Tekstsoort

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Tekstsoorten noemt men types teksten die gemeenschappelijke kenmerken vertonen wat vorm, inhoud en bedoeling betreft.

Zo onderscheidt men

  • informatieve of referentiële teksten, die een stand van zaken in de werkelijkheid weergeven (verslag, krantenbericht, wetenschappelijk of encyclopedisch artikel enz.)
  • persuasieve teksten, die de toehoorder of lezer van iets willen overtuigen (reclameboodschap, pamflet, verzoekschrift enz.)
  • betogende teksten, die een bepaald standpunt of een visie innemen en met argumenten onderbouwen (hoofdartikel, opiniestuk, recensie enz.)
  • expressieve of emotieve teksten, die uitdrukken wat er in de spreker of schrijver omgaat (dagboek, liefdesbrief enz.)
  • diverterende teksten, die de lezer of toehoorder willen verstrooien (cabaret, cursiefjes, Sinterklaasrijmpjes enz)

In feite moet deze indeling wat concrete teksten betreft worden genuanceerd. Een recensie bv. kan een referentieel gedeelte bevatten (de korte inhoud van het boek), een betogend gedeelte (de verantwoording van het oordeel) en zelfs een persuasief gedeelte (de aansporing om dit boek absoluut te lezen of te kopen).

De eigenschappen van tekstsoorten worden bestudeerd in de tak van de taalkunde die tekstlinguïstiek heet.

Zie ook[bewerken]

Genres epiek en tekstsoort: anekdote · ballade · broodjeaapverhaal · epos · fabel · gedicht · genre · inleiding · kort verhaal · legende · mythe · novelle · overlevering · parabel · raamvertelling · reisverhaal · roman · saga · sage · sprookje · sterk verhaal · thriller · verhaal · vignet · volksballade · volksverhaal
Verloop en verhaallijn: catharsis · cliffhanger · climax · deus ex machina (verhaallijn) · drie-actstructuur · epiloog · expositie · fabel · plot · plotpoint · proloog · rode draad · scène · setup · startplotscène · synopsis · verhaallijn
Begin en einde: ab ovo · in medias res · in ultimas res · incipit · openingsscène · openingszin · post rem · terminus
Personage: aangever · alter ego · alteriteit · antagonist · antiheld · bijfiguur · bijrol · booswicht · byroniaanse held · deuteragonist · flat character · held · hoofdpersoon · hoofdrol · personage · karakter · protagonist · round character · tritagonist · typetje · uitverkorene · underdog
Spanning: cliffhanger · spanning
Vertelperspectief en -instantie: afwisselend perspectief · auctoriële verteller · focalisatie · gedramatiseerd · homodiëgetisch · heterodiëgetisch · ik-perspectief · onbetrouwbare verteller · personele verteller · rhema · voice-over
Motief & thema: abstract en concreet motief · isotopie · leidmotief · motto · thema · topos
Tijd & ruimte: eenheidsconventie · flashback · flashforward · kalendertijd · mise en abyme · opschuivende tijdlijn · parallel universum · praesens historicum · tijdverruiming · verteltijd · vertelde tijd
Stijl: directe rede · dramatische ironie · indirecte rede · red herring · shooting the messenger · register · stijl · stream of consciousness · suspension of disbelief · show, don't tell · verteltechniek · vrije indirecte rede
Scenario: premissesynopsistreatmentscenariofilmdraaiboekstoryboard
Stijlperiode: middeleeuwen · renaissance · maniërisme · barok · verlichting · sentimentalisme · preromantiek · romantiek · realisme · impressionisme · naturalisme · neoromantiek · symbolisme · expressionisme · constructivisme · dadaïsme · surrealisme · nieuwe zakelijkheid · magisch realisme · existentialisme · vijftigers · modernisme · postmodernisme
Studie: driehoek van Petersen · literaire kritiek · narratologie · topische vragen · verhaalanalyse