George Mosse

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
George L. Mosse als gasthoogleraar aan de Cambridge University in 1991

George Lachman Mosse (Berlijn, 20 september 1918 - Madison (Wisconsin), 22 januari 1999) was een Amerikaans historicus van Duits-joodse afkomst. Hij deed onder meer onderzoek naar het Duitse nationaal-socialisme en de samenhang daarvan met mannelijkheid, Jodenhaat en homohaat. Naar hem is de Mosse-lezing genoemd, die jaarlijks in Amsterdam gehouden wordt.

Leven[bewerken]

George Mosse werd op 20 september 1918 geboren als zoon van de uitgever Hans Lachmann (1885-1944), die na zijn huwelijk met Felicia Mosse de achternaam Lachmann-Mosse had aangenomen. Felicia Mosse was de dochter van de vermogende krantenmagnaat Rudolf Mosse (1843-1920), die onder meer het liberale Berliner Tageblatt uitgaf. Na de Volksschule ging George Mosse naar het Kaiserin Augusta (later: Mommsen) Gymnasium en in 1928 naar het spartaanse internaat van de Schule Schloss Salem.

Na de machtsovername door de nazi's in 1933, vertrok George samen met zijn moeder en zuster naar Zwitserland, terwijl zijn vader naar Frankrijk ging, waar hij scheidde, met Karola Strauch hertrouwde en naar Californië emigreerde. George was ondertussen via Frankrijk naar Engeland gegaan. In York bezocht hij de Bootham School van de quakers, waar hij zich, volgens zijn autobiografie, voor het eerst bewust werd van zijn homoseksualiteit. Met financiële steun van zijn ouders kon hij vervolgens van 1936-1939 aan het Downing College van de Universiteit van Cambridge gaan studeren.

In 1939 vertrok zijn familie naar de Verenigde Staten, waar Mosse zijn studie voortzette aan het Haverford College in Haverford, Pennsylvania, dat eveneens van de quakers was. Daar behaalde hij in 1941 zijn bachelor-graad en verkreeg hij ook het Amerikaanse staatsburgerschap.

George Mosse overleed op 22 januari 1999, op 80-jarige leeftijd in zijn woning in Madison, Wisconsin, zijn levenspartner John Tortorice achterlatend.

Werk[bewerken]

George Mosse promoveerde in 1946 aan de Harvard University met een dissertatie over de Engelse constitutionele geschiedenis in de 16e en 17e eeuw. Hierna ging hij als historicus lesgeven aan de University of Iowa, waar hij zich aanvankelijk bezig hield met de Reformatie en religie in het vroeg-moderne Europa.

In 1955 werd hij hoogleraar aan de Universiteit van Wisconsin, waar hij de John C. Bascom leerstoel voor Europese Geschiedenis en de Weinstein-Bascom leerstoel voor Joodse Studies bekleedde. Hier hield hij zich bezig met de verhouding tussen liberalisme en totalitarisme en analyseerde hij de oorsprong van het nationalisme, met name in het Nazi-Duitsland. Hij zag daarbij een lijn van het christelijk geloof, via de Franse Revolutie naar moderne seculiere religies in de vorm van nationalisme.

In de jaren zeventig schreef Mosse over hoe racisme aanvankelijk tegen zwarte mensen gericht was, maar vervolgens ook op joden werd toegepast. In de jaren tachtig en negentig hield hij zich bezig met de link tussen stereotype mannelijkheidsbeelden en het nationalisme, zoals dat bijvoorbeeld tot uiting kwam in de Duitse Jeugdbeweging. Hij meende dat racistische stereotypes voortkwamen uit de Europese gewoonte om mensen in te delen aan de hand van het Griekse schoonheidsideaal. Op basis daarvan werden sinds de 19e eeuw joden, homoseksuelen, Roma en geestelijk gehandicapten als een bedreiging gezien.

George Mosse (links) en Rolf Italiaander in Amsterdam in 1983

Sinds 1969 gaf Mosse ook een semester per jaar les aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, waar hij van 1980-1985 als eerste de Koebner leerstoel voor Duitse Geschiedenis bekleedde. In de jaren tachtig ging hij met emeritaat, waarna hij onder meer gasthoogleraar was in Amsterdam (voor homostudies aan de UvA in 1988), Jeruzalem, Tel Aviv, Kaapstad, Cambridge, Parijs, München en Washington.

Bibliografie[bewerken]

George Mosse schreef meer dan 25 boeken, met als bekendste:

  • The Crisis of German Ideology: Intellectual Origins of the Third Reich (1964)
  • The Nationalization of the Masses (1975)
  • Towards the Final Solution (1979)
  • Nationalism and Sexuality: Respectable and Abnormal Sexuality in Modern Europe (1985)
  • The Image of Man: The Creation of Modern Masculinity (1996)

Eerbetoon[bewerken]

George Mosse werd onder meer geëerd met:

Mosse-lezingen[bewerken]

Amsterdam[bewerken]

Simone van Saarloos tijdens de Mosse-Lezing van 2016

Met een legaat uit de nalatenschap van George Mosse werd in 2001 aan de Universiteit van Amsterdam de stichting George Mosse Fonds opgericht. Dit fonds is bedoeld ter bevordering van de studie van homo/lesbische geschiedenis en organiseert daartoe verschillende lezingen.

De belangrijkste is de jaarlijkse Mosse-lezing in september. Sinds enkele jaren vindt deze plaats in samenwerking met IHLIA, in de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Daarnaast zijn er nog enkele kleinere (Engelstalige) lezingen door het jaar heen.[1] De jaarlijkse Mosse-lezing is door de volgende personen uitgesproken:

Berlijn[bewerken]

Ook aan de Humboldtuniversiteit te Berlijn worden Mosse-lezingen gehouden. Deze werden in 1997 door George Mosse en de literatuurwetenschapper Klaus Scherpe ingesteld en hebben als zwaartepunt het Joodse leven, denken en handelen in Duitsland en Israël.[2]

Externe links[bewerken]