Naar inhoud springen

De lauwerkrans van Caesar

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De lauwerkrans van Caesar
De lauwerkrans van Caesar
Originele titel Les Lauriers de César
Stripreeks AsterixBewerken op Wikidata
Volgnummer 18[a]
Scenario René Goscinny
Tekeningen Albert Uderzo
Land FrankrijkBewerken op Wikidata
Pagina's 48
Eerste druk 1972
Uitgever Hachette
ISBN 9782012100879
Vorige De Romeinse lusthof
Volgende De ziener
Lijst van albums van Asterix
Portaal  Portaalicoon   Strip

De lauwerkrans van Caesar (1972) is een stripverhaal uit de Asterix-reeks.

In dit verhaal is speciaal aandacht besteed aan het realistisch uitbeelden van de Romeinse architectuur, die tot in detail is getekend.

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud of de afloop van het verhaal.

Heroïx en Bellefleur bezoeken Bellefleurs broer Homéopatix, waarbij Asterix en Obelix meegaan als lijfwacht. Heroïx en Homéopatix worden dronken en dagen elkaar uit. Heroïx nodigt Homéopatix uit om zijn dorp te bezoeken. Hij belooft Homéopatix iets heel speciaals: een ragout die is gekruid met laurier afkomstig uit de lauwerkrans van Caesar. Obelix, die ook te veel heeft gedronken, biedt spontaan aan met Asterix naar Rome te gaan. Asterix is niet blij dat hij tegen zijn zin in het avontuur wordt meegesleept, maar hij gaat toch met Obelix mee.

Asterix en Obelix arriveren in Rome. Om het paleis van Caesar binnen te kunnen komen, moeten Asterix en Obelix een list verzinnen. Ze proberen zichzelf als slaven te verkopen bij Tiffanus, een slavenhandelaar bij wie ook Caesar klant is. Ze worden echter niet gekocht door de huismeester van Caesar, maar door Claudius Capsonus. Omdat dit niet de bedoeling was van Asterix en Obelix proberen ze zichzelf weer vrij te krijgen, door zich bij Capsonus zo ongeliefd mogelijk te maken. En passant vinden ze ook een nieuw middel tegen een kater uit. Die nacht gaat Capsonus meefeesten, maar hij bedrinkt zich. De volgende dag ligt Capsionus met een kater in bed, en Asterix en Obelix worden naar Caesars paleis gestuurd om namens hem een afsrpaak af te zeggen.

Exloverus, de jaloerse majordomus, zorgt dat ze gearresteerd worden, op verdenking van het beramen van een moordaanslag op Caesar. Asterix en Obelix breken iedere nacht uit hun cel om het paleis te doorzoeken naar Caesars lauwerkrans. Uiteindelijk laten ze zich, na een dramatisch pleidooi voor de rechter, voor de leeuwen werpen; ze hebben gehoord dat Caesar vaak gladiatorengevechten bezoekt. Maar ook ditplan mislukt doordat Caesar juist deze keer niet aanwezig blijkt te zijn bij de gevechten.

Asterix en Obelix ontsnappen aan de Romeinen. Ze verbergen zich in een steeg, waar ze echter door een roversbende worden overvallen. Wanneer de hoofdman hen herkent, biedt hij hen een droge schuilplaats aan. Ze komen ook de zoon van Capsonus weer tegen, die hun vertelt dat Caesar inmiddels terug is, en niemand minder dan Exloverus een "grote eer" te beurt valt.

Na het recept van het middeltje tegen katers te hebben meegegeven besluiten Asterix en Obelix Exloverus in de herberg te gaan zoeken. Exloverus schrikt zich als hij hen ziet, en bekent dat hij bang was dat de Galliërs zijn plaats zouden innemen. Hij is nu bereid hen te helpen. Hij is namelijk door Julius Caesar gekocht wegens zijn "verijdeling van de moord", en is in een positie de lauwerkrans te grijpen. Met de belofte van stilzwijgen wordt Exloverus overgehaald hen te helpen. Hij wisselt de krans om en geeft hem aan Asterix en Obelix. De volgende morgen trekt Caesar in triomf door de Romeinse straten, met boven hem een valse laurierkrans van basilicum. Niemand van de toeschouwers heeft iets in de gaten, maar Caesar ruikt wel het verschil.

Asterix en Obelix keren terug naar hun dorp en een groots maal wordt aangericht, waaronder de beloofde ragout, gekruid met laurier uit de lauwerkrans van Caesar. Homéopatix heeft echter zelfs nu nog kritiek op zowel de kruiden als het vlees.

De namen zijn die in de Nederlandse versie.

  • Homeopatix: Broer van Bellefleur (verwijst naar homeopathie);
  • Claudius Capsonus: Rijke Romeinse burger. Zijn naam is afkomstig van "kapsones", een grote mond; Frans: Claudius Quiquilfus.
  • Exloverus: Majordomus en slaaf van Claudius Capsonus. Ex is een Latijns voorvoegsel dat "uit" betekent. Zijn naam betekent dus "uitslover". Frans: GaredeFréjus.
  • Gracchus Capsonus (bijnaam "Imbeciel"): Is de zoon des huizes en feestbeest. Hij ontdekt dat de "soep" van Asterix en Obelix katers bestrijdt.
  • Tiffanus: De slavenhandelaar die bekendstaat hoogstaande slaven te verkopen aan de hogere klassen, inclusief Julius Caesar. Zijn naam verwijst naar het bekende Tiffany's grootwarenhuis, dat eveneens de betere klassen aanspreekt. Frans: Tifus.
  • De naakte slaaf in de kraam van Tiffanus neemt diverse poses aan, verwijzend naar klassieke beelden die, chronologisch gezien, pas veel later zouden worden vervaardigd, zoals Laocoöngroep, De Denker en Discuswerper. De Denker van Auguste Rodin alleen al dateert van 1881.
  • Zowel Exloverus als Gracchus Capsonus slaan, na het innemen van de "maaltijd" die Asterix en Obelix vervaardigd hebben, vier verschillende kleuren uit terwijl hun hoofden lijken te ontploffen, terwijl ook de achtergronden veranderen van kleur: een verwijzing naar Andy Warhols Marylin Monroe-schilderij.
  • Net als in Het ijzeren schild is Heroïx te voet, zonder zijn vaste schilddragers, maar met escorte van Asterix en Obelix.
  • De menner van de wilde beesten in het Circus is een karikatuur van de vermaarde circusdirecteur en ringmeester Jean Richard.
  • Rome wordt in het begin aangeduid als de meest buitengewone stad ter wereld. Een pagina verder heeft Lutetia dezelfde omschrijving
Albumuitgaven
Stripreeks of collectie Nummer Eerste druk Voorganger Opvolger
Asterix 18 1972 De Romeinse lusthof De ziener