Dafne Schippers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dafne Schippers
Dafne Schippers na afloop van de 100 m tijdens de WK van 2015
Dafne Schippers na afloop van de 100 m tijdens de WK van 2015
Volledige naam Dafne Schippers
Geboortedatum 15 juni 1992
Geboorteplaats Utrecht
Nationaliteit Vlag van Nederland Nederland
Lengte 1,79 m
Gewicht 68 kg
Sportieve informatie
Discipline meerkamp, sprint, horden
Trainer/coach Bart Bennema
Eerste titel Ned. indoorkampioene 60 m 2010
OS 2012
Extra Ned. recordhoudster 100 m, 200 m, zevenkamp, 4 x 100 m (ev.) 2011-heden (m.u.v. juni 2012)
Portaal  Portaalicoon   Atletiek
Dafne Schippers in maart 2010.

Dafne Schippers (Utrecht, 15 juni 1992) is een Nederlandse atlete, die zich aanvankelijk toelegde op de meerkamp en in deze discipline vele successen boekte. Aangezien zij bovendien een getalenteerd sprintster is en zich ook op dit vlak kan meten met de wereldtop, besloot zij in juni 2015 om zich tot en met de Olympische Spelen van 2016 te richten op de sprint.
Als junior veroverde zij vele nationale jeugdtitels zowel op de sprint als bij het verspringen en als zeventienjarige tevens haar eerste bij de senioren. Zij werd in 2010 wereldkampioene bij de junioren op de zevenkamp, de eerste Nederlandse atleet of atlete ooit die op de meerkamp een wereldtitel behaalde. In 2012 nam ze deel aan de Olympische Spelen, waar zij twaalfde werd op de zevenkamp en finaliste op de 4 x 100 m estafette. Een jaar later werd zij op de zevenkamp derde op de wereldkampioenschappen, de eerste Nederlandse ooit die op een senioren-WK een medaille veroverde. Weer een jaar later veroverde zij bij de Europees kampioenschappen in Zürich de titels op de 100 en 200 m,[1] om ten slotte in 2015 op de wereldkampioenschappen in Peking de voorlopige kroon op haar carrière te zetten met zilver op de 100 m in de nationale recordtijd van 10,81 s, vier dagen later gevolgd door goud op de 200 m.[2] Haar winnende tijd van 21,63 betekende ditmaal een Europees record.

Biografie[bewerken]

2009: Eerste successen als junior[bewerken]

Schippers begon op negenjarige leeftijd bij het Utrechtse Hellas met atletiek en viel al gauw op door zowel haar fysieke aanleg als door gedrevenheid – dat laatste betrof echter niet de langere afstanden. In de loop van de jaren ontpopte zij zich als een van de grootste Nederlandse talenten van haar lichting. Op haar eerste grote, internationale kampioenschap, de Europese jeugdkampioenschappen van 2009 in Novi Sad, werd zij als zeventienjarige vierde op de zevenkamp tussen atletes die allemaal twee jaar ouder waren dan de Utrechtse. Met het door haar bij die gelegenheid verzamelde puntentotaal van 5507 plaatste zij zich bij de Nederlandse B-junioren, de leeftijdscategorie van 16/17 jaar, op de eerste plaats aller tijden.[3]

In 2009 had ze in eigen land al eerder van zich doen spreken. Tijdens de Nederlandse indoorkampioenschappen voor A/B-junioren in het weekend van 7 en 8 februari 2009 in het nieuwe Omnisportcentrum in Apeldoorn had zij zowel op de 60 m sprint als de 60 m horden dat andere grote talent, Jamile Samuel, afgetroefd. Met haar 7,42 s liep ze op de sprint zelfs sneller dan het jeugdrecord van 7,43 van Jacqueline Poelman, dat dateert uit 1992. Een officieel record werd het overigens niet, omdat de sprintbaan (en de rondbaan) van de gloednieuwe Apeldoornse baan niet goedgekeurd waren. Later dat jaar, tijdens het zomerseizoen, veroverde zij drie Nederlandse titels bij de B-junioren, op de 100 m, de 100 m horden en het verspringen.
Zij was trouwens dat jaar ook al op de meerkamp steeds de sterkste gebleken. Bij de B-meisjes had zij de nationale indoortitel op de vijfkamp gewonnen, terwijl ze later tijdens het baanseizoen op het NK meerkampen ook alle A-meisjes op de zevenkamp de baas was gebleven.

2010: Eerste nationale titel bij de senioren, wereldkampioene bij de junioren[bewerken]

Tijdens de FBK Games 2010.

Het jaar 2010 zette Dafne Schippers goed in. Eerst werd zij op de NK indoor in Apeldoorn voor de eerste maal kampioene bij de senioren door op de 60 m Jamile Samuel nipt te verslaan. De tijden: 7,43 om 7,49. Vervolgens haalde zij enkele weken later op de NK indoor voor junioren ook nog eens goud binnen door bij de A-meisjes kampioene te worden op de 60 m horden. Hierna kwam zij op de 60 m samen met vaste rivale Jamile Samuel tot een jeugdrecord, doordat beiden de klokken stil lieten staan op 7,37, waarbij de Amsterdamse ditmaal haar borst net even eerder dan Schippers over de finishlijn drukte.
In mei 2010 deed ze mee aan een internationale meerkamp in het Italiaanse Desenzano en stond daar tot ieders verrassing na de eerste dag aan de leiding. Als jongste deelneemster kon ze dat de tweede dag niet volhouden, maar wel verbeterde ze tijdens de meerkamp op zes onderdelen haar persoonlijke records, en daarmee ook haar record op de zevenkamp. Ze klom hiermee naar plaats drie van de Nederlandse allertijdenlijst voor A-meisjes. Het meerkamptotaal betekende een limiet voor de wereldkampioenschappen voor junioren in het Canadese Moncton in juli, maar ook haar prestaties op de 200 m (23,70) en het verspringen (6,26 m) waren limietprestaties.[4]
Een week na de zevenkamp verbeterde ze in Lisse tijdens de traditionele seizoensopeningswedstrijden om de Ter Specke Bokaal de beste prestatie aller tijden bij de vrouwen op de incourante 150 m. Met haar tijd van 17,20 onttroonde ze Jacqueline Poelman als officieus recordhoudster. Ze kreeg vanwege deze prestatie de Ter Specke Bokaal uitgereikt. Veertien dagen later kwam zij tijdens een kille en verregende aflevering van de FBK Games in Hengelo en met een rugwind van 3,3 m/s op de 100 m tot 11,56, waarmee zij vijfde werd in de door de Amerikaanse Carmelita Jeter met haar tijd van 11,16 gewonnen wedstrijd.[5]

Op 22 en 23 juli draaide Dafne bij de wereldkampioenschappen voor junioren in Moncton wéér een betere meerkamp. Alleen het hoogspringen viel zowel letterlijk (het regende voortdurend) als figuurlijk in het water (1,63 is ruim onder haar PR). Alle andere onderdelen waren van hoge kwaliteit: op de horden een PR (13,87), bij het kogelstoten een meerkamprecord (13,03), op de 200 m een fractie te veel wind voor een officieel record, maar feitelijk wel haar beste race tot dan toe (23,41), bij het verspringen een PR (6,30) en een nóg verdere sprong met windvoordeel (6,35; windvoordeel mag in de meerkamp), bij het speerwerpen een meerkamprecord (38,03) en op de 800 m weer een PR (2.18,57). Het hoogspringen verhinderde niet dat het eindtotaal van 5967 punten ook een PR was én een Nederlands jeugdrecord. Ze werd er met ruime voorsprong wereldkampioene mee.
Het oude Nederlandse record stond met 5914 punten sinds 1998 op naam van Saskia Meijer, al had Marjon Wijnsma in 1984 met 5943 punten een beter totaal dan Meijer gescoord, echter waren destijds negentienjarigen reeds senior.
Binnen de meerkamp waren vooral het verspringen en de 200 m van superieur niveau. Het verspringen zou Schippers in Moncton op het individuele nummer ook een medaille opgeleverd hebben, de 200 m bijna.[6]
Als toetje liep Dafne Schippers een dag later in de finale van de 4 x 100 m estafette mee, waar samen met Jamile Samuel, Loreanne Kuhurima en Eva Lubbers een bronzen medaille werd behaald in een Nederlands jeugdrecord van 44,09.[7]

2011: Explosief indoorseizoen, Europees juniorenkampioene en deelname aan WK[bewerken]

