Szeged

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Szeged
Plaats in Hongarije Vlag van Hongarije
Szeged
Szeged
Situering
Comitaat Csongrád
Coördinaten 46° 15′ NB, 20° 9′ OL
Algemeen
Oppervlakte 280,84 km²
Inwoners (2011) 170.285 (603,96 inw/km²)
Burgemeester László Botka
Overig
Postcode 6700
Netnummer 62
Website szeged.hu
Portaal  Portaalicoon   Centraal-Europa

Szeged is met circa 170.000 inwoners de op drie na grootste stad van Hongarije. De stad ligt in het zuidoosten van het land, op de rechteroever van de Tisza, voorbij de plaats waar deze samenvloeit met de Mureş (Hongaars: Maros) en in de nabijheid van zowel de Servische als de Roemeense grens. De stad is de hoofdstad van het comitaat Csongrád.

Szeged werd in 1879 grotendeels verwoest door een overstroming van de Tisza, waarna de stad in een voor die tijd moderne stijl werd herbouwd. Opvallende elementen zijn het stratenplan met een ringweg en radiaalwegen, en de vele gebouwen in neostijlen. De ringweg draagt de namen van de steden die bijdroegen aan de wederopbouw. Szeged is sinds 1921 een universiteitsstad: in dat jaar werd de Hongaarstalige universiteit vanuit de stad Cluj (Hongaars: Kolozsvár) naar Hongaars grondgebied overgebracht, nadat Cluj aan Roemenië was toebedeeld.

De opvallendste gebouwen in de stad zijn de dom, een neoromaanse Votiefkerk die in 1930 werd afgewerkt, het stadhuis aan het bomenrijke Széchenyiplein (1893-1895, ontworpen door Ödön Lechner) en de Nieuwe Synagoge uit 1903. Op het plein voor de dom vindt jaarlijks een openluchtfestival plaats met theater-, opera- en balletvoorstellingen.

Szeged heeft een belangrijke voedingsmiddelenindustrie en is beroemd om twee typisch Hongaarse producten: salami en paprika. De plaatselijke keuken biedt een vermaarde vissoep, de szegedi halászlé.

Geschiedenis[bewerken]

Szeged kreeg in 1247 stadsrechten van koning Béla IV en kreeg in 1498 de statuut van koninklijke stad. In 1526 werd de stad door de Turken geplunderd en veroverd, om na 143 jaar te worden bevrijd door de Oostenrijkers. Tijdens de Hongaarse vrijheidsstrijd van 1848/1849 fungeerde de stad kortstondig als hoofdstad van Hongarije: de regering kwam bijeen in het Zsótér-huis,

Szeged heeft veel te lijden gehad van overstromingen. In 1879 bleven er van de 5800 huizen slechts 300 gespaard. De heropbouw kwam tot stand met hulp vanuit heel Europa. Uit dankbaarheid heeft men vele straten, die daarna werden aangelegd, naar Europese steden genoemd.

Stadsbeeld[bewerken]

Het centrum van de stad ligt op de rechteroever van de Tisza. Aan de promenade langs de rivier en bij de Belvárosi híd (Binnenstadsbrug) staat het Cultuurpaleis, dat het Ferenc Móra-museum en de Somogyi-bibliotheek huisvest. Achter het museum liggen nog enkele resten van de vroegere burcht, die tot de 18e eeuw strategisch belangrijk was. Het deel dat na de overstroming overbleef, herbergt een klein museum over de plaatselijke geschiedenis.

De József Attila Sugárút leidt van hier in noordelijke richting naar de Bovenstad. Aan het Szent György tér staat de Minorietenkerk met klooster.

Het hoofdplein van Szeged is het 50.000 m² grote Széchenyiplein, een combinatie van plein en park, met bomen (platanen, linden en sparren), bloemperken, standbeelden en zitbanken. In het midden staan vier rijen platanen. Na de grote overstroming werd hier door Ödön Lechner een nieuw raadhuis gebouwd in een eclectische stijl, waarbij de barok-kenmerken het meest opvallen.

