Deus ex machina (verhaallijn)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Medea's vlucht door de lucht in de wagen van de god van de zon. (Grieks theater van Syracuse, 2009, regie Krzysztof Zanussi)

Deus ex machina (Latijn: "god uit een machine") is een narratieve techniek waarbij er sprake is van een onverwachte ontknoping van een verhaal. Men spreekt van een deus ex machina als de plot van een verhaal, plotseling en niet logisch voortkomend uit wat eraan voorafging, door iets of iemand tot een einde wordt gebracht. Dat kan variëren van het ingrijpen van een goddelijk of bovennatuurlijk personage tot de introductie van een wapen met een superkracht. De term is een leenvertaling van het Griekse apo mêkhanês theos (ἀπὸ μηχανῆς θεός). Het meervoud is dei ex machina.

Klassiek theater[bewerken]

De term vindt zijn oorsprong in het klassieke Griekse en Romeinse theater waar een schrijver een verhaallijn, die niet verder ontwikkeld kon worden, vaak oploste door een god ten tonele te voeren. De tekst van het goddelijk personage bood de schrijver de gelegenheid de eraan voorafgaande dramatische handeling binnen een bespiegelend en moralistisch kader te plaatsen en het verhaal op bovennatuurlijke wijze tot een goed of kwaad einde te brengen. De ‘wonderbaarlijke verschijning’ doemde op en verdween met behulp van toneelmachinerie (een voor het publiek onzichtbaar systeem van kabels, gewichten en katrollen).[1]

Euripides behoort tot de eersten die het effect gebruikt en gebruikte dit ook vaker dan andere schrijvers in zijn tragedies. Zo verschijnen in zijn Hippolytos, Iphigeneia in Tauris, Orestes, Helena en Andromache respectievelijk Artemis, Athena, Apollo, Kastor en Thetis. Tijdens het laatste epeisodion van Euripides' Medea stijgt de titelheldin ten hemel in de met gevleugelde draken bespannen wagen van de zonnegod Helios. In Philoktetes van Sophokles verschijnt Herakles. In Vondels Gijsbrecht van Aemstel biedt Aartsengel Rafaël een oplossing. Ook in het muziektheater biedt de personificatie of het ingrijpen van een god (of van een goddelijke boodschapper) geregeld troost en uitkomst.

Modern gebruik[bewerken]

Al gaat het niet meer altijd om een 'goddelijke' ingreep, ook hedendaagse schrijvers van fictie kiezen er regelmatig voor een verhaal tot een 'uit de lucht gevallen' einde te brengen.[2] Ook in computerspellen,[3] in scenario's van film- en tv-producties en stripverhalen kiezen schrijvers er soms voor een plot af te ronden via een onwaarschijnlijke of bovennatuurlijke gebeurtenis. Een dergelijke wending in een verhaal kan een dramaturgische 'noodgreep’ zijn. Een andere mogelijkheid is dat de wonderbaarlijke ontwikkeling geboren wordt uit de behoefte van de auteur de grenzen van logica en werkelijkheid te overschrijden.

Kritiek[bewerken]

Het gebruik van een deus ex machina wordt doorgaans niet gewaardeerd door critici. De argumenten zijn dat het de geloofwaardigheid van een verhaal aantast en zou getuigen van een gebrek aan inventiviteit. Deze kritiek geldt voor oplossingen die losstaan van de dramatische ontwikkeling, zoals een goddelijke ingreep, maar ook redders die "toevallig" net op tijd komen of een protagonist die wakker wordt en merkt dat zijn avontuur slechts een droom is. Dergelijke wendingen worden beschouwd als noodgrepen van schrijvers die geen logisch einde aan hun verhaal kunnen maken. Die visie bestond al in de Griekse oudheid. Aristoteles bekritiseerde in zijn Poetica een bovennatuurlijke ontknoping zoals die vaak voorkwam in tragedies. Hij was van mening dat de verhaallijn dient te worden afgerond met een dramatische oplossing die logisch voortkomt uit de voorafgaande actie in het verhaal zelf. Alleen zo kan de hoofdpersoon het inzicht verkrijgen (en aan het publiek overdragen) dat het noodlot dat hem treft het onontkoombare gevolg is van zijn eigen handelen. Een kunstgreep als een deus ex machina zou het publiek onbevredigd achterlaten, doordat de toeschouwer geen loutering ondergaat, wat volgens Aristoteles het uiteindelijke doel van de tragedie was.

Genres epiek en tekstsoort: anekdote · ballade · broodjeaapverhaal · epos · fabel · gedicht · genre · inleiding · kort verhaal · legende · literair genre · mythe · novelle · overlevering · parabel · raamvertelling · reisverhaal · roman · saga · sage · sprookje · sterk verhaal · thriller · verhaal · vignet · volksballade · volksverhaal
Verloop en verhaallijn: catharsis · cliffhanger · climax · deus ex machina (verhaallijn) · drie-actstructuur · epiloog · expositie · fabel · plot · plotpoint · proloog · rode draad · scène · setup · startplotscène · synopsis · verhaallijn
Begin en einde: ab ovo · in medias res · in ultimas res · incipit · openingsscène · openingszin · post rem · terminus
Personage: aangever · alter ego · alteriteit · antagonist · antiheld · bijfiguur · bijrol · booswicht · byroniaanse held · deuteragonist · flat character · held · hoofdpersoon · hoofdrol · personage · karakter · protagonist · round character · tritagonist · typetje · uitverkorene · underdog
Spanning: cliffhanger · spanning
Vertelperspectief en -instantie: afwisselend perspectief · auctoriële verteller · focalisatie · gedramatiseerd · homodiëgetisch · heterodiëgetisch · ik-perspectief · onbetrouwbare verteller · personele verteller · rhema · voice-over
Motief & thema: abstract en concreet motief · isotopie · leidmotief · motto · thema · topos
Tijd & ruimte: eenheidsconventie · flashback · flashforward · kalendertijd · mise en abyme · opschuivende tijdlijn · parallel universum · praesens historicum · tijdverruiming · verteltijd · vertelde tijd
Stijl: directe rede · dramatische ironie · indirecte rede · red herring · shooting the messenger · register · stijl · stream of consciousness · suspension of disbelief · show, don't tell · verteltechniek · vrije indirecte rede
Scenario: premissesynopsistreatmentscenariofilmdraaiboekstoryboard
Stijlperiode: middeleeuwen · renaissance · maniërisme · barok · verlichting · sentimentalisme · preromantiek · romantiek · realisme · impressionisme · naturalisme · neoromantiek · symbolisme · expressionisme · constructivisme · dadaïsme · surrealisme · nieuwe zakelijkheid · magisch realisme · existentialisme · vijftigers · modernisme · postmodernisme
Studie: driehoek van Petersen · literaire kritiek · narratologie · topische vragen · verhaalanalyse