Universele Transversale Mercatorprojectie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Universele Transversale Mercatorprojectie
World borders utm.png
Gunstige eigenschap hoekgetrouw
Niet-geometrische bewerkingen zie Transversale Mercatorprojectie
Geometrische constructie
Vorm van het projectievlak cilinder
Positie van het projectievlak transversaal per zone van 6 graden lengte
Rakend/snijdend in elke zone snijdend op meridianen met een tussenruimte van 180 km (op de evenaar)
Portaal  Portaalicoon   Geografie

Universal Transverse Mercator (UTM) is een samenstelling van een groot aantal transversale Mercatorprojecties en een tweetal stereografische projecties. UTM is bovendien de naam van een coördinatensysteem voor plaatsbepaling dat op die projectie gebaseerd is. UTM werd in de jaren veertig ontwikkeld door de United States Army Corps of Engineers.

Verdeling in stroken[bewerken]

De Universal Transverse Mercator-projectie is een universele (dat wil zeggen de hele wereldbol betreffende) afspraak over de keuze van transversale mercatorprojecties voor 60 stroken van noord naar zuid die elk 6 lengtegraden breed zijn. Doordat deze stroken smal zijn, is de vertekening gering, minder dan 0,1%, en kunnen ze met slechts geringe vervorming op een plat vlak worden afgebeeld. Het is mogelijk een UTM-wereldkaart, zoals rechtsboven is afgebeeld, op plat papier af te drukken, uit te knippen en op een globe te plakken.

De stroken worden zones genoemd en hebben ieder een identificatienummer. De strook 1 beschrijft de breedtes tussen 180°W en 174°W, strook 2 tussen 174°W en 168°W enzovoort.

Elk van de zones wordt van zuid naar noord ingedeeld in 20 banden, die elk 8° bestrijken (behalve band X die 12° bestrijkt). Zij worden van zuid naar noord aangeduid met de letters C tot en met X (I en O worden overgeslagen). De zuidelijkste band is band C, van 80°S tot 72°S. De noordelijkste band is band X van 72°N tot 84°N.

Een band kan dus worden aangeduid met een nummer (1-60) en een letter. Nederland en België liggen grotendeels in band 31U en gedeeltelijk in 32U, dus met de centrale lijnen 3°E en 9°E, waar Nederland tussen ligt. (Vergelijk Rijksdriehoekscoördinaten, die een centraal punt in Amersfoort hebben.)

In de poolgebieden wordt het systeem onpraktisch doordat de zones te smal worden. Hier wordt dan ook een ander systeem gebruikt, de UPS (Universele Polaire Stereografische coördinaten), met de letters A, B, Y en Z.

Afwijkingen[bewerken]

Zoals gezegd omvat band X niet 8° maar 12°. Verder zijn de grenzen van de zones in Scandinavië een beetje afwijkend, om te voorkomen dat Spitsbergen en het zuidwesten van Noorwegen in te veel verschillende zones komen te liggen. Een dergelijke afwijking is mogelijk doordat de zones op die hoge breedte heel smal zijn. Zie de afbeelding Europa hieronder.

Plaatsbepaling[bewerken]

De UTM-projectie wordt gebruikt om een plaats op aarde aan te duiden door middel van namen van kaartbladen.

Over elke zone wordt een rechthoekig rooster gelegd. Een zone is bij de evenaar minder dan 700 km breed. De centrale meridiaan van een zone heeft een oostwaarde (Engels: easting) van 500 km, dus de oostwaarde loopt op de evenaar ongeveer van 150 tot 850 km. De evenaar heeft een noordwaarde (Engels: northing) van 10 000 km. Elke positie op aarde kan worden aangeduid met een nummer gevolgd door een letter, gevolgd door oostwaarde en noordwaarde. Het paleis op de Dam bevindt zich bijvoorbeeld op zone 31, band U, oostwaarde 628 830 m, noordwaarde 5804 225 m, kortweg 31 U 628830 5804225. De positie wordt dus in meters nauwkeurig opgegeven. De letter U kan eventueel worden weggelaten, als men de noordwaarde met 10 000 000 vergroot. We zien hieruit dat het paleis zich 128,83 km ten oosten van de meridiaan van 3° bevindt (deze meridiaan bevindt zich immers op 500 km) en 5804,225 km ten noorden van de evenaar.

Net als lengte- en breedtegraden leggen UTM-coördinaten niet eenduidig een punt op aarde vast. Voor eenduidige aanduiding dient namelijk ook de geodetische datumdefinitie vermeld te worden. UTM wordt echter vrijwel altijd toegepast op WGS84. Daarom laat men de vermelding van WGS84 vaak achterwege. De meeste geodetische datums verschillen overigens enkele honderden meters of minder. Voor cartografische doeleinden kan dit dus soms verwaarloosd worden, voor landmeetkundige en geodetische toepassingen niet.

Zie ook[bewerken]

Andere onderbroken projecties: