Victoriaans tijdperk
Het Victoriaans tijdperk omvat de lange regeringsperiode van de Engelse koningin Victoria (1837 tot 1901) en de daarvan afgeleide term 'Victoriaans' staat ook voor een groot aantal voorwerpen, stijlen, modes, zeden en opvattingen die in die tijd vooral in Groot-Brittannië gangbaar waren.
Onder Victoria was Engeland de toonaangevende natie op de wereld en het Verenigd Koninkrijk een wereldrijk. Hoe men in Groot-Brittannië over de zaken dacht, werd over nagenoeg de gehele wereld van belang geacht.
In de Victoriaanse tijd was men zeer preuts. Niet voor niets staat de Victoriaanse tijd bekend als 'de eeuw van de kuisheid'.
De Victoriaanse tijd was ook de periode van het kolonialisme, imperialisme en de sociale ongelijkheid. De stromingen van de romantiek, het communisme en het anarchisme ontstonden.
Elementen van de Victoriaanse levenshouding zijn: conservatisme, zelfvoldaanheid, strenge fatsoensnormen, nuchterheid en humorloosheid. De gegoede burger gaf de toon aan; vroomheid en ingetogenheid waren de deugden die een ieder moest beoefenen; uitingen van seksualiteit en erotiek waren in het openbare leven taboe. Typerend is ook dat het verschijnsel van de zogenaamde dubbele moraal op seksueel gebied (volstrekt verschillende normen voor man en vrouw) hoogtij vierde. Voor vrouwen was 'kuisheid' het belangrijkste ideaal. Voor mannen was het getolereerd, als ze dat maar niet al te publiekelijk verkondigden, om zich aan uitspattingen over te geven in de talloze informele bordelen die bijvoorbeeld Londen rijk was. De welvaart en zelfvoldaanheid van het burgerdom zijn weerspiegeld in de Victoriaanse stijl.
Over het algemeen was men overtuigd van de superioriteit van de westerse beschaving die de 'onbeschaafde' rest van de wereld moest 'redden van hun barbaarse gewoonten' en tot het christendom moest brengen (zie 'The white man's burden'). Een optimistisch vooruitgangsgeloof was de norm in Europa en Amerika dat standhield tot aan de Eerste Wereldoorlog.