In 2011 ging Dafne Schippers voortvarend van start door op 29 januari bij een internationale indoorwedstrijd in Luxemburg opnieuw het Nederlandse indoorjeugdrecord op de 60 m te verbeteren. Eerst kwam zij in haar serie tot 7,33, om er vervolgens in de finale 7,28 van te maken. De finaletijd was tevens beter dan de limiet voor de Europese indoorkampioenschappen bij de senioren. Schippers werkte zich met deze prestatie bovendien op naar de vierde plaats op de lijst van beste Nederlandse atletes aller tijden. Alleen Nelli Cooman, Els Vader en Jacqueline Poelman waren ooit sneller.[8]
Bij de Nederlandse juniorenkampioenschappen indoor, begin februari 2011 in Apeldoorn, won ze de titels op de 60 m (7,33) en op de 60 m horden (8,45). Een week later won ze bij de senioren het verspringen met een afstand van 6,20 m, een verbetering met 1 cm van het Nederlands juniorenrecord uit 1986 van Mieke van der Kolk. Een dag later voegde zij hier een tweede seniorentitel aan toe door de 60 m te winnen voor Jamile Samuel en Loreanne Kuhurima. Hierbij toonde Schippers aan, dat haar eerdere snelle indoorsprint in Luxemburg geen eendagsvlieg was geweest, want in Apeldoorn kwam de Hellas-atlete opnieuw tot 7,28.
Begin maart kwam Schippers tijdens de EK indoor in Parijs op de 60 m tweemaal tot 7,30. Het bracht haar tot de halve finale, waar ze op een zesde plaats bleef steken. Zelf was de Utrechtse niet helemaal tevreden over haar prestaties. Het zou echter wel heel bijzonder zijn geweest, als haar debuut op een groot seniorentoernooi al direct had geresulteerd in een finaleplaats.

In Götzis verbeterde Schippers op 28 en 29 mei 2011 haar beste prestatie op de zevenkamp, door een puntentotaal van 6172 te behalen. Hiermee behaalde de juniore ook een olympische nominatie. Op de 200 m liet Schippers een ijzersterke 22,90 noteren, waarmee ze het Nederlandse record van Els Vader (22,81) dicht benaderde. Beide prestaties gaven haar bovendien het recht om deel te nemen aan de wereldkampioenschappen in Daegu.
Bij de Europese kampioenschappen voor landenteams in Izmir op 18 juni 2011 lieten Dafne Schippers, Anouk Hagen, Kadene Vassell en Jamile Samuel op de 4 x 100 m estafette vervolgens 43,90 noteren, slechts 0,04 seconden verwijderd van de limiet voor de WK in Daegu.

Ook bij de Nederlandse juniorenkampioenschappen outdoor, begin juli, was Schippers succesvol. Ze won de titel op de 100 m in 11,13, een tijd die in de buurt kwam van het Nederlandse record van Nelli Cooman uit 1986 (11,08). De prestatie ging echter niet de boeken in als Nederlands juniorenrecord, omdat de rugwind tijdens de finale met 2.8 m/s daarvoor te hard was. Haar tijd in de series van 11,39 betekende echter wel een Nederlands record voor A-meisjes.[9]

Dafne Schippers in de bloemen na haar overwinning in Tallinn in 2011, geflankeerd door Sara Gambetta (links) en Laura Ikauniece.

Op 22 en 23 juli 2011 was Schippers de beste atlete op de zevenkamp bij de Europese kampioenschappen voor junioren in Tallinn (Estland). Zij behaalde 6153 punten. Tijdens de zevenkamp verbeterde Schippers de Nederlandse juniorenrecords op de 100 m horden naar 13,27 en het verspringen naar 6,47.
Schippers begon de meerkamp uitstekend met het verbeteren van het Nederlandse juniorenrecord van Judith Vis van 13,38. Ze kwam tot 13,27. Bij het hoogspringen werd een geslaagde poging op 1,60 afgekeurd, omdat Schippers voor haar beurt sprong. Uiteindelijk bereikte ze nog wel 1,63. Ook bij het kogelstoten bleef ze vervolgens achter bij het record meerkamp. De atlete stootte de kogel naar 13,47. Op het slotnummer van de eerste dag kon Schippers zich revancheren. Met haar 22,91 (-0,4 m/s) was ze ruim 1,3 seconden sneller dan haar concurrentes.[10]
De tweede dag van de meerkamp begon met een controverse rond het verspringen. Schippers' derde poging was een zogenaamde doorloper, die wel geldig werd geacht, maar door de jury niet werd opgemeten. Ter compensatie kreeg Schippers een vierde poging. Zij verbeterde de 6,08 uit haar eerste poging naar 6,47 (-0.8 m/s) en verbrak daarmee haar tweede Nederlandse juniorenrecord in dit toernooi. Het oude record stond met 6,43 op naam van Mieke van der Kolk. Op het onderdeel speerwerpen liet Schippers 39,76 noteren, hetgeen ook een verbetering ten opzichte van haar PR-meerkamp betekende. De twee dagen competitie in de warme omstandigheden eisten wel hun tol tijdens de afsluitende 800 m, waarin Schippers slechts 2.22,40 liet optekenen, maar wel het goud veilig stelde.[11]
Opvallend tijdens dit toernooi was, dat Schippers met haar prestaties op de onderdelen horden, 200 m en het verspringen betere resultaten neerzette dan de winnaressen op de individuele nummers.

Een week later won Schippers bij de Nederlandse baankampioenschappen de 100 m in 11,41 (-0.9 m/s). Zij versloeg daarmee haar Nederlandse rivales Jamile Samuel (11,75) en Anouk Hagen (11,89). In de series liep Schippers sneller dan de Nederlandse limiet voor de WK in Daegu, maar er stond iets te veel wind: 11,27 (+2.1 m/s).

Op de WK in Daegu had Schippers de nummers voor het uitkiezen. Naast de beide sprintnummers en de zevenkamp, waarvoor zij zich eerder had gekwalificeerd, had de Atletiekunie namelijk inmiddels besloten om ook een vrouwenploeg op de 4 x 100 m estafette te laten deelnemen. De 43,90 van Schippers, Hagen, Vassell en Samuel in Izmir was weliswaar 0,04 sec. boven de eigen limiet gebleven, de IAAF stelde 43,90 als eis en aan die voorwaarde had het jeugdige viertal voldaan. De Atletiekunie gaf ze het voordeel van de twijfel, vond het belangrijk dat het beloftevolle viertal ervaring opdeed. Schippers had intussen laten weten, dat zij in Daegu zou kiezen voor de 200 m en de 4 x 100 m estafette. Twee zware zevenkampen, zo kort na elkaar, leek haar een te grote aanslag op haar conditie en ook drie sprintnummers in één toernooi (100, 200 en 4 x 100 m) vond zij te veel van het goede.
De keuze om zich in Daegu te beperken, bleek een terechte. Tijdens haar eerste optreden op de 200 m verbeterde Schippers op 1 september het 30 jaar oude Nederlandse record van Els Vader. Ze won haar serie in een tijd van 22,69, een verbetering van 0,12 seconde.[12] In de halve finale werd ze vijfde in 22,92, één plaats te kort voor een optreden in de finale.
Enkele dagen later liep zij samen met Kadene Vassell, Anouk Hagen en Jamile Samuel naar een derde plaats in hun serie op de 4 x 100 m estafette. Desondanks vielen zij voor de finale als negende tijdsnelsten net buiten de boot. Belangrijker was echter, dat zij in deze race erin slaagden om het Nederlandse record van 43,44, op naam van het olympische viertal Wilma van den Berg, Mieke Sterk, Truus Hennipman en Corrie Bakker, dat sinds 1968 (!) onaangetast in de boeken had gestaan, te evenaren. Bovendien veroverde het viertal met deze prestatie een olympische nominatie voor de Spelen in Londen.

2012: In het teken van de OS in Londen[bewerken]

In 2012 was deelname aan de 60 m op de WK indoor in Istanboel een eerste doel van Schippers. De Utrechtse liet er geen gras over groeien. Reeds bij haar eerste indoorwedstrijd van het jaar, de internationale Dussmann Indoor Meeting in Luxemburg, voldeed zij aan de kwalificatielimiet door zowel in de serie als in de finale naar 7,25 te snellen. Het was tevens de op twee na snelste tijd ooit van een Nederlandse. Slechts Nelli Cooman (7,00) en Els Vader (7,11) moet ze nog voor zich dulden.
Enkele weken later was Schippers present bij het NK indoor Meerkamp in Apeldoorn, maar alleen om deel te nemen aan de eerste drie nummers, omdat ze zich wilde focussen op de NK indoor van een week later. Na 8,26 op de 60 m horden te hebben gelopen, kreeg zij bij het hoogspringen last van een knieblessure, waardoor zij dit nummer niet goed kon vervolgen. Het kogelstoten met 13,91 was daarna echter weer heel behoorlijk.

