Afschaffing van de slavernij in Suriname

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Geplaatst:
23-06-2022
Genomineerd: verbetering nodig   Verbetering gevraagd!

Ten minste een van de mensen die meewerken aan Wikipedia vindt dat deze pagina in deze vorm niet binnen de Wikipedia-encyclopedie past.
De hiervoor opgegeven reden is: Het artikel is relevant, maar voldoet nog niet aan de standaarden van Wikipedia. Ook maar een zeer klein deel gaat over de afschaffing zelf, dat zou uitgebreid moeten worden

De pagina is daarom aangedragen op de beoordelingslijst. Daar is mogelijk ook een meer gedetailleerde reden voor de beoordelingsnominatie te vinden.

Help mee dit artikel te verbeteren, zodat het voldoet aan de conventies van Wikipedia.

Na plaatsing op de beoordelingslijst blijft dit artikel minstens twee weken staan, zodat eventuele bezwaren ingebracht kunnen worden. Als u het artikel zodanig kunt verbeteren dat daarmee de redenen voor verwijdering komen te vervallen, aarzel dan vooral niet om het te verbeteren. Vergeet niet om dit op de genoemde lijst te vermelden. Indien u van mening bent dat het artikel dusdanig is verbeterd en aangepast dat het wel binnen Wikipedia past, vraag dan op de lijst (of aan de nominator) of dit sjabloon verwijderd mag worden.

NB: deze melding dient te blijven staan tot de beoordelingsdiscussie afgesloten is.
Algemene informatie is te vinden op Wat Wikipedia niet is en de uitleg bij "te beoordelen pagina's".

(//)

Plantage

De slavernij begon in het Caribisch gebied met de komst van de Europese planters, die tot doel hadden veel winst te maken met de export van producten zoals suiker, koffie en katoen. Zij legden verschillende plantages aan in dit gebied en hadden veel arbeiders nodig. Aanvankelijk werden de Inheemsen ingezet om te werken op de plantages maar zij verzetten zich tegen de slavernij. In het Caribisch gebied, waarvan Suriname ook deel uitmaakt, was de West Indische Compagnie belast met de aanvoer van mannen en vrouwen uit de Westkust van Afrika. Deze mensen werden uit dit gebied gehaald omdat de West Indische Compagnie het monopolie had op de handel. De bedoeling hiervan was dat de Afrikanen dwangarbeid moesten verrichten op de suiker-, koffie- en katoenplantages in Suriname. In de eerste helft van de achttiende eeuw bedroeg het aantal plantages in Suriname driehonderd zes en negentig. De slaafgemaakten werden opgekocht door Engelse, Joodse- en Nederlandse planters die aan de Surinamerivier suikerplantages hadden aangelegd, waarvan honderd vijftien van deze plantages in bezit waren van de Joodse kolonisten. Zij werden gezien als kapitaalgoederen die veel geld kostten en zij kregen meerwaarde op de plantage waar zij werkten, naargelang de functie die zij uitoefenden en de beroepstraining die zij kregen. De eigenaars wilden zoveel mogelijk winst maken en zagen de slaafgemaakten als een instrument om dit doel te bereiken. De aanleg van een suikerplantage kostte veel geld maar voor de planters was dit een goede investering. De suikerproductie nam toe of verdubbelde tussen 1750 en 1863 ondanks het aantal suikerplantages terug liep van honderd een en veertig naar zes en tachtig. Gedurende de slavernij vluchtten ongeveer tien procent van de slaafgemaakten de bossen in en vormden hun eigen leefgemeenschappen. Het systeem van de slavernij kwam behalve door financieel-economische factoren steeds meer onder druk te staan door buitenlandse druk, de marronage, de oorlogen met de marrons en ook moreel-ethische druk van de abolitionisten die de slavernij wilden afschaffen. Eerst werd in 1808 de slavenhandel afgeschaft, waarna het een kwestie van tijd leek te zijn dat de totale afschaffing zou komen. Het heeft echter tot 1863 geduurd voordat de slavernij in Suriname werd afgeschaft, terwijl deze in de Britse koloniën reeds in 1833 en in de Franse koloniën in 1848 was afgeschaft. Ongeveer vier en dertig duizend slaafgemaakten in Suriname kregen op 1 juli 1863 formeel de vrijheid.

Een van de redenen waarom de slavernij in Suriname, een voormalig kolonie van Nederland, werd afgeschaft was dat de Nederlanders wilden voorkomen dat de slaafgemaakten een keer massaal zouden wegvluchten. Om de plantages voor algehele ondergang te behoeden kwam men met het Staatstoezicht. Dit wil zeggen dat de meeste van de vrijverklaarden nog tien jaren moesten werken als loonarbeiders. Na het Staatstoezicht ging men ertoe over immigranten uit Azie te laten overkomen naar Suriname. Deze immigranten werden als contractarbeiders ingezet op de plantages.