Naar inhoud springen

Bijvoet-ooibos

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Dit is een oude versie van deze pagina, bewerkt door Pompidom (overleg | bijdragen) op 26 feb 2015 om 16:22. (Link naar doorverwijspagina Hommel verwijderd, met behulp van pop-ups)
Deze versie kan sterk verschillen van de huidige versie van deze pagina.
Bijvoet-ooibos
Bijvoet-ooibos met zwarte populier
Bijvoet-ooibos met zwarte populier
Syntaxonomische indeling
Klasse:Salicetea purpureae (Klasse van de wilgenvloedbossen en -struwelen)
Orde:Salicetalia
Verbond:Salicion albae (Verbond van de wilgenvloedbossen en -struwelen)
Associatie
Artemisio-Salicetum albae
Hommel, Stortelder & Zonneveld, 1999
Afbeeldingen op Wikimedia Commons Wikimedia Commons

Het bijvoet-ooibos (Artemisio-Salicetum albae) is een associatie uit de klasse van de wilgenvloedbossen en -struwelen, een plantengemeenschap van pioniersoorten die voorkomt in uiterwaarden en op rivierstranden die regelmatig overstromen, en die gedomineerd wordt door smalbladige wilgen.

Deze associatie komt in Nederland vrij algemeen voor langs de grote rivieren; in Vlaanderen is ze beperkt tot de Grensmaas.

Naamgeving, etymologie en codering

  • Nederlands: Struwelen met smalbladige wilgen langs snelstromende grindrivieren
  • Duits: Fazies von Avenella flexuosa mit neube- gründetem jungem Buchenbestand
  • Engels: Softwood shrubs with black poplar and willow
  • Syntaxoncode (Nederland): 38Aa01

De naam Artemisio-Salicetum albae is afgeleid van de wetenschappelijke namen van twee belangrijke soorten binnen deze associatie, de bijvoet (Artemisia vulgaris) en de schietwilg (Salix alba).

Kenmerken

Algemeen

Het bijvoet-ooibos komt voor in zeer dynamische plaatsen, vlak bij de rivier in uiterwaarden, op rivierstranden langs de grote rivieren en in zoetwatergetijdengebied. De bodem bestaat uit matig fijn tot matig grof, kalkrijk zand, eventueel gemengd met slib. De standplaatsen worden regelmatig overstroomd, maar drogen in de zomer uit wanneer de grondwaterspiegel tot meer dan 50 cm diepte zakt. De werking van het water maakt dat erosie en sedimentatie elkaar afwisselen, en dat het vele aangevoerde strooisel snel mineraliseert.

Buiten hun natuurlijke standplaatsen kan dit bostype ook aangetroffen worden op pas vergraven terreinen op zandbodems.

Structuur

Het bijvoet-ooibos is een pioniersvegetatie met een open, lage boomlaag die niet te onderscheiden is van de struiklaag.

De kruidlaag kan bestaan uit een- en tweejarige planten, of uit meerjarige planten met wortelstokken of bovengrondse uitlopers, afhankelijk van de dynamiek van het ooibos.

Een terrestrische moslaag is doorgaans afwezig, maar bij dichte groei en door de nabijheid van water, ontstaat een milieu met hoge luchtvochtigheid dat zeer gunstig is voor een rijke epifytenbegroeiing.

Onderverdeling

In het bijvoet-ooibos worden in België en Nederland twee sub-associaties onderscheiden.

Sub-associatie populetosum nigrae

Het bijvoet-ooibos met zwarte populier is een sub-associatie waarin de kensoort zwarte populier (Populus nigra) een belangrijke rol speelt. Syntaxoncode voor Nederland is 38Aa01a.

Sub-associatie agrostietosum stoloniferae

Het bijvoet-ooibos met fioringras is een sub-associatie met een belangrijk aandeel van fioringras (Agrostis stolonifera). Syntaxoncode voor Nederland is 38Aa01b.

Soortensamenstelling

Zwarte populier
Schietwilg
Katwilg
Grote brandnetel
Ruw beemdgras

Het bijvoet-ooibos heeft in Vlaanderen en Nederland één kensoort, de zwarte populier. Daarnaast komen ook de kensoorten van de klasse in dit bostype voor, vooral de dominante schietwilg en de katwilg.

In de kruidlaag zijn grote brandnetel en ruw beemdgras dominant. De associatie kan onderscheiden worden van beide andere associaties in het verbond, het lissen-ooibos en het veldkers-ooibos, door de aanwezigheid van ruigtesoorten als de akkerdistel, boerenwormkruid en bijvoet, en van pioniersoorten als de grote weegbree, vijfvingerkruid en zilverschoon.

In dit bostype kunnen regelmatig neofyten gevonden worden, zoals het bezemkruiskruid, de late stekelnoot en de reuzenbalsemien.

De voor België en Nederland belangrijkste soorten zijn:

Kensoort Diff.soort Presentie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
Boomlaag
kA >10% Zwarte populier Populus nigra
kK >70% Schietwilg Salix alba
kK >50% Katwilg Salix viminalis
kK >40% Amandelwilg Salix triandra
kK <10% Bittere wilg Salix purpurea
kK <10% Kraakwilg Salix fragilis
Struiklaag
-
Kruidlaag
>80% Grote brandnetel Urtica dioica
>70% Ruw beemdgras Poa trivialis
dS >60% Fioringras Agrostis stolonifera t.o.v. sub-associatie agrostietosum stoloniferae
dA >60% Akkerdistel Cirsium arvense t.o.v. andere associaties van het verbond
>50% Rietgras Phalaris arundinacea
>50% Kruipende boterbloem Ranunculus repens
>40% Reukeloze kamille Tripleurospermum maritimum
>40% Hondsdraf Glechoma hederacea
dA >40% Bijvoet Artemisia vulgaris t.o.v. andere associaties van het verbond
>40% Dauwbraam Rubus caesius
dA >40% Vijfvingerkruid Potentilla reptans t.o.v. andere associaties van het verbond
dA Boerenwormkruid Tanacetum vulgare t.o.v. andere associaties van het verbond
dA Grote weegbree Plantago major t.o.v. andere associaties van het verbond
dA Zilverschoon Potentilla anserina t.o.v. andere associaties van het verbond
dA Akkerkers Rorippa sylvestris t.o.v. andere associaties van het verbond
Herik Sinapsis arvensis
Bezemkruiskruid Senecio inaequidens Neofyt
Late stekelnoot Xanthium strumarium Neofyt
Reuzenbalsemien Impatiens glandulifera Neofyt
Moslaag
-

Verspreiding en voorkomen

Het bijvoet-ooibos is overal te vinden in de laaglanden van Europa langs de grote rivieren.

In Nederland komt het vooral voor langs de Waal, de Gelderse IJssel, de Rijn, de Lek en de Maas, en in het zoetwatergetijdengebied.

In Vlaanderen is deze associatie beperkt tot de vallei van de Grensmaas.

In beide landen is door de natuurontwikkeling van de laatste jaren de associatie in oppervlakte toegenomen.