Viktor Orbán

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Viktor Orbán

Viktor Orbán (Székesfehérvár, 31 mei 1963) is een Hongaars politicus. Van 1998 tot 2002 was hij minister-president van Hongarije. Sinds 2010 is hij dat opnieuw.

Vroege jaren[bewerken]

Orbán studeerde tussen 1981 en 1987 rechten in Boedapest, waarna hij enige tijd werkte voor het ministerie van Landbouw. In 1989 kon hij met een beurs van de Soros Foundations een jaar in Oxford studeren. Hij was in maart 1988 medeoprichter van Fidesz, toen nog de Bond van Jonge Democraten. Orbán kreeg grote bekendheid door in juni 1989 bij de herbegrafenis van Imre Nagy in het openbaar op te roepen tot vrije verkiezingen en terugtrekking van de Sovjet-troepen. Toen die verkiezingen in 1990 gehouden werden kreeg hij namens Fidesz een zetel in het parlement.

Aanvankelijk was Fidesz een los georganiseerde beweging, maar Orbán slaagde erin steeds meer zijn stempel op de partij te drukken. In 1993 kreeg hij de nieuwe functie van voorzitter. Geleidelijk schoof Fidesz ook inhoudelijk naar rechts. In de eerste jaren na 1990 werd er nog oppositie gevoerd tegen het conservatief-christelijk beleid van József Antalls MDF, maar geleidelijk kreeg Fidesz zelf een behoudende christelijke en nationalistische signatuur.

Het steeds kleiner wordende MDF werd rechts ingehaald, waarna Fidesz zich in de aanloop naar de verkiezingen van 1998 met de restanten van het MDF en de Partij van Kleine Landbouwers (FKgP) verbond om de Hongaarse Socialistische Partij (MSzP), te bestrijden. Met succes, de coalitie kreeg een parlementaire meerderheid en Orbán werd premier.

Premier en oppositieleider[bewerken]

Verzachting van de sociaaldemocratische bezuinigingspolitiek was een belangrijk thema in de verkiezingscampagne geweest, maar in feite bleef Fidesz in economisch opzicht een liberaal beleid voeren. Meer ophef was er over het voorstel dat de drie miljoen etnische Hongaren in de buurlanden met de statuswet toegang gaf tot het onderwijs, de gezondheidszorg en de arbeidsmarkt in Hongarije. Veel Hongaren vroegen zich af hoe ze die belofte ooit zouden kunnen waarmaken.

Viktor Orbán met de Amerikaanse president George W. Bush in 2001

Kritiek was er ook op de autoritaire regeerstijl van Orbán, die het aantal zittingen van het parlement verminderde en probeerde de macht van de parlementaire meerderheid te vergroten. Veel schade ondervond Orbán ten slotte van de schandalen die aan het licht kwamen, vooral bij coalitiepartner FKgP. Bij de verkiezingen van 2002 werd die partij weggevaagd, en verloor de coalitie de meerderheid.

Vanaf 2002 gold Orbán als oppositieleider, maar in het parlement voerde hij zelden het woord tijdens de vaak felle debatten. Ook de campagne voor de parlementsverkiezingen van 2006 was hard, waarbij het persoonlijk conflict tussen Orbán de sociaaldemocratische leider Ferenc Gyurcsány centraal kwam te staan. De coalitie van Fidesz en MDF verloor opnieuw nipt de verkiezingen.

Toen najaar 2006 een geheime toespraak werd gepubliceerd waarin Gyurcsány toegaf dat hij had gelogen over de economische situatie van het land, en dat er onrealistische verkiezingsbeloftes waren gedaan eiste Orbán het aftreden van de regering. Om die eis kracht bij te zetten werden er ter gelegenheid van de 50-jarig herdenking van de Hongaarse Opstand grote betogingen georganiseerd die uitliepen op gewelddadigheden.

Bij de verkiezingen van april 2010 behaalde Fidesz 263 van de 386 zetels, ofwel een meerderheid van ruim twee derde van het parlement. Op 14 mei installeerde president László Sólyom Orbán voor een nieuwe termijn als minister-president.

Veel beleidsruimte heeft de regering-Orbán niet. Het pakket van bezuinigingen dat de vorige ministersploeg overeenkwam met het IMF moet integraal worden uitgevoerd. Wel zocht de premier direct weer de confrontatie met de buurlanden door alle etnische Hongaren recht te geven op een Hongaars paspoort.

Orbán is getrouwd en heeft vijf kinderen. Hij heeft een calvinistische achtergrond.

Externe link[bewerken]