Brachauchenius

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Brachauchenius
Fossiel voorkomen: Barremien-Cenomanien
(~ 130 - 93,5)
Brachauchenius lucasi2DB.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Chordata (Chordadieren)
Klasse: Reptilia (Reptielen)
Orde: Plesiosauria
Onderorde: Pliosauroidea
Familie: Pliosauridae
Geslacht
Brachauchenius
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Reptielen

Brachauchenius is een geslacht van uitgestorven zeereptielen van de orde Plesiosauria. Het was een pliosauriër, wat inhoudt dat het een vleeseter was die misschien zelfs langnekkinge verwanten heeft aangevallen.

Voorkomen[bewerken]

Brachauchenius leefde in de zeeën rondom het Amerikaanse continent van het midden van het Vroeg-Krijt tot het begin van het Laat-Krijt (~ 130 - 93,5 miljoen jaar geleden). Het was daarmee de laatste echte pliosauriër in Noord-Amerika. Brachauchenius en verwanten werden in het Laat-Krijt vervangen door de op hen lijkende polycotyliden zoals de Polycotylus die nauwer verwant waren aan de langnekkige plesiosauriërs. Rond de tijd dat de laatste Brachauchenius de Aarde bevolkten, begonnen zich in Afrika al vroege Polycotyliden zoals de Thililua en de Manemergus te ontwikkelen. Fossielen van dit zeereptiel zijn gevonden in de Verenigde Staten (Kansas) en Colombia.

Uiterlijk en leefwijze[bewerken]

Brachauchenius was nauw verwant aan Kronosaurus, een andere pliosauriër uit het Krijt. Deze leefde echter rond dezelfde tijd als de vroege Brachauchenius-soorten, maar stierf al uit toen Brachauchenius nog op aarde rondzwom. Brachauchenius was met een gemiddelde lengte van 8 meter iets kleiner dan zijn vroegere verwant. Er zijn echter exemplaren gevonden die tot 10 meter lang werden. De schedel van Brachauchenius was net als die van Kronosaurus enorm groot en robuust gebouwd. Met zijn gestroomlijnde lichaam en zijn vier grote, peddelvormige vinnen was Brachauchenius een snelle zeebewoner. Met het voorste paar zwempoten werden op- en neergaande bewegingen gemaakt, waardoor het water naar achter werd geduwd en het dier naar voren ging. De korte staart diende vooral als roer. Van tijd tot tijd moest Brachauchenius naar het wateroppervlak om te ademen. In tegenstelling tot de meeste mariene reptielen, die hun neusgaten moeten sluiten onderwater, had Brachauchenius een neus die zo ontwikkeld was dat dit dier in staat was onderwater te ruiken en tegelijkertijd zijn adem in te houden. Naast dit reukvermogen had deze pliosauriër ook een goed zicht gezien de grote ogen. Brachauchenius had een korte hals en een grote, afgeplatte kop, waarin zich lange tanden en krachtige kaken bevonden. De schedel was tot 1.7 meter lang. De voortanden waren vlijmscherp en bedoeld voor het scheuren van vlees, terwijl de achterste tanden ronder waren en gebruikt werden voor het kraken van de schelpen van ongewervelde zeedieren zoals ammonieten. Brachauchenius voedde zich onder meer met pijlinktvissen, haaien, grote beenvissen, zeeschildpadden, ichthyosauriërs en zelfs zijn verwanten, de plesiosauriërs. Gefossileerde plesiosauriërs en schildpadden zijn bekend als maaginhoud bij gevonden exemplaren van Kronosaurus. Het is onduidelijk of de pliosauriërs levendbarend waren of dat ze, net als de moderne zeeschildpadden, aan land moesten gaan om hun eieren te leggen. Deze laatste mogelijkheid lijkt echter niet heel waarschijnlijk gezien de lengte en het gewicht van Brachauchenius.

Ecologie[bewerken]

Brachauchenius leefde samen met de andere pliosauriërs Plesiopleurodon en Polyptychodon, de elasmosauriërs Thalassomedon en Libonectes, de vroege polycotylide Edgarosaurus, de vroege mosasauriërs Dallasaurus en Russellosaurus, de slangachtige, de mariene krokodilachtige Terminonaris, de mariene hagedis Adriosaurus en de tanddragende zeevogels Baptornis, Hesperornis en Ichthyornis.

Bronnen, noten en/of referenties

Literatuur

  • Everhart, M. (2009). Zeemonsters. Prehistorische wezens uit de diepte. National Geographic. ISBN 90 5956 061 2
  • Lambert, D., & Naish, D., & Wyse, E. (2002) Lexikon der Dinosaurier und anderer Tiere der Urzeit. Dorling Kindersley, München. ISBN 3-8310-0342-4