Anton de Kom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Anton de Kom
De Kom (ca. 1924)
Algemene informatie
Bijnaam Anton
Volledige naam Cornelis Gerhard Anton de Kom
Pseudoniem(en) Adekom
Ook bekend als Papa De Kom
Geboren 22 februari 1898
Geboorteplaats Paramaribo
Overleden 24 april 1945
Overlijdensplaats Kamp Sandbostel (Neuengamme)
Land Vlag van Suriname Suriname
Vlag van Nederland Nederland
Beroep schrijver, nationalist en verzetsstrijder
Werk
Jaren actief ca. 1933 - 1944
Genre Historie, politiek, essays
Thema's Kolonie Suriname, anti-kolonialisme
Bekende werken Wij slaven van Suriname
Uitgeverij Contact
Onderscheidingen Verzetsherdenkingskruis (1982)
Dbnl-profiel
Portaal  Portaalicoon   Suriname
Literatuur
Tweede Wereldoorlog
Beeld van Anton de Kom in Paramaribo

Cornelis Gerhard Anton de Kom (Paramaribo, 22 februari 1898Kamp Sandbostel (Neuengamme), 24 april 1945) was een Surinaamse anti-koloniale schrijver en nationalist. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was hij verzetsstrijder in Nederland.

Leven tot 1939[bewerken | brontekst bewerken]

De Kom werd geboren als zoon van de boer Adolf Damon de Kom en Judith Jacoba Dulder. Zijn vader was nog geboren in slavernij en behoorde toe aan de slavenmacht van plantage Molhoop, in eigendom toebehorend aan Hendrik Jan Veldwijk. Zijn naam is waarschijnlijk afgeleid van een plantage-eigenaar Mok.[1]

De Kom volgde de lagere school en de Mulo, en haalde het diploma boekhouden. Hij werkte bij de Balata Compagnieën Suriname en Guyana. Op 29 juli 1920 nam hij ontslag en verhuisde naar Haïti, waar hij ging werken bij de Societé Commerciale Hollandaise Transatlantique. In 1921 vertrok hij naar Nederland. Hij deed een jaar vrijwillig dienst bij de Huzaren. In 1922 ging hij bij een adviesbureau in Den Haag werken. Daar werd hij een jaar later wegens een reorganisatie ontslagen, waarna hij vertegenwoordiger in koffie, thee en tabak werd voor de Haagse koffiebranderij Reuser en Smulders. Hier leerde hij Petronella (Nel) Borsboom kennen, zijn latere echtgenote. Naast zijn werk was hij in tal van linkse organisaties actief, onder meer bij nationalistische organisaties van Indische studenten, en bij Links Richten.

De Kom vertrok op 20 december 1932 met zijn gezin naar Suriname, waar hij op 4 januari 1933 aankwam. Vanaf dat moment werd hij door het koloniale gezag scherp in de gaten gehouden. Hij vestigde een adviesbureau op het erf van het huis van zijn ouders. Op 1 februari werd hij gearresteerd terwijl hij met een grote groep aanhangers op weg was naar gouverneur A.A.L. Rutgers. Zowel op 3 februari als een dag daarna verzamelden zijn aanhangers zich voor het kantoor van de procureur-generaal, om vrijlating van De Kom te eisen. Op dinsdag 7 februari kwam een grote menigte bijeen op het Gouvernementsplein (later Oranjeplein en tegenwoordig het Onafhankelijkheidsplein). Het gerucht ging dat De Kom zou worden vrijgelaten. Toen de menigte het plein niet wilde verlaten opende de politie het vuur. Er vielen twee doden en dertig gewonden. Deze dag staat sindsdien bekend als Zwarte dinsdag.[2][3]

Zwarte Dinsdag in Paramaribo, 7 februari 1933

Op 10 mei werd De Kom op een schip naar Nederland gezet. Hij had weinig keuze; nog maandenlang vastzitten zonder vorm van proces, of met zijn gezin weer terugkeren naar Nederland. Hij vond in Nederland geen regulier werk en schreef verder aan zijn boek Wij slaven van Suriname dat in 1934 in gecensureerde vorm verscheen.[4] De Kom deed mee aan werklozenacties en werd in 1939 ingezet bij de Werkverschaffing. Voor de oorlog hield hij op communistische bijeenkomsten lezingen over het kolonialisme; hij had regelmatig contact met de Haagse communistische auteur Nico Wijnen.

