Vachtegels
| Vachtegels Fossiel voorkomen: Pleistoceen tot heden |
|||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||
|
|||||||||||
| Geslacht | |||||||||||
| Zaglossus Gill, 1877 |
|||||||||||
| Typesoort | |||||||||||
| Tachyglossus bruijni Peters & Doria, 1876 | |||||||||||
|
|||||||||||
De vachtegels (Zaglossus) vormen een geslacht van Nieuw-Guinese mierenegels. Er zijn twee zeker nog levende soorten en één soort die misschien nog niet is uitgestorven. Fossiele resten van vachtegels uit het Pleistoceen zijn gevonden in Australië en Tasmanië. Waarschijnlijk zijn ze daar door klimaatveranderingen uitgestorven.
Hedendaagse vachtegels leven enkel in de bergregenwouden van Nieuw-Guinea en Salawati, tot op 4000 meter hoogte. Ze komen mogelijk ook voor op de eilanden Waigeo en Supiori. De vachtegels leven voornamelijk van wormen. Net als andere cloacadieren leggen vachtegels eieren, die ze bij zich dragen in een buidel.
Vachtegels hebben kortere stekels dan de mierenegel (Tachyglossus aculeatus) en een dikkere vacht. De stekels liggen meestal verborgen in de vacht, behalve op de flanken. De bek van een vachtegel is langer en naar beneden gebogen. Ook zijn vachtegels over het algemeen groter dan de mierenegel, tot 17 kilogram zwaar en 90 centimeter lang. De in 1998 beschreven (toen al 37 jaar in de collectie van Naturalis opgeborgen) Zaglossus attenboroughi is echter vrij klein, net zo groot als een kleine mierenegel. Mannetjesvachtegels hebben een spoor op de enkels.
Vachtegels zijn een belangrijk voedseldier voor de inheemse bevolking van Nieuw-Guinea. De dieren worden dan ook bejaagd voor het vlees.
[bewerken] Soorten
- Geslacht Zaglossus (Vachtegels)
- Zaglossus attenboroughi
- Zaglossus bartoni (Zwartharige vachtegel)
- Zaglossus bruijni (Gewone vachtegel)
- Zaglossus hacketti†
- Zaglossus harrisoni†
- Zaglossus owenii†
- Zaglossus ramsayi†
- Zaglossus robustus†
| Zie de categorie Zaglossus van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |