Dyab Abou Jahjah

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Abou Jahjah)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dyab Abou Jahjah
Abou Jahjah in 2008
Abou Jahjah in 2008
Algemene informatie
Geboren Hanin (Bent Jbeil, Libanon, 24 juni 1971
Nationaliteit Vlag van België België
Beroep auteur, politicus
Overig
Politiek Arabisch-Europese Liga

Dyab Abou Jahjah (Arabisch: دياب أبو جهجه, Hanin (Bent Jbeil, Libanon), 24 juni 1971) is een Belgisch auteur en politicus van Libanese afkomst. Hij is de oprichter en voormalig voorman van de Arabisch-Europese Liga (AEL), een beweging die wil opkomen voor de belangen van Arabische moslimimmigranten in Europa. Hij is de oprichter en voorman van Be.One, een postkapitalistische partij die pleit voor radicale gelijkheid.[1]

Opvattingen[bewerken]

Abou Jahjah bekende zich als een socialist,[2] Arabisch nationalist, moslim van cultuur maar niet van geloof.[3] Hij is een uitgesproken tegenstander van assimilatie als model voor het omgaan met verschillende culturen. Hij wil ook niet dat immigranten als gast worden behandeld maar als volwaardige burgers die hun eigen cultuur kunnen behouden. Hij zegt geïnspireerd te zijn door leven en werk van de Amerikaanse burgerrechtenactivist Malcolm X: eveneens moslim en tegenstander van assimilatie en melting pot.

Levensloop[bewerken]

Abou Jahjah werd geboren in Libanon op 24 juni 1971. Zijn vader, Khalil Abou Jahjah, was docent aan de Universiteit van Libanon te Saïda, specialist in de Arabische literatuur en houder van twee doctorstitels aan de Université Saint-Joseph te Beiroet. Hij is een sji'itisch moslim. Zijn moeder, Nanette Younes, is een christelijke (maronitische) onderwijzeres. Dyab Abou Jahjah groeide op in het zuiden van het land, dat in 1978 bezet werd door Israël tijdens Operatie Litani en later opnieuw tijdens de Israëlisch-Libanese Oorlog van 1982. Weerzin tegen de Israëlische inmenging in Libanon gedurende de Libanese Burgeroorlog werd een rode draad in zijn politieke leven.

In 1991, op 19-jarige leeftijd, verliet hij Libanon en vroeg asiel aan in België na dat eerst in Frankrijk te hebben geprobeerd.[4] Zijn asielaanvraag werd geweigerd, maar in 1996 werd Abou Jahjah Belgisch staatsburger door het huwelijk met een Belgische vrouw, van wie hij niet veel later scheidde. Hij behaalde een graad in de politieke wetenschappen aan de Université Catholique de Louvain. In 2000 richtte hij de Arabisch-Europese Liga (AEL) op in Antwerpen, alwaar vele inwoners wortels hebben in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Daarnaast kent deze stad een aanzienlijke groep Joden en toen ook het extreemrechtse Vlaams Belang als grootste partij in de gemeenteraad. De AEL kon van meet af aan rekenen op felle reacties. Voor de Belgische federale verkiezingen 1999 diende de AEL een gezamenlijke kieslijst in met de extreemlinkse Partij van de Arbeid van België onder de naam RESIST. In 2003 richtte de AEL de Moslim Democratische Partij (MDP) op, die lijsten indiende voor de Vlaamse verkiezingen 2004 in de provinciale kieskringen Antwerpen en Oost-Vlaanderen. In Antwerpen trok Abou Jahjah de lijst. In 2006 maakte hij bekend te stoppen met het voorzitterschap van de AEL en daar geen bestuurlijke functie meer te willen bekleden.[5]

Rond 17 juli 2006 reisde Abou Jahjah naar zijn vaderland Libanon tijdens de Israëlisch-Libanese Oorlog van 2006. Vlaams Belang eiste na zijn vertrek naar Libanon dat hij tot ongewenst persoon zou worden verklaard omdat hij in vreemde krijgsdienst zou zijn getreden. Na vier weken in Libanon keerde hij terug naar België. Later deelden zijn ouders mee dat hij niet met Hezbollah had meegevochten maar slechts bij hen had verbleven. Op 26 augustus 2006 liet Abou Jahjah weten in 2007 definitief naar zijn geboorteland te verhuizen.

In september 2013, na een tijd in Libanon gewoond te hebben, kondigde Abou Jahjah zijn terugkeer naar België aan.[6] Hierop pleitte André Gantman, fractieleider van N-VA in Antwerpen, voor de arrestatie van Abou Jahjah wegens vermeend lidmaatschap van Hezbollah, een terroristische organisatie.[7] Van januari 2014 tot en met eind 2016 schreef hij een wekelijkse column in de krant De Standaard. Knack riep hem uit tot de op drie na invloedrijkste allochtoon van België.[8] Begin oktober 2014 werd hij voorzitter van Movement X, een organisatie die zich keert tegen uitingen die zij als door racisme ingegeven stereotyperingen beschouwt, zoals het personage Zwarte Piet.[9]

In mei 2017 kondigden Abou Jahjah en ex-sp.a'er Ahmet Koç aan een partij te willen oprichten die staat voor een inclusieve samenleving en voor radicale gelijkheid.[10] Een half jaar later brak Abou Jahjah met Koç en ging verder met gewezen Agalev-senator Meryem Kaçar als nieuw boegbeeld. De nieuwe partij wil onder de naam Be.One deelnemen aan de Belgische lokale verkiezingen 2018 en de Europese, federale en gewestverkiezingen in 2019.[11]