Ten zuiden ervan ligt het veel kleinere Klauzál tér, waar zich een standbeeld van Lajos Kossuth bevindt. In het Kárász-huis woonde hij tijdelijk en hij sprak er zijn laatste rede uit voordat hij naar het buitenland vluchtte. Weer zuidelijker ligt het Dugonics tér met het standbeeld van de schrijver waarnaar het park hier genoemd werd. Aan dit plein staat het hoofdgebouw van de universiteit van Szeged.

Op het Domplein staat de neoromaanse Votiefkerk, die tussen 1913 en 1930 werd gebouwd. Met de façade van de dom als decor vinden op dit plein in juli en augustus de jaarlijkse opera- en balletopvoeringen plaats (Festival van Szeged). Het plein biedt plaats voor 6000 mensen (zitplaatsen), het toneel is 600 m² groot.

Achter de Votiefkerk staat de barokke Grieks-orthodoxe kerk met een mooi interieur. Van het Domplein in noordelijke richting loopt een zeer oude straat, de Oskola utca. Het classicistische huis op nº 20 was vroeger een hotel, nu is het zetel van de afdeling Szeged van de Hongaarse Academie van Wetenschappen. Aan het eind van de Oskola utca, op het Roosevelt tér ligt de brug over de Tisza.

Aan de overkant van de rivier ligt de nieuwe stad, Újszeged, met een complex zwembaden, waaronder ook een thermaalbad. In het 'Volksbosje' bevindt zich het openluchttheater dat 1500 toeschouwers kan bevatten. Ook ligt hier in dit stadsdeel de grote botanische tuin van de universiteit.

Ten zuiden van het Domplein staat op het Aradi Vértanuk tér het ruiterstandbeeld van Franz Rákóczi II. Hier begint de Hunyadi János utca, die naar het lagere deel van de stad leidt. Op het Mátyás Király tér staat de vroegere franciscanenkerk die in de 16e eeuw in gotische stijl tot stand kwam. De toren is pas later op het 60 meter lange gebouw geplaatst. Het barokke interieur, dat later aangebracht werd, de altaren, de kansel en de mooi bewerkte meubels van de sacristie stammen uit de 18e eeuw.

Vanaf laatstgenoemd plein komt men via Alföldi utca op de buitenste ringweg, waarvan de delen de namen van buitenlandse steden dragen. Via de Bécsi (Weense) körút en de Moszkvai körút komt men op de Londoni körút. Eén van de zijwegen die hierop uitkomt is de Gutenberg Janos utca, waaraan de oude synagoge met een 48 meter hoge koepel. De Londoni körút komt uit op het vierkante Marx Károly tér en de naam van de ringweg verandert hier weer, nu in Párizsi körút.

Cultuur en wetenschap[bewerken]

De Universiteit van Szeged is sinds 1921 in de stad gevestigd (deze werd verplaatst vanuit Kolozsvár, het huidige Cluj-Napoca in Roemenie) en heeft zijn hoofdgebouw aan het Dugonicsplein.

Het Ferenc Morámuseum heeft een verzameling schilderijen en historische, biologische en etnografische voorwerpen. Het is evenals de Somogyibibliotheek gehuisvest in het Cultuurpaleis aan het Rooseveltplein.

Verkeer en vervoer[bewerken]

Szeged heeft een eigen stadsvervoerbedrijf die vijf tramlijnen, vijf trolleybuslijnen en 33 buslijnen exploiteert. Verder heeft Szeged een treinverbinding met Boedapest en Servie. Szeged is voor de auto ontsloten middels de snelwegen M5 (Boedapest-Servische grens) en M43 Szeged-Roemeense grens.

Partnersteden[bewerken]

Geboren in Szeged[bewerken]