Op de NK indoor heerste Dafne Schippers op de 60 m weer als vanouds. Met haar winnende 7,19, haar derde achtereenvolgende titel op dit onderdeel, was ze alweer sneller dan in Luxemburg.
Op de WK indoor in Istanboel drong zij enkele weken later op de 60 m door tot de halve finale. Haar 7,25 was zeker niet slecht, maar een struikelpas aan het begin van de herstart verhinderde, dat er meer inzat. Nu viel zij met een gedeelde tiende tijd net buiten de finaleboot. Schippers: "Ik had een struikelpas bij de start, en op een 60 meter kun je dan weinig meer goed maken. Dit voelt kloten. Ik wil de race nog wel een keer terugkijken. Er zat meer in, ik kan hier niet mee tevreden zijn. Er zat echt een kans op een finaleplaats in, zeker nu achteraf. Ik voelde me sterk, had een superstart toen Jones vals startte."[13]

Aan het begin van het buitenseizoen richtte Schippers zich allereerst op de Hypo-Meeting in Götzis, eind mei. Daar wilde zij op de zevenkamp vormbehoud tonen, teneinde haar uitzending naar de Spelen in Londen zeker te stellen. Ze moest daartoe voldoen aan de IAAF-B-standaard van 5950 punten, een puntentotaal dat geen problemen zou moeten opleveren, maar haar fysieke fitheid ging natuurlijk boven alles. Een voorafgaande stage in Spanje stond daarom vooral in het teken van kwaliteit en niet kwantiteit en ook bij de eerste wedstrijden in eigen land beperkte Schippers zich tot enkele onderdelen. Die doordachte voorbereiding betaalde zich uit, want in Götzis eindigde zij met een PR-puntentotaal van 6360 punten op een zevende plaats, met als aardige bijzonderheid dat landgenote Nadine Broersen met een PR-prestatie van 6298 punten en een tiende plaats niet veel voor Schippers onderdeed en zich eveneens ruimschoots voor Londen kwalificeerde. Opvallend tijdens deze zevenkamp was vooral ook haar 200 m, het slotnummer op de eerste dag. In 22,73 bleef ze slechts vier-honderdste verwijderd van haar PR en toonde ze daarmee en passant ook op dit onderdeel vormbehoud aan voor de Spelen, aangezien de daartoe vereiste B-limiet op 23,30 was gesteld.

Vervolgens was het voor Schippers zaak om zich op de 100 m eveneens een goede uitgangspositie te verwerven, allereerst voor deelname aan de Europese kampioenschappen in Helsinki, die reeds in juni zouden plaatsvinden en aan de Spelen in Londen voorafgingen. Dit was te meer van belang, aangezien een Nederlands 4 x 100 m estafetteteam zonder Schippers op 4 juni in Genève het nationale record inmiddels had teruggebracht tot 42,90. Hiermee was niet alleen deelname aan de EK in Helsinki op dit onderdeel verzekerd, maar werd zelfs een optreden op de Spelen reëel. En hoewel de Utrechtse voor Londen de zevenkamp op het programma had staan, wilde zij zich de kans op een optreden in estafetteverband in zowel Helsinki als Londen niet laten ontnemen.
Bij de wedstrijden om de Gouden Spike op 9 juni verzekerde Schippers zich dan ook van deelname aan de EK door de 100 m te winnen in 11,36 (+1,2 m/s), vier-honderdste binnen de EK-limiet. Daarna was het zaak om de bereikte vorm vast te houden en verder niets te forceren. Op de NK in Amsterdam, half juni, beperkte zij zich tot de 100 m en het verspringen. Beide onderdelen won zij, de 100 m bij nagenoeg windstil weer (+0,1 m/s) in 11,38, het verspringen met 6,54 (+1,1 m/s) als beste resultaat.

De Nederlandse vrouwenestafetteploeg na het veroveren van het zilver in de nationale recordtijd van 42,80 s. Vlnr. Jamile Samuel, Eva Lubbers, Dafne Schippers en Kadene Vassell.

Op de EK in Helsinki beperkte Schippers zich, met het oog op de naderende Spelen in Londen, tot de 200 m en de 4 x 100 m estafette. Op het eerste onderdeel won zij zowel haar serie als haar halve finale, waarbij zij bij de laatste gelegenheid in 22,70 finishte, slechts éénhonderdste boven haar eigen nationale record uit 2011. In de finale kwam zij, naar eigen zeggen, de man met de hamer drie keer tegen. “Drie 200 meters is te specifiek nu voor mij. Lichaam was gewoon helemaal leeg! Het verraste mij gewoon. Op naar Londen waar 1x200m genoeg is!"[14] Een medaille bleef daardoor buiten bereik; de Nederlandse werd vijfde in 23,53. Op de 4 x 100 m trad het Nederlandse estafetteteam vervolgens in de series aan in een samenstelling zonder Jamile Samuel en Dafne Schippers. Hun plaatsen werden ingenomen door respectievelijk Esther Akihary en Marit Dopheide. Het leverde een tijd op van 53,80 en een negende plaats in de totaalstand, waarmee het Nederlandse team de finale leek te missen. Het Britse viertal werd echter gediskwalificeerd wegens overschrijding van de lijn aan de binnenkant van hun baan, waardoor Nederland alsnog doorschoof naar de finale. Hierin kwam Nederland uit in de samenstelling Kadene Vassell, Dafne Schippers, Eva Lubbers en Jamile Samuel en dat leverde achter Duitsland niet alleen een zilveren medaille op, maar ook een verbetering van het nog geen maand oude Nederlandse record van 42,90 naar 42,80.

