Carnitine

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
L-Carnitine
Structuurformule en molecuulmodel
Structuurformule van L-carnitine
Structuurformule van L-carnitine
Algemeen
Molecuulformule
     (uitleg)
C7H15NO3
IUPAC-naam (3R)-3-hydroxy-4-trimethylazaniumylbutanoaat
Andere namen L-carnitine, (R)-(-)-carnitine, levocarnitine, vitamine BT, bicarnesine
Molmassa 161,1989 g/mol
SMILES
C[N+](C)(C)C[C@@H](CC(=O)[O-])O
InChI
1/C7H15NO3/c1-8(2,3)5-6(9)4-7(10)11/h6,9H,4-5H2,1-3H3/t6-/m1/s1
CAS-nummer 541-15-1
PubChem 10917
Beschrijving Kleurloze kristallen
Waarschuwingen en veiligheidsmaatregelen
Schadelijk
Waarschuwing
H-zinnen H315 - H319 - H335
EUH-zinnen geen
P-zinnen P261 - P305+P351+P338
Fysische eigenschappen
Aggregatietoestand vast
Smeltpunt 196–197 °C
Oplosbaarheid in water 2500 g/l
Goed oplosbaar in water
Nutritionele eigenschappen
Type nutriënt antioxidant, vetverbrander
Essentieel? neen
Komt voor in spierweefsel, rood vlees, zuivel
Waar mogelijk zijn SI-eenheden gebruikt. Tenzij anders vermeld zijn standaardomstandigheden gebruikt (298,15 K of 25 °C, 1 bar).
Portaal  Portaalicoon   Scheikunde

Carnitine is een quaternair ammoniumzout dat gesynthetiseerd wordt uit de aminozuren lysine en methionine. Dit gebeurt voornamelijk in de lever en in de nieren. Carnitine staat in voor het transport van vetzuren van het cytoplasma naar de mitochondriën, de energieproducenten van de cel. De natuurlijke vorm - en de enige met biologische activiteit - is het optisch isomeer L-carnitine (of levocarnitine).

Functie[bewerken]

Carnitine speelt een belangrijke rol in de energieproductie van het lichaam. Bij een tekort aan carnitine treden er problemen op bij de verbranding van vetzuren, waardoor vermoeidheid en gewichtstoename ontstaan. Verder is carnitine een antioxidant en heeft het een beschermende werking op het hart en bloedvaten. De geacetyleerde vorm, acetyl-L-carnitine, is vooral werkzaam in de hersenen en heeft daar een soortgelijke functie. Carnitine komt in alle weefsels van het lichaam voor.

Bron[bewerken]

L-carnitine komt vrijwel uitsluitend in dierlijke producten voor (caro, genitivus carnis betekent vlees in het Latijn). Het lichaam maakt zelf in de nieren en de lever carnitine aan uit de aminozuren lysine en methionine, met de hulp van vitamine C. Een vegetarische voeding is vaak arm aan lysine en methionine, maar de absorptiecapaciteit van carnitine is bij hen aanmerkelijk groter dan bij vleeseters, zodat in de praktijk zelden tekorten ontstaan.[1] L-carnitine wordt al sinds het eind van de tachtiger jaren van de 20e eeuw toegevoegd aan zuigelingenvoeding. Een goede bron van carnitine is rood vlees zoals paardenrookvlees of rosbief.

L-carnitine is een veelvoorkomend ingrediënt in voedingssupplementen met een vermeende vetverbrandende werking. De gedachte hierachter is dat door L-carnitine rondom krachtinspanningen, zoals bijvoorbeeld een cardiotraining, te gebruiken lichaamsvet wordt gebruikt om energie te leveren voor de prestatie. Hiervoor bestaat echter onvoldoende eenduidig wetenschappelijk bewijs.