Chronische pijn

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Esculaap Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Chronische pijn
Coderingen
ICD-10 R52.1 - R52.2
ICD-9 780.96
MedlinePlus 002164
eMedicine search/chronic%20pain
Portaal  Portaalicoon   Geneeskunde

De algemeen gebruikelijke definitie van chronische pijn is pijn die langer aanhoudt dan 3 tot 6 maanden. Enkele veel voorkomende voorbeelden zijn: chronische rugpijn, chronisch bekkenpijnsyndroom, chronische hoofdpijn, fantoompijn, oncologische pijn (pijn die verband houdt met kanker) en reflexdystrofie.

Soorten chronische pijn[bewerken | brontekst bewerken]

Benigne versus maligne pijn[bewerken | brontekst bewerken]

Als er sprake is van een maligniteit, oftewel kanker als oorzaak van de pijn, dan spreekt men van oncologische pijn. Maligne betekent kwaadaardig. Voorbeelden zijn uitzaaiingen in de botten of lever. Indien er geen oncologische oorzaak is, zoals bij bijvoorbeeld rugpijn na een herniaoperatie, spreekt men van benigne pijn (goedaardig).

Nociceptieve versus neuropathische pijn[bewerken | brontekst bewerken]

Pijn die ten gevolge van weefselschade ontstaat heet nociceptieve pijn (weefselpijn). Daarnaast bestaat er pijn vanuit het zenuwstelsel zelf: neuropathische pijn ofwel neuralgie (zenuwpijn). Zenuwpijn heeft vaak een meer branderig karakter en kan ook pijn geven door aanraking, door (knellende) kleding of lakens die 's nachts over de voeten wrijven. Symptomen zijn: een branderig gevoel, tintelingen, elektrische schokken, 'mieren' in de benen, het overdreven voelen of te weinig voelen van een warmte- of koude prikkel. Zenuwpijn heeft een andere oorzaak dan nociceptieve pijn en behoeft dermate ook een andere behandeling. De verleiding bestaat bij de patiënt om hiervoor steeds meer en steeds sterkere pijnstillers te nemen. De klassieke pijnstillers zullen echter geen effect hebben bij pure neuropathische pijn.

Veel pijnvormen zijn echter gemengde pijn, namelijk een combinatie van nociceptieve en neuropathische pijn, zoals chronische lage rugpijn. In 30% van de gevallen heeft chronische lage rugpijn een neuropathische pijncomponent.

Een groot probleem is de idiopatische chronische pijn, zonder dat er organische afwijkingen aan ten grondslag liggen (zie ook pijnstoornis).

Pijnbehandelingen[bewerken | brontekst bewerken]

De pijnbehandeling heeft vaak een multidisciplinair karakter, waarbij naast de oorzakelijke behandeling ook de gevolgen van pijn en het ermee omgaan een belangrijke rol spelen. Indien de oorzaak maligne is (kankerpijn) wordt de behandeling vaak palliatieve pijnbestrijding of terminale pijnbestrijding genoemd.

Medicamenten[bewerken | brontekst bewerken]

Medicamenten kunnen worden ingedeeld in pijnstillers (analgetica) en de andere middelen. Pijnstillers worden in klassen ingedeeld en toegepast volgens de WHO-ladder. Lichtere middelen zijn paracetamol, iets zwaardere middelen zijn de NSAID's zoals diclofenac en ibuprofen. Ten slotte zijn er de opiaten.

Pijntillers:

Overige medicamenten:

Blokkades[bewerken | brontekst bewerken]

Op diverse plaatsen in het lichaam kunnen blokkades worden toegepast:

Men kan gebruikmaken van hoge temperatuur (thermolaesie), lage temperatuur (cryocoagulatie) en lasertherapie.

Neurostimulatie[bewerken | brontekst bewerken]

Voorbeelden zijn transcutane elektrische neurostimulatie (TENS) en epidurale spinale elektrische stimulatie (ESES). Transcraniële magnetische stimulatie (TMS) en gepulste elektromagnetische velden zijn experimentele behandelingen met magnetische velden waar veel onderzoek aan gedaan wordt.

Psychologische behandelingen[bewerken | brontekst bewerken]

Psychologische behandelingen zoals gespreks- en gedragstherapieën zijn bedoeld de mensen te helpen beter met hun pijn om te gaan en zo beperkingen en stress te verminderen. Een Cochrane review van 2020 bekeek de effecten van deze verschillende behandelingen op chronische pijn die niet te maken heeft met kanker of hoofdpijn. In deze review werden 75 studies opgenomen over mensen met fibromyalgie, lage rugpijn, reumatoïde artritis en mengelingen daarvan. Volgende behandlingen werden bekeken: gedragstherapie, cognitieve gedragstherapie en Acceptance and Commitment Therapy en dit tot drie jaar na het beëindigen van de therapie. Over de resultaten van gedragstherapie en Acceptance and Commitment Therapy is onzekerheid. Tegenover mensen die geen behandeling krijgen, voelen de mensen met cognitieve gedragstherapie iets minder pijn en stress op het einde van hun therapie of 12 maanden later. Ze ervaren ook iets minder beperkingen. Ook in vergelijking met mensen die een niet psychologische behandeling krijgen, treden deze zelfde resultaten op.[2]

Overige therapieën[bewerken | brontekst bewerken]

Pijnbehandelcentra[bewerken | brontekst bewerken]

Vanuit de anesthesiologie zijn er in Nederland pijnbehandelcentra ontstaan. Hier wordt vaak multidisciplinair gewerkt.

Betrokken specialismen[bewerken | brontekst bewerken]

Bij de pijnbehandeling zijn er naast de anesthesiologie ook neurologie, revalidatiegeneeskunde en psychiatrie betrokken bij de behandeling. Ook paramedische disciplines zoals fysiotherapie, psychologie, ergotherapie en maatschappelijk werk spelen een belangrijke rol.

Externe links[bewerken | brontekst bewerken]