Blauwgrasland

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Blauwgrasland
Blauwe zegge (Carex panicea)
Blauwe zegge (Carex panicea)
Syntaxonomische indeling
Klasse: Molinio-Arrhenatheretea (Matig voedselrijke graslanden)
Orde: Molinietalia
Verbond: Junco-Molinion
Associatie
Cirsio dissecti-Molinietum
Westhoff, Dijk & Passchier, 1942

Blauwgrasland (Cirsio dissecti-Molinietum) is een associatie uit de klasse van de matig voedselrijke graslanden, een bijzonder soortenrijke plantengemeenschap van schraal nat grasland dat voorkomt op voedselarme, natte gronden, overwegend in beekdalen en laagvenen. De bodem mag noch te voedselrijk, noch te zuur zijn.

Verspreiding en voorkomen[bewerken]

In het verleden waren er in de Nederlandse laagveengebieden, maar ook in (of vaker aan de randen van) de beekdalen van de zandprovincies grote oppervlakten blauwgrasland. Er wordt geschat dat er in het begin van de twintigste eeuw in Nederland ca. 30.000 hectare blauwgrasland voorkwam.[1]  Door wat toen als 'kwaliteitsverbetering' gezien werd, zoals het gebruik van kunstmest, verlaging van de grondwaterstand en ook wel door verzuring is er nog maar heel weinig van dit vegetatietype bewaard gebleven. Eigenlijk rest er in 2016 nog slechts ca. 30 hectare[1], hoewel men sommige gedegenereerde blauwgraslanden nog hoopt te kunnen herstellen. Alle blauwgraslanden liggen tegenwoordig in natuurreservaten. In 2016 probeert Natuurmonumenten ten zuiden van Den Bosch ca. 100 hectare blauwgrasland te herstellen.[1] In het ook in de omgeving van Den Bosch gelegen natuurgebied De Moerputten bestaan nog kleine gedeelten blauwgrasland.

Naamgeving, etymologie en codering[bewerken]

De naam Cirsio dissecti-Molinietum is afgeleid van de wetenschappelijke namen van twee kensoorten binnen de associatie, de spaanse ruiter (Cirsium dissectum) en het pijpenstrootje (Molinia caerulea).

Volgens de overlevering, mogelijk afkomstig van de bekende vegetatiekundige Victor Westhoff, is de term blauwgrasland terug te voeren op de blauwachtig gekleurde grassen die er groeien. Hoewel er onloochenbaar verschillende duidelijk blauwachtige soorten voorkomen, is die kleur ook bij kerngezonde blauwgraslanden maar zelden over grotere oppervlakken te ontdekken. Er zou ook sprake kunnen zijn van een historisch gegroeide vergissing. In sommige dialecten wordt het woord 'blauw' behalve voor de kleur namelijk ook gebruikt in de betekenis van 'kwalitatief minderwaardig', zoals in de uitdrukking 'een blauwe maandag'. Het zou een zinnige verklaring zijn omdat het nadrukkelijk een type schraal-land betreft.

Vegetatie[bewerken]

De vegetatie kan gelijkenis vertonen met die van heischrale graslanden, natte heiden en/of kleine-zeggemoerassen.

Soortensamenstelling[bewerken]

Spaanse ruiter

Belangrijke soorten zijn blauwe zegge en pijpenstrootje, maar ook borstelgras, tandjesgras en witbol komen hier voor. In blauwgraslanden kunnen verder opvallend veel zeldzame plantensoorten voorkomen (al dan niet van de rode lijst) zoals Parnassia palustris, blauwe knoop, moerasviooltje, dopheide, zonnedauw, spaanse ruiter, melkeppe, gewone vleugeltjesbloem, heidekartelblad, klokjesgentiaan, veenpluis, gagel, welriekende nachtorchis en gevlekte orchis.

De associatie heeft voor België en Nederland als belangrijkste soorten:

Vlozegge
Klein glidkruid
Blauwe knoop

Boomlaag[bewerken]

Geen soorten

Struiklaag[bewerken]

Geen soorten

Kruidlaag[bewerken]

Kensoort Diff.soort Abundantie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kA D Spaanse ruiter Cirsium dissectum
kA D Blauwe zegge Carex panicea
kA A Blonde zegge Carex hostiana
kA A Vlozegge Carex pulicaris
kA F Cirsium ×forsteri hybride Spaanse ruiter × Kale jonker
kA O Klein glidkruid Scutellaria minor
kV A Blauwe knoop Succisa pratensis
kV A Biezenknoppen Juncus conglomeratus
kV O Melkviooltje Viola persicifolia
kO A Kale jonker Cirsium palustre
kO A Kleine valeriaan Valeriana dioica
kO A Ruw walstro Galium uliginosum
kO A Veelbloemige veldbies Luzula multiflora
kA F Wilde bertram Achillea ptarmica
kA F Lidrus Equisetum palustre
kA F Gewone engelwortel Angelica sylvestris
kK A Gestreepte witbol Holcus lanatus
kK A Scherpe boterbloem Ranunculus acris
kK A Knoopkruid Centaurea jacea
kK A Gewone brunel Prunella vulgaris
kK F Pinksterbloem Cardamine pratensis
kK F Veldzuring Rumex acetosa
kK O Grote pimpernel Sanguisorba officinalis
kK O Vogelwikke Vicia cracca
kK O Rode klaver Trifolium pratense
kK O Beemdlangbloem Festuca pratensis
kK O Gewone hoornbloem Cerastium fontanum

Fauna[bewerken]

Als fauna komen in blauwgrasland voor de vlinder pimpernelblauwtje, de moerassteekmieren, de vogels veldleeuwerik, gele kwikstaart, rietgors en kwartelkoning.[1]

Boompjesmos

Moslaag[bewerken]

Kensoort Diff.soort Abundantie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Opmerking
kO F Boompjesmos Climacium dendroides
kK F Gewoon haakmos Rhytidiadelphus squarrosus