Naar inhoud springen

Kunstrijden op de Olympische Winterspelen 1928

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Het kunstrijden is een van de sporten die beoefend werden tijdens de Olympische Winterspelen 1928 in St. Moritz. Het was de vierde keer dat het kunstrijden op het olympische programma stond. In 1908 en 1920 stond het op het programma van de Olympische Zomerspelen. De wedstrijden vonden plaats van 17 tot en met 19 februari op het buitenijs van het Badrutt's Park.

Van de 53 deelnemers (25 mannen en 28 vrouwen) uit twaalf landen namen er zes voor de derde keer deel; Grafström (solo), Blanchard-Weld / Niles (solo en paren) en Jakobsson-Eilers / Jakobsson (paren) en Muckelt (paren; in 1920 met Sydney Wallwork, in 1924 en dit jaar met John Page).

De Zweed Gillis Grafström werd de eerste kunstschaatser die drie olympische titels op rij won, alleen Sonja Henie (bij de vrouwen in 1928-1932-1936) en Irina Rodnina (bij de paren in 1972-1976-1980) evenaarden zijn prestatie bij het olympisch kunstschaatsen.

Met 15 jaar en 315 dagen oud werd Sonja Henie de jongste kampioen op de Olympische Winterspelen in een individuele discipline. Op de Spelen van 1998 nam, eveneens kunstschaatser, Tara Lipinski dit stokje over.

Eindrangschikking

Elk van de zeven juryleden (negen bij de paren) rangschikte de deelnemer van plaats 1 tot en met de laatste plaats. Deze plaatsing geschiedde op basis van het toegekende puntentotalen door het jurylid gegeven. (Deze puntenverdeling was weer gebaseerd op 60% van de verplichte kür, 40% van de vrije kür bij de solo disciplines). De uiteindelijke rangschikking geschiedde bij een meerderheidsplaatsing. Dus, wanneer een deelnemer bij meerderheid als eerste was gerangschikt, kreeg hij de eerste plaats toebedeeld. Vervolgens werd voor elke volgende positie deze procedure herhaald. Wanneer geen meerderheidsplaatsing kon worden bepaald, dan waren beslissende factoren: 1) laagste som van plaatsingscijfers van alle juryleden, 2) totaal behaalde punten, 3) punten behaald in de verplichte kür.

Gillis Grafström tijdens zijn verplichte kür
Willy Böckl tijdens zijn verplichte kür
Werner Rittberger tijdens zijn verplichte kür

Op 17 februari (verplichte kür en vrije kür) streden zeventien mannen uit elf landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/7 = som plaatsingcijfers van alle zeven juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/7 punten
GoudGillis GrafströmVlag van Zweden SWE4×1 (1-3-3-2-1-1-1) 122698,5
ZilverWilly BöcklVlag van Oostenrijk AUT5×2 (2-1-2-1-2-2-3) 132682,50
BronsRobert Van ZeebroeckVlag van België BEL3×3 (3-4-1-7-3-4-5)27 2578,75
4Karl SchäferVlag van Oostenrijk AUT4×4 (4-2-4-3-6-7-10) 352471,75
5Josef SlívaVlag van Tsjecho-Slowakije TCH3×5 (5-6-8-4-5-6-2)36 2442,00
6Marcus NikkanenVlag van Finland FIN2×6 (7-5-6-8-4-10-6)46 2379,50
7Pierre BrunetVlag van Frankrijk FRA4×7 (10-7-5-9-7-8-4) 502392,75
8Ludwig WredeVlag van Oostenrijk AUT4×8 (8-8-7-10-8-5-7) 532341,75
9Jack PageVlag van Groot-Britannië GBR3×9 (11-10-10-11-9-3-8)62 2288,50
10Roger TurnerVlag van Verenigde Staten USA3×10 (9-9-9-6-12-9-13)67 2245,50
11Sherwin BadgerVlag van Verenigde Staten USA3×11 (12-12-12-5-10-11-11)73 2209,50
12Paul FrankeVlag van Duitsland GER5×12 (6-13-11-12-11-13-10) 762215,00
13Montgomery WilsonVlag van Canada CAN4×13 (13-11-13-14-13-14-14) 922066,50
14Ian BowhillVlag van Groot-Britannië GBR4×14 (14-14-15-16-14-12-16) 1011909,25
15Nathaniel NilesVlag van Verenigde Staten USA4×15 (16-15-16-13-15-16-12) 1031910,25
16Jack EastwoodVlag van Canada CAN- (15-16-14-15-16-15-15)1061136,25
-Werner RittbergerVlag van Duitsland GERopgave

Op 17 (verplichte kür) en 18 februari (vrije kür) streden twintig vrouwen uit acht landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/7 = som plaatsingcijfers van alle zeven juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/7 punten
GoudSonja HenieVlag van Noorwegen NOR6×1 (1-1-1-1-1-2-1-1) 82452,25
ZilverFritzi BurgerVlag van Oostenrijk AUT2×2 (3-2-4-5-6-3-2)25 2248,50
BronsBeatrix LoughranVlag van Verenigde Staten USA3×3 (7-3-2-4-1-6-5)28 2254,50
4Maribel VinsonVlag van Verenigde