In Londen stond in het olympische programma van Dafne Schippers de zevenkamp centraal. Na de eerste dag stond ze zesde in het tussenklassement, maar op de tweede dag hinderden een pijnlijke knie en voet, overgehouden van het hoogspringen op de eerste dag, haar nogal en dat speelde haar vooral bij het speerwerpen parten, waardoor zij met name op dit onderdeel achterbleef op haar normale niveau.[15] Middels een PR-prestatie op het laatste onderdeel, de 800 m, van 2.15,52 wist zij haar score op te krikken tot een totaal van 6324 punten, 36 punten onder haar beste resultaat ooit. Het leverde haar in de eindrangschikking een twaalfde plaats op, vlak voor landgenote Nadine Broersen. Op de 4 x 100 m estafette kwam het Nederlandse estafetteteam bij de vrouwen in de series tot een derde plaats. In dezelfde samenstelling als eerder in de EK-finale van Helsinki kwamen de Nederlandse vier tot 42,45, alweer een verdere verbetering van het nationale record. Ze plaatsten zich hiermee voor de finale. Hierin werd het viertal in 42,70 zesde in een race waarin de Amerikaanse estafettevrouwen het wereldrecord op 40,82 brachten.

Erepodium van de 100 m op de EK van 2014, Zürich, met vlnr. Myriam Soumaré (zilver), Dafne Schippers (goud) en Ashleigh Nelson (brons).

2013: Brons op WK[bewerken]

Bij de WK in 2013 won Schippers de bronzen medaille op de zevenkamp. Hiermee was zij de eerste Nederlandse atlete die ooit een medaille haalde op een WK voor senioren.

2014: Dubbelslag op EK[bewerken]

In 2014 toonde ze blijk van haar kunnen door zowel de 100 m als de 200 m te winnen op de Europese kampioenschappen in Zürich. Op de 200 m verbeterde ze met 22,03 tevens het Nederlandse record, dat reeds in haar handen was.

2015: Europees indoorkampioene, onder de 'elf' en WK outdoor Peking[bewerken]

Op de EK indoor van 2015 in Praag werd Schippers Europees kampioene op de 60 m in een tijd van 7,05, op dat moment de snelst gelopen tijd van de wereld van het indoorseizoen.

Vervolgens liep zij op zondag 24 mei 2015 tijdens de Fanny Blankers-Koen Games de 100 m in 10,94. Daarmee was ze de eerste Nederlandse ooit die deze afstand in minder dan elf seconden liep. Met deze tijd verbeterde ze daarnaast het FBK Games-record, dat sinds 1990 op naam stond van Merlene Ottey. Die liep de 100 m destijds in 10,97.[16] Een lang leven had dit Nederlands record overigens niet. Want twee maanden later, tijdens de Sainsbury's Anniversary Games in Londen, een wedstrijd in het kader van de Diamond League-serie, liep de Utrechtse er alweer tweehonderdsten vanaf. In Londen won zij de 100 m in 10,92 s (+0,1 m/s rugwind), waarbij zij onder andere wereldtoppers als Blessing Okagbare en Murielle Ahouré achter zich hield.

Het erepodium van de 100 m tijdens de WK van 2015 in Peking. Vlnr. Dafne Schippers, Shelly-Ann Fraser-Pryce en Tori Bowie.

Op de WK in Peking liep Schippers op maandag 24 augustus 2015 naar een zilveren medaille op de 100 m. In 10,81 was ze 0,05 seconden trager dan de Jamaicaanse Shelly-Ann Fraser-Pryce. Met deze tijd verbeterde Schippers voor de tweede maal op één dag haar eigen nationale record. Eerder had zij dit in de halve finale reeds bijgesteld van 10,92 naar 10,83.

Schippers studeert aan de PABO.

