Getuigenheuvel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De Wijngaardberg in Wezemaal in Vlaams-Brabant, de getuige dat dit gebied ooit een zandafzetting op de Miocene zeebodem was.

Een getuigenheuvel is een min of meer geïsoleerde, erosiebestendige heuvel of heuvelcomplex in een verder relatief vlak landschap. Een ander, minder gebruikelijk woord hiervoor is getuigenberg.

De erosiebestendige grondlaag die zich in de heuvel bevindt is daarbij een aanduiding ('getuige') voor een sedimentafzetting die ooit over het hele landschap lag, maar nadien door erosie versnipperd werd.

Het begrip getuigenheuvel is, gezien haar geologische geschiedenis, vooral bekend in Vlaanderen. In Nederland komen nagenoeg geen getuigenheuvels voor.

Ontstaan[bewerken | brontekst bewerken]

Terwijl riviererosie de minder resistente materialen afvoerde naar zee, bleven van nature uit resistentere grondlagen overeind staan in het landschap. Deze resistentie kan verschillende oorzaken hebben: de aanwedzigheid van een kleilaag, een silexlaag, een kalkzandsteenbank of limonietconcreties. De eerste drie voorbeelden werden als dusdanig gevormd tijdens hun geologische afzetting, het laatste voorbeeld betreft een verkitting die plaatsvond tijdens blootstelling aan weer en wind, terwijl naburige sedimenten werden geërodeerd. Omdat sommige zandlagen meer permeabel (meer doordringbaar) waren, drong regenwater aldaar eerder in de ondergrond. Het regenwater reageerde vervolgens met het glauconiet dat reeds in het zand aanwezig was en vormde limoniet. Zo ontstonden ijzerzandsteenzones, die meer weerstand boden aan erosie dan het niet-aaneengekitte zand.

Regionale verschillen[bewerken | brontekst bewerken]

Afhankelijk van de plaats bevindt zich een andere geologische laag in de top van de getuigenheuvels.

De belangrijkste Vlaamse getuigenheuvels bevatten aan de top een mariene gelimonitiseerde zandlaag, de Miocene Formatie van Diest. Deze getuigenheuvels liggen min of meer in onderstaande rij:

Een alternatieve theorie plaatst de zanden ten westen van Geraardsbergen (Oudenberg) in een andere geologische eenheid, de Vlaamse Heuvelzanden.[2] Vooralsnog wordt deze hypothese echter niet gevolgd door de Belgische Nationale Commissie voor Stratigrafie.[3]

Ten noorden van de hierboven beschreven lijn komen in de Vlaamse Ardennen nog andere getuigenheuvels voor. Zij zijn opgebouwd uit een zandlaag uit het Eoceen, de Formatie van Lede. De heuveltoppen tussen Brussel en Leuven behoren dan weer tot de Eocene zanden van de Formatie van Brussel.

Enkele andere, minder in het oog springende, Vlaamse getuigenheuvels worden gevormd door Eocene kleien (Centraal-West-Vlaanderen en het noorden de Vlaamse Ardennen), Oligocene zanden (Centraal-Limburg) of Pliocene zanden (heuvels rondom Heist-op-den-Berg).

Voorbeelden[bewerken | brontekst bewerken]

België[bewerken | brontekst bewerken]

West-Vlaanderen[bewerken | brontekst bewerken]

De Wouwen- of Recollettenberg, Kassel rechts

Oost-Vlaanderen[bewerken | brontekst bewerken]

Vlaams-Brabant[bewerken | brontekst bewerken]

Limburg [4][bewerken | brontekst bewerken]

Ipf is een 668 meter hoge getuigenheuvel in Bopfingen te Duitsland

Antwerpen[bewerken | brontekst bewerken]

Henegouwen[bewerken | brontekst bewerken]

Nederland[bewerken | brontekst bewerken]

Frankrijk[bewerken | brontekst bewerken]

Duitsland[bewerken | brontekst bewerken]