Mierenegel
| Mierenegel IUCN-status: Niet bedreigd[1] (2008) |
|||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||
|
|||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||
| Tachyglossus aculeatus (Shaw, 1792) |
|||||||||||||||
| Leefgebied | |||||||||||||||
| Afbeeldingen Mierenegel op |
|||||||||||||||
| Mierenegel op |
|||||||||||||||
|
|||||||||||||||
De gewone mierenegel (Tachyglossus aculeatus (Grieks: 'gestekelde sneltong')) of echidna is een eierleggend zoogdier uit Australië en Nieuw-Guinea. Het is de enige soort uit het geslacht Tachyglossus. De mierenegel is verwant aan het vogelbekdier en de vachtegels. Uiterlijk hebben ze wat weg van een gewone egel. Ze hebben bijvoorbeeld lange stekels waar ze zich mee beschermen. Ze eten vooral termieten en mieren. Echidna's zijn vernoemd naar Echidna, het monster uit de Griekse mythologie.
Inhoud |
Kenmerken [bewerken]
Het lichaam is bedekt met stekels, die langer zijn dan de ertussen liggende haren. Hiermee onderscheidt hij zich van de vachtegels, die juist kortere stekels en een langere vacht hebben. De kleine kop met de buisvormige snuit en de kleine ogen gaat zonder hals in de schouders over.
De lengte van het dier ligt tussen de 30 en 45 cm, met een 1 cm lange staart. Zijn gewicht ligt tussen de 2,5 en 7 kg.
Verspreiding en habitat [bewerken]
Deze soort bewoont uiteenlopende habitats, waaronder gematigde bossen of bosachtige terreinen, (half)woestijnen en open habitats. Hij komt voor in geheel Australië, Tasmanië en het zuidoosten van Nieuw-Guinea.
Gedrag [bewerken]
De mierenegel is een solitair dier. Hij slaapt graag in holle boomstammen en rotsspleten onder een dichte begroeiing waar weinig licht is. Dit dier is dag en nacht actief, uitgezonderd bij extreem warm of koud weer. Dan gaan ze over in een soort winterslaap, waarbij hun normale lichaamstemperatuur, die normaal 31-33° C bedraagt, kan dalen tot 4° C.
De mierenegel voedt zich met mieren en termieten, larven en wormen. Als het moet, kunnen ze echter weken zonder voedsel. Het dier vindt zijn voedsel dankzij een uitstekende reukzin en waarschijnlijk ook dankzij tastharen op de snuit, die elektrische signalen kunnen opvangen. Bij het foerageren woelt hij met zijn grote graafklauwen de grond om. Zijn prooi pakt hij met zijn lange, dunne, kleverige tong op. Net als de miereneter heeft de mierenegel geen tanden. Hij verwerkt zijn eten tussen zijn gehemelte en zijn tong.
Mierenegels bouwen gezamenlijke "toiletten". De reden daarvoor is nog niet bekend.[2]
Voortplanting [bewerken]
Vrouwtjes van de mierenegel zijn niet elk jaar vruchtbaar. De vruchtbare vrouwtjes paren met meerdere mannetjes. Mannetjes ontwaken zo'n maand vroeger uit hun winterslaap dan vrouwtjes. Tijdens die maand paren sommige mannetjes met vrouwtjes, die dan met een verlaagde lichaamstemperatuur paren en daarna soms weer verdergaan met hun slaap.[3][2]
Taxonomie [bewerken]
Er worden vijf ondersoorten erkend:
- T. a. multiaculeatus (Kangaroo-eiland);
- T. a. setosus (Tasmanië en enkele eilanden in Straat Bass);
- T. a. acanthion (Noordelijk Territorium en West-Australië);
- T. a. aculeatus (Queensland, Nieuw-Zuid-Wales, Zuid-Australië en Victoria);
- T. a. lawesii (Kuststreken en hoogland van Nieuw-Guinea, en mogelijk in het regenwoud van Noordoost-Queensland).
Het is onduidelijk of deze taxonomie wel correct is; de grenzen tussen de ondersoorten zijn vaak onduidelijk.
Bronnen, noten en/of referenties
|