De Kom als verzetsstrijder[bewerken | brontekst bewerken]

Na de Duitse inval in 1940, sloot De Kom zich aan bij het communistisch georiënteerde Nederlands verzet. Hij schreef op verzoek van Nico Wijnen artikelen voor het communistische verzetsblad De Vonk en later voor het Revolutionair Socialistische blad met dezelfde naam, waarvan hij een van de oprichters, de schrijver Jef Last kende.

Op 7 augustus 1944 werd hij gearresteerd voor de deur van zijn woning aan de Johannes Camphuysstraat 296 in het Haagse Bezuidenhout. Hij werd gevangengezet in de gevangenis van Scheveningen (Oranjehotel), en werd diezelfde maand overgeplaatst naar Kamp Vught. Begin september 1944 kwam hij in Sachsenhausen terecht, waar hij moest werken voor de Heinkel vliegtuigfabriek.

Overlijden[bewerken | brontekst bewerken]

De Kom en zijn vrouw Nel Borsboom (1926)

De Kom overleed op 24 april 1945 aan tuberculose in Kamp Sandbostel bij Bremervörde, een zogeheten buitenkamp van concentratiekamp Neuengamme. Hij werd begraven in een massagraf. In 1960 werden zijn stoffelijke resten gevonden en overgebracht naar Nederland. Ze zijn bijgezet op de erebegraafplaats te Loenen.[5]

Postuum werd hem in 1982 het Verzetsherdenkingskruis toegekend.

De Kom was gehuwd met Petronella Borsboom. Het echtpaar had vier kinderen. Hun zoon Cees de Kom woont in Suriname. Judith de Kom kreeg bekendheid als voordrachtskunstenares. Hun kleinzoon is de dichter en psychiater Antoine de Kom.[6]

De Koms geschriften[bewerken | brontekst bewerken]

Manuscript Ik haat het alledaagse zwoegen (1942)
(Uit de collectie van het Literatuurmuseum)

Van De Koms werken is veel verdwenen. Zijn belangrijkste werk is een historisch essay dat voor de nationale bewustwording van Surinamers van groot belang is geweest: Wij slaven van Suriname (1934). Van zijn ongepubliceerde roman Ons bloed is rood verschenen fragmenten (De vergadering en een later fragment) in het tijdschrift Buiten de Perken (1965, nrs. 50 en 54) naar aanleiding van de bewering van Jef Last in Het Vaderland dat híj de eigenlijke schrijver was - wat tot een heftige controverse leidde. Later verscheen een fragment in het tijdschrift Adek (1983, nr. 5), van het filmscript Tjiboe is een stuk opgenomen in de bloemlezing Verhalen van Surinaamse schrijvers (1989). In 1969 verschenen gedichten onder de titel Strijden ga ik (Stichting tot behoud en stimulatie van Surinaamse Kunst, Kultuur en Wetenschap). Zijn politieke geschriften en toespraken werden aangekondigd onder de titel A. De Kom spreekt door het Anton de Kom/Abraham Behr-Instituut, maar die uitgave is nooit verschenen.

Eind 2008 zorgde de Vereniging Ons Suriname ervoor dat een groot aantal literaire manuscripten boven water kwam. In de jaren zestig waren ze in leen gegeven aan Surinaamse studenten in Leiden en sindsdien spoorloos verdwenen. Het ging om enkele versies van het filmscenario Tjiboe, om delen van twee romans (Ons bloed is rood en Om een hap rijst).

Op 24 februari 2009 vond de overdracht plaats van het literaire archief van Anton de Kom - door zijn kinderen Ad en Judith - aan prof.dr. Michiel van Kempen van de Universiteit van Amsterdam. Het archief, dat ook de handschriften van De Koms gedichten bevat, werd beschikbaar gesteld voor onderzoekers middels digitalisering. Dit archief is overgedragen aan het Nederlands Letterkundig Museum in Den Haag.