Aanvaringen met het gerecht[bewerken]

Na rellen in 2002 te Borgerhout werd Abou Jahjah ervan beschuldigd dat hij zou hebben opgeroepen tot geweld. De rellen waren uitgebroken nadat een 27-jarige leraar van Marokkaanse afkomst was gedood door een buurman van Belgische afkomst. De AEL zette 'burgerpatrouilles' in die controleerden of de politie niet racistisch te werk ging. Premier Verhofstadt hield op 26 november 2002 voor het parlement een felle toespraak waar hij meldde dat "actie tegen Dyab Abou Jahjah" op komst was. Dezelfde avond werd Abou Jahjah te Deurne aangehouden op verdenking van de vorming van een privémilitie. Op 3 december 2003 werd hij vrijgelaten onder voorwaarden. Voor de vorming van een privémilitie werden hij en tien andere leden van de AEL op 1 juni 2006 door de raadkamer vrijgesproken. Er volgde een rechtszaak omtrent zijn betrokkenheid bij de rellen in 2002. De basis van de aanklacht werd gevormd door Artikel 66§4 uit het Belgisch Strafwetboek. Op 21 december 2007 werd hij in eerste aanleg veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf. Op 20 oktober 2008 werd hij in hoger beroep vrijgesproken.

Controverses[bewerken]

Naar eigen zeggen loog hij tijdens zijn asielaanvraag in België over een conflict met de leiding van de Hezbollah in de hoop op die manier als vluchteling erkend te worden.[4][12] Het huwelijk waarmee hij het Belgisch staatsburgerschap verwierf, wordt tevens als schijnhuwelijk aangemerkt.[4][13]

Als leider van de AEL deed Abou Jahjah enkele van zijn meest controversiële uitspraken. Na de terreuraanvallen van 11 september 2001 op de Verenigde Staten schreef Abou Jahjah dat hij en de meeste Arabieren die dag "iets dat niet kan worden beschreven als vreugde of geluk, maar als zoete wraak" voelden.[14] Tijdens een lezingenreeks in 2003 ter gelegenheid van de lancering van de Nederlandse tak van de AEL, zei Jahjah de sharia in te willen voeren.[15][16] Aan de Vlaamse krant Het Laatste Nieuws sprak hij in 2004 zijn steun uit voor het doden van westerse troepen in Irak: "Elke dode Amerikaanse, Britse of Nederlandse soldaat beschouw ik als een overwinning".[17] Na de executie van Saddam Hoessein op 30 december 2006 deelde Jahjah mee dat hoewel hij "nooit een fan geweest van Saddam Hoessein noch van zijn regime" hem toch te beschouwen als een martelaar en “diep verdriet en sympathie” voor Saddam te voelen. Hij had echter gehoopt dat de slachtoffers van Saddams regime in staat zouden zijn om Saddam zelf uit de macht te verdrijven.[18]

In 2009 werd Abou Jahjah uitgenodigd als spreker voor een Stop the War Coalition bijeenkomst en om de oprichting van de Britse tak van de International Union of Parliamentarians for Palestine (IUPFP) bij te wonen in het Lagerhuis op uitnodiging van Labour-parlementslid Jeremy Corbyn.[19] De oprichting werd ook bijgewoond door Hussein Hajj Hassan, een Libanees parlementslid voor Hezbollah. Na Abou Jahjahs bezoek aan het Verenigd Koninkrijk werd het hem door de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken, Jacqui Smith, op 3 april 2009 verboden het Verenigd Koninkrijk nog langer te betreden, omwille van zijn extreem geachte standpunten met betrekking tot het Midden-Oosten.[20]

Toen Antwerps burgemeester, Bart De Wever, na de aanslag op het Joods Museum in Brussel Joodse instellingen extra wilde beveiligen, noemde Jahjah hem in een tweet een "zionistenpijper", een kwalificatie waar hij later afstand van nam.[21]

In mei 2016 ontstond er ophef in Nederland toen De Bezige Bij bekendmaakte een boek van Abou Jahjah uit te zullen geven. Andere aan deze uitgeverij verbonden schrijvers spraken zich uit tegen deze plannen.[22] Ook de aankondiging van de VPRO dat Abou Jahjah in de zomer van 2016 te gast zou zijn in Zomergasten viel niet bij iedereen in goede aarde.[23]

In januari 2017 zette De Standaard Abou Jahjahs column bij die krant stop, nadat hij na de aanslag in Jeruzalem op 8 januari 2017‎ op Facebook had verklaard "dat de bevrijding van Palestina 'by any means necessary' moet gebeuren". De krant zag hierin dat Jahjah de aanslag legitimeerde en wou met het stopzetten duidelijk maken dat het daar niet achter staat.[24] De nieuwswebsite DeWereldMorgen.be publiceert sindsdien zijn wekelijkse column.

Bibliografie[bewerken]

  • Tussen twee werelden – De roots van een vrijheidsstrijd (autobiografie), Meulenhoff/Manteau, 2003
  • Dagboek Beiroet Brussel, Meulenhoff/Manteau, 2007
  • De stad is van ons, Pelckmans, 2014
  • Pleidooi voor radicalisering, De Bezige Bij, 2016