Climax (stijlfiguur)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een climax is een veelgebruikt stijlfiguur voor een hoogtepunt, waarnaar wordt toegewerkt doordat in een opsomming (enumeratie) van gelijksoortige elementen hun betekenis steeds in kracht toeneemt. Deze definitie is niet geheel correct, daar het bij een climax (van het Grieks κλῖμαξ klimax, wat "trap" of "ladder" betekent) gaat om de stijging naar het hoogtepunt. Het is echter dusdanig ingeburgerd in de taal dat bij het gebruik van het woord ervan uitgegaan mag worden dat hoogtepunt bedoeld wordt. De climax als stijlfiguur wordt vooral toegepast in de retorica en in literaire teksten. Het tegenovergestelde is een anticlimax.

In literaire teksten wordt een climax vaak in verband gebracht met de spanningsboog van het verhaal; waarbij de intensiteit (spanning) toe neemt, om zo tot een hoogtepunt (of keerpunt) van een vertelling te komen. Een voorbeeld is de 'Hero's Journey'. In de retoriek wordt een climax meestal gebruikt in de vorm van een opsomming (enumeratie) van gelijksoortige elementen waarvan de betekenis in kracht toeneemt om zo het argument (het hoogtepunt waar naar toe gewerkt is) te onderbouwen.

Voorbeeld[bewerken]

  • Hij voldoet, neen... doet het goed, neen... uitstekend, neen... hij is de allerbeste.

Foutief gebruik van het woord Climax[bewerken]

  • De director wist de spanning in de film goed op te bouwen, maar de climax viel zwaar tegen.
Genres epiek: anekdote · ballade · epos · fabel · gedicht · genre · inleiding · kort verhaal · legende · mythe · novelle · parabel · raamvertelling · reisverhaal · roman · saga · sage · sprookje · verhaal · vignet · volksballade · volksverhaal
Verloop: catharsis · cliffhanger · climax · deus ex machina · epiloog · fabel · plot · plotpoint · proloog · synopsis · verhaallijn
Begin en einde: ab ovo · in medias res · in ultimas res · incipit · openingszin · terminus
Personage: aangever · alter ego · alteriteit · antagonist · antiheld · bijfiguur · bijrol · booswicht · byroniaanse held · copresentator · deuteragonist · flat character · held · hoofdpersoon · hoofdrol · personage · protagonist · round character · tritagonist · typetje · uitverkorene · underdog
Spanning: cliffhanger · spanning
Vertelperspectief: afwisselende perspectief · auctoriële verteller · ik-perspectief · onbetrouwbare verteller · personele verteller · point of view
Vertelinstantie: focalisatie · homodiëgetische vertelling · heterodiëgetische vertelinstantie · rhema · vrije indirecte rede
Samenhang & verband: plot · rode draad · verhaallijn
Motief & thema: abstract motief · concreet motief · leidmotief · motto · thema
Tijd & ruimte: eenheidsconventie · kalendertijd · mise en abyme · opschuivende tijdlijn · praesens historicum · tijdverruiming · verteltijd · vertelde tijd
Stijl: dramatische ironie · red herring · shooting the messenger · register · stijl · stream of consciousness · suspension of disbelief · show, don't tell · verteltechniek
Stijlperiode: middeleeuwen · renaissance · maniërisme · barok · verlichting · sentimentalisme · preromantiek · romantiek · realisme · impressionisme · naturalisme · neoromantiek · symbolisme · expressionisme · constructivisme · dadaïsme · surrealisme · nieuwe zakelijkheid · magisch realisme · existentialisme · vijftigers · modernisme · postmodernisme
Studie: driehoek van Petersen · narratologie · verhaalanalyse