In 2022 verscheen Anangsieh Tories, een bundel verhalen over de spin Anansi. De verhalen waren door De Kom in schriften opgetekend en werden door hem voor het slapengaan van zijn kinderen voorgelezen. De schriften zijn onderdeel van de collectie van het Literatuurmuseum.[7]

Canon van Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Op 22 juni 2020 werd de persoon Anton de Kom toegevoegd aan de Canon van Nederland, een overzicht van onderwerpen die iedere Nederlander over de Nederlandse geschiedenis zou moeten weten. In het kader daarvan schilderde Hedy Tjin de Muurschildering Anton de Kom aan het Anton de Komplein in Amsterdam.[8]

Muurschildering Anton de Kom

In dezelfde zomer schilderde Tjin samen met Dewy Elsinga de muurschildering De muur van Surinaamse en zwarte helden naast de ingang van het Hugo Olijfveldhuis, waar The Black Archives en Vereniging Ons Suriname gevestigd zijn. Op de muurschildering zijn, naast De Kom, de Surinaamse en zwarte helden Perez Jong Loy, Cindy Kerseborn, Sophie Redmond en Hugo Kooks afgebeeld.[9] Deze muurschildering werd op 3 december 2020 beklad met witte verf en stickers met de tekst Roetveeg Piet = Genocide.[10]

Vernoemingen[bewerken | brontekst bewerken]

In 1985 werd bij het geboortehuis van Anton de Kom aan de Anton de Komstraat (voorheen Pontewerfstraat) in Paramaribo een monument onthuld met de tekst Sranang mijn vaderland eenmaal hoop ik u weer te zien op de dag waarop alle ellende uit u weggewist zal zijn (foto uit 2016).[11]

Een aantal wegen, pleinen, bruggen, voordrachten en instituten is vernoemd naar De Kom. Een niet-complete lijst:

Anton de Kom-lezing[bewerken | brontekst bewerken]

Jaarlijks wordt er een Anton de Kom-lezing gehouden in het Verzetsmuseum Amsterdam. Deze lezing die aandacht vraagt voor de strijd tegen intolerantie en discriminatie in heden en verleden wordt al sinds 1999 gehouden en sinds 2007 naar hem vernoemd.

Publicaties[bewerken | brontekst bewerken]

Literatuur[bewerken | brontekst bewerken]

  • Boots, Alice en Woortman, Rob: Anton de Kom. Biografie, Amsterdam/Antwerpen 2009, Uitgeverij Contact
  • Bruijning, C.F.A. en Voorhoeve, J. (hoofdredactie): Encyclopedie van Suriname, Amsterdam/Brussel 1977, Uitgever Elsevier, blz. 489 (over de couppoging van Simon Sanches in 1947)
  • Ten Hove, Okke & Heinrich Helstone: Suriname en de Nederlandse Antillen: Vrijverklaarde slaven (Emancipatie 1863). Database ondergebracht bij het Nationaal Archief in Den Haag
  • A. de Kom zijn strijd en ideeën. Samengesteld door het Anton de Kom/Abraham Behr Instituut, Amsterdam 1989, Sranan Buku
  • Over zijn letterkundige werk: Van Kempen, Michiel: Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Breda 2003, De Geus, deel II, pp. 435, 480-481, 599-605.
  • Van Kempen, Michiel: 'Menschen zijn er nauwelijks om van deze schoonheid te genieten; Anton de Koms "Ons bloed is rood" als bron van literariteit.' In: Oso, tijdschrift voor Surinamistiek en het Caraïbisch gebied, jrg. 29 (2010), nr. 1, pp. 74-88.
  • Van Lier, Rudolf: Samenleving in een grensgebied. Een sociaal-historische studie van Suriname, Deventer 1971, Van Loghum Slaterus, pp. 278–282.
  • Op 24 april 2006 werd er een biografische documentaire over De Kom uitgezonden onder de titel Wij slaven van Suriname op Nederland 3.
  • Het Amsterdamse Stadsdeel-Zuidoost maakte een lespakket met dvd over Anton de Kom in 2009.
  • Ida Does, journaliste en documentairemaker, maakte in 2012 de documentaire Vrede, herinneringen aan Anton de Kom, over het leven van Anton de Kom, verteld door zijn kinderen, inmiddels tachtigers. De film werd op het Trinidad & Tobago Festival 2012 uitgeroepen tot beste korte film.
  • Amatmoekrim, Karin: De man van veel, Amsterdam 2013, Prometheus [in december 1939 wordt een Surinaamse man gedwongen opgenomen in een Haags gesticht. Aanvankelijk lijkt hij -op zijn afkomst na- niet veel anders dan de andere patiënten. In de gesprekken met zijn arts ontwikkelt zich echter een overweldigend beeld van een rijk leven van een man die bijna ten onder gaat aan zijn idealen.]

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]

Zie de categorie Anton de Kom van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.