.000 en 1000 van Caesar. Het is wel belangrijk op te merken dat Pompeius' leger voor een groot deel bestond uit geallieerden uit het Oosten.
Door Caesars overwinning kreeg de Romeinse geschiedenis een beduidende wending.

Strategie en verloop van de veldslag[bewerken]

Na verscheidene dagen van schermutselingen had Caesar Pompeius eindelijk waar hij hem wilde hebben: op een open vlakte, waar hij vrij kon manoeuvreren. Op 9 augustus 48 v.Chr. had de slag plaats. Pompeius leger steunde met de linkerflank onder Cornelius Lentulus op de rivier. In het midden stond Scipio met Syrische en Afrikaanse troepen. Maar zijn voornaamste troef, zijn veel sterkere ruiterij, had Pompeius links geplaatst, samen met boogschutters en slingeraars onder bevel van Caesar's vroegere legaat, Titus Labienus.

Caesar plaatste Marcus Antonius links, Calvinus in het midden en Publius Sulla rechts. Daarbij stelde hij zijn infanterie in een dunne slagorde op, om een even lange linie als de sterkere vijand te kunnen vormen. Zijn infanterie moest alleen standhouden, niet de vijandelijke linies doorbreken. Zijn cavalerie stelde hij rechts op tegenover die van Pompeius. Hij was zich bewust van die zwakke plek, maar hij meende ook dat dit een onweerstaanbaar lokaas voor de 7000 ruiters van Pompeius moest zijn. Achter zijn cavalerie plaatste hij 5 uitgelezen cohorten, op het vlakke terrein onzichtbaar voor de vijand. Dit was zijn joker die hij desgewenst kon inzetten.

Niettegenstaande het feit dat hij zwakker was deed hij toch de eerste zet. Maar zijn veteranen stopten voor de vijandelijke linies en lieten zich niet tot een gevecht verleiden. Daarop stuurde Pompeius zijn cavalerie naar voren, om Caesar in de flank te pakken, direct gevolgd door de boogschutters en slingeraars. Toen Caesars ruiterij zich onder dit geweld begon terug te trekken en Pompeius' cavalerie zich wendde om Caesars linie in de flank te treffen, stuurde deze de vijf elite cohorten naar voren. Daarbij gebruikten zij hun pila als middeleeuwse hellebaarden. Het effect was verpletterend. De ruiterij sloeg op de vlucht en vertrappelde daarbij het achteropkomende voetvolk.

Daarop keerde Caesar zich tegen de blootliggende linkerflank van Pompeius. Hoewel deze nog steeds in de meerderheid was, reageerde hij niet. Toen gaf Caesar een tweede geniale bevel, dat hij ook aan de vijand meedeelde: elke Romein in het leger van Pompeius zou worden gespaard als hij geen tegenstand bood. Caesars troepen richtten zich uitsluitend tegen de hulptroepen van Pompeius. Ook dit lukte: de meeste legionairs boden geen weerstand.

Epiloog[bewerken]

Toen Caesar in het kamp van zijn tegenstander kwam, zag hij dat daar al alles al in gereedheid was gebracht voor een overwinningsfeest, maar het was wel Caesar die aan tafel ging. Daarbij kon hij ook beslag leggen op de volledige archieven van Pompeius, die hij echter, tot grote spijt van de geschiedschrijvers, liet verbranden.

Caesar beweerde dat 15.000 vijandelijke soldaten werden gedood, waaronder 6000 Romeinen. Hij zelf had slechts 1200 man te beklagen.

De daaropvolgende dag gaven de resten van Pompeius' troepen zich over en was de oorlog eigenlijk voorbij. Een deel van de senatoren vluchtte naar Afrika. Pompeius dacht onderkomen te vinden in Egypte. Maar nog voor hij aan land kon gaan, werd hij in opdracht van Ptolemaeus XIII van Egypte vermoord. Zijn hoofd presenteerde de jonge koning later aan Caesar, die bij het zicht van zijn dode rivaal in tranen uitbarstte over het verlies van een rivaal, oude vriend en schoonzoon.