Naar inhoud springen

Johannes ter Horst

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Johannes ter Horst
Volledige naam Johannes ter Horst
Geboren 1 april 1913, Enschede
Overleden 23 september 1944, Usselo
Groep KP-Enschede
Portaal  Portaalicoon   Tweede Wereldoorlog

Johannes ter Horst (Enschede, 1 april 1913 - Usselo, 23 september 1944) was een verzetsleider van het Nederlandse verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Ter Horst was bakker te Enschede. Hij nam deel aan het verzet vanuit zijn gereformeerde geloofsovertuiging.[1] Hij was leider van de KP-Enschede en later van de KP-Twente. In 1941 ontmoette hij Geert Schoonman, met wie hij zou gaan samenwerken.[2]

Verzetsactiviteiten

[bewerken | brontekst bewerken]

Ter Horst was betrokken bij het onderbrengen van onderduikers en geallieerde piloten. Hij had mede de leiding over drie bevrijdingsacties door de KP-Twente, waarbij gevangengenomen verzetsmensen werden bevrijd. De eerste vond plaats op 22 januari 1944 op het Huis van Bewaring in Almelo, waar een commando van acht illegalen twee belangrijke gevangenen van de pilotenhulporganisatie bevrijdden. Spectaculair waren de Overval op de Koepelgevangenis te Arnhem op 11 mei 1944, waar hij speciaal Frits de Zwerver, die veel wist over verzetsstrijders te bevrijden en de Overval op het Huis van Bewaring te Arnhem (11 juni 1944).

In de nacht van 22 september 1944 werd Ter Horst in Almelo gearresteerd door de Duitse bezetter. In een poging te ontsnappen schoot hij een Duitse militair neer, vluchtte op de fiets en te voet, maar werd na een schot in zijn been wederom aangehouden. De SD'er Adolf Becker, betrokken bij zijn verhoren en executie, verklaarde na de oorlog dat Ter Horst tijdens het verhoor de naam van Roelof Blokzijl noemde. Blokzijl werd gearresteerd, maar ontkende.[3] Na de verhoren belde sturmführer Schröber met zijn superieur in Arnhem, hauptsturmführer Thomson. Deze gaf opdracht om Ter Horst en Blokzijl nog dezelfde avond dood te schieten.[3] Op 23 september 1944 werden ze gefusilleerd op de heide bij Usselo.

Ter Horst was op 6 september 1944 gehuwd met Hermina Schreurs, koerierster van de KP-Twente.

Na de oorlog ontving Ter Horst postuum van de Amerikaanse regering de Medal of Freedom te Utrecht op 12 maart 1947. Hij kreeg tevens het Verzetskruis 1940-1945 bij Koninklijk Besluit van 25 juli 1952, nr. 58.[4] Zijn naam staat vermeld op de Erelijst van Gevallenen 1940-1945.[5]

Nadat een groot gedeelte van de in het stadsdeel "De Veldkamp" gelegen percelen op 22 februari 1944 door oorlogsgeweld waren verwoest besloot B&W Enschede op 24 november 1947 om de naam van de 2e Veldkampstraat te wijzigen in "Johannes ter Horststraat".

In de Verzetswijk in Almere is een straat vernoemd naar Ter Horst, ter ere van zijn bijdrage aan het verzet.[6]

Op 2 oktober 2021 werd te Usselo het Bermmonument, een zwerfkei met plaquette, het gedenkteken voor de daar gefusilleerde verzetsmensen Johannes ter Horst en Roelof Blokzijl, onthuld.

In de stoep voor zijn laatste woning op de Bloemendaalstraat 36 te Enschede is op 14 december 2023 ter zijner nagedachtenis een Stolperstein aangebracht.