Théophile De Donder

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Donder (achter) op de vijfde Solvay-conferentie in 1927

Théophile Ernest De Donder (Brussel, 19 augustus 1872 - aldaar, 11 mei 1957) was een Belgisch natuurkundige, wiskundige en scheikundige. Hij wordt beschouwd als de vader van de thermodynamica van de onomkeerbare processen.

De Donder behaalde zijn doctoraat in de natuurkunde en de wiskunde aan de Université Libre de Bruxelles (ULB) in 1899. Hij was er hoogleraar tussen 1911 en 1942. Aanvankelijk zette hij het werk van Henri Poincaré en Elie Cartan voort. Vanaf 1914 werd hij beïnvloed door het werk van Albert Einstein en was een vurig verdediger van zijn relativiteitstheorie.

De meeste bekendheid kreeg De Donder in 1923 door de andere definitie die hij gaf aan de scheikundige affiniteit. Hij ontwikkelde een correlatie tussen de scheikundige affiniteit en de vrije energie van Gibbs.

In 1929 werd hij lid van de Académie Royale de Belgique.

Het baanbrekend werk van De Donder op het gebied van de thermodynamica en de scheikunde werd voortgezet door zijn leerling en de latere Nobelprijswinnaar Ilya Prigogine.

Werken[bewerken]

  • Sur la théorie des invariants intégraux (thesis) (1899).
  • Théorie du champ électromagnétique de Maxwell-Lorentz et du champ gravifique d'Einstein (1917)
  • La gravifique Einsteinienne (1921)
  • Introduction à la gravifique einsteinienne (1925)
  • Théorie mathématique de l'électricité (1925)
  • Théorie des champs gravifiques (1926)
  • The Mathematical Theory of Relativity (1927)
  • Application de la gravifique einsteinienne (1930)
  • Théorie invariantive du calcul des variations (1931)
  • Application de la gravifique einsteinienne à l'électrodynamique des corps en mouvement (1932)
  • Thermodynamic Theory of Affinity: A Book of Principles (1936)