Kampioenschappen[bewerken]

Internationale kampioenschappen[bewerken]

Onderdeel Titel Jaar
200 m Wereldkampioene 2015
100 m Europees kampioene 2014
200 m Europees kampioene 2014
60 m Europees indoorkampioene 2015
100 m Europees kampioene U23 2013
zevenkamp Wereldkampioene junioren 2010
Europees jeugdkampioene 2011

Nederlandse kampioenschappen[bewerken]

Outdoor
Onderdeel Jaar
100 m 2011, 2012, 2014, 2015
verspringen 2012, 2014
Indoor
Onderdeel Jaar
60 m 2010, 2011, 2012, 2013, 2014, 2015
verspringen 2011, 2013, 2014, 2015

Statistieken[bewerken]

Persoonlijke records[bewerken]

Outdoor
Onderdeel Prestatie Wind (m/s) Datum Plaats
100 m 10,81 (NR) -0,3 24 augustus 2015 Peking
150 m 16,93 (BP) +2,0 31 augustus 2013 Amsterdam
200 m 21,63 (ER) +0,2 28 augustus 2015 Peking
800 m 2.08,59 1 juni 2014 Götzis
100 m horden 13,13 -1,2 31 mei 2014 Götzis
hoogspringen 1,80 3 augustus 2012 Londen
verspringen 6,78 (NR) +0,0 26 juli 2014 Amsterdam
kogelstoten 14,66 30 mei 2015 Götzis
speerwerpen 42,82 17 mei 2014 Hoorn
zevenkamp 6545 (NR) 31 mei/1 juni 2014 Götzis

BP = Beste prestatie aller tijden (officieus Nederlands record)

Indoor
Onderdeel Prestatie Datum Plaats
60 m 7,05 8 maart 2015 Praag
60 m horden 8,18 7 januari 2012 Apeldoorn
hoogspringen 1,74 25 januari 2009 Dortmund
verspringen 6,48 21 februari 2015 Apeldoorn
kogelstoten 13,91 19 februari 2012 Apeldoorn

Opbouw PR meerkamp en potentieel record op basis van persoonlijk records[bewerken]

In de tabel staat de uitsplitsing van het persoonlijk record op de zevenkamp. In de kolommen ernaast staat ook het potentieel record, met alle persoonlijke records op de losse onderdelen en de bijbehorende punten.

Uitsplitsing PR Potentieel record
Onderdeel Prestatie Wind (m/s) Punten Pers. record Punten
100 m horden 13,13 -1,2 1105 13,13 1105
hoogspringen 1,69 842 1,80 978
kogelstoten 13,69 773 14,66 838
200 m 22,35 +1,5 1145 21,63 1220
verspringen 6,48 -0,2 1001 6,78 1099
speerwerpen 41,39 694 42,82 721
800 m 2.08,59 985 2.08,59 985
Puntentotaal 6545 6946

Prestatieontwikkeling[bewerken]

Jaar Zevenkamp 60 m 100 m 200 m verspringen
2007 12,69 5,54
2008 4554 7,60 12,26 24,95 5,50
2009 5507 7,42 11,79 24,21 5,69
2010 5967 7,37 11,56 23,70 6,30
2011 6172 7,28 11,19 22,69 6,47
2012 6360 7,19 22,70 6,54
2013 6477 7,14 11,09 22,84 6,59
2014 6545 7,17 11,03 22,03 6,78
2015 7,05 10,81 21,63

Snelle tijden[bewerken]

Hieronder staat een overzicht van haar 100 m wedstrijden, die zij in 11,15 seconden of sneller liep.

Tijd Wind (m/s) Plaats Datum Jaar
10,81 -0,3 Peking 24 augustus 2015
10,83 -0,2 Peking 24 augustus 2015
10,92 +0,1 Londen 25 juli 2015
10,94 +1,8 Hengelo 24 mei 2015
10,99 -0,3 Londen 25 juli 2015
11,01 -1,6 Peking 23 augustus 2015
11,02 +0,2 Parijs 4 juli 2015
11,02 +0,8 Amsterdam 31 juli 2015
11,03 +0,9 Glasgow 12 juli 2014
11,08 +0,6 Zürich 13 augustus 2014
11,09 +1,5 Lausanne 4 juli 2013
11,10 +2,0 Nijvel 29 juni 2013
11,10 +0,7 Amsterdam 26 juli 2014
11,10 -0,4 Zürich 12 augustus 2014
11,10 -0,7 Zürich 28 augustus 2014
11,12 -1,7 Zürich 13 augustus 2014
11,12 -0,3 Iraklion 20 juni 2015

Palmares[bewerken]

Dafne Schippers met de bronzen medaille van de WK 2013, Moskou

60 m[bewerken]

100 m[bewerken]

  • 2010: 5e FBK Games - 11,56 s (+3,3 m/s)
  • 2011: Goud Gouden Spike - 11,50 s
  • 2011: Goud NK - 11,41 s
  • 2012: Goud Gouden Spike - 11,36 s
  • 2012: Goud NK - 11,38 s (+0,1 m/s)
  • 2013: Goud in serie Athletissima – 11,09 s
  • 2013: Goud EK U23 - 11,13 s (-0,7 m/s)
  • 2014: 7e FBK Games - 11,34 s (-0,7 m/s)
  • 2014: Goud NK - 11,10 s (+0,7 m/s)
  • 2014: Goud EK - 11,12 s (-1,7 m/s) (in serie 11,10 s)
  • 2015: Goud FBK Games - 10,94 s (NR) (+1,8 m/s)
  • 2015: Goud NK - 11,02 s (+0,8 m/s)
  • 2015: Zilver WK - 10,81 s (-0,3 m/s)
Diamond League-resultaten

150 m[bewerken]

  • 2012: Zilver Ter Specke Bokaal - 17,35 s (-1,8 m/s)
  • 2013: Goud Ter Specke Bokaal - 17,10 s (+0,6 m/s)
  • 2013: Zilver Flame Games - 16,93 s (BP)

200 m[bewerken]

  • 2011: 5e in ½ fin. WK - 22,92 s (in serie 22,69 s = NR)
  • 2012: 5e EK - 23,53 s (in ½ fin. 22,70 s)
  • 2014: Goud EK - 22,03 s (NR)(-0,5 m/s)
  • 2015: Goud WK - 21,63 s (ER, CR)(+0,2 m/s)
Diamond League-resultaten
  • 2014: Goud Glasgow Grand Prix – 22,34 s (NR)(+0,2 m/s)
  • 2015: Zilver Athletissima – 22,29 s (+1,9 m/s)
  • 2015: Zilver Herculis - 22,09 s (-0,3 m/s)

100 m horden[bewerken]

  • 2012: Goud Ter Specke Bokaal - 13,53 s (-1,0 m/s)
  • 2012: Brons Flynth Recordwedstrijden - 13,45 s (+0,2 m/s)
  • 2013: Goud Flynth Recordwedstrijden - 13,38 s (-0,3 m/s)
  • 2013: DNF NK (1e in serie - 13,31 s; 0,0 m/s)
  • 2014: Zilver Ter Specke Bokaal - 13,20 s

verspringen[bewerken]

  • 2011: Goud NK indoor - 6,20 m (NJR)
  • 2012: Goud Flynth Recordwedstrijden - 6,25 m (+1,2 m/s)
  • 2012: Goud NK - 6,54 m (+1,1 m/s)
  • 2013: Goud NK indoor - 6,28 m
  • 2013: Goud Flynth Recordwedstrijden - 6,39 m
  • 2013: Brons EK U23 - 6,59 m (+1,6 m/s)
  • 2014: Goud NK indoor - 6,27 m
  • 2014: Goud NK - 6,78 (NR) (+0,0 m/s)
  • 2015: Goud NK indoor - 6,48 m

kogelstoten[bewerken]

  • 2012: 4e Gouden Spike - 13,66 m

speerwerpen[bewerken]

  • 2011: 5e Gouden Spike - 40,18 m

zevenkamp[bewerken]

  • 2009: 4e EJK - 5507 p
  • 2010: Goud WJK - 5967 p (NJR)
  • 2011: 8e Hypo-Meeting - 6172 p
  • 2011: Goud EJK - 6153 p
  • 2012: 7e Hypo-Meeting - 6360 p (PR)
  • 2012: 12e OS - 6324 p
  • 2013: Brons Hypo-Meeting - 6287 p
  • 2013: Brons WK - 6477 p (NR)
  • 2014: Brons Hypo-Meeting - 6545 p (NR)
  • 2015: DNF Hypo-Meeting

4 x 100 m[bewerken]

  • 2010: Brons WJK - 44,09 s (NJR)
  • 2011: 3e in serie WK - 43,44 s (ev. NR)
  • 2012: Zilver EK - 42,80 s (NR)
  • 2012: 6e OS - 42,70 s (in serie 42,45 s = NR)
  • 2013: 4e EK U23 - 44,18 s
  • 2013: 4e in serie WK - 43,26 s
  • 2014: DNF EK (3e in serie 42,77 s)
  • 2015: DQ WK (in serie 42,32 s = NR)

Onderscheidingen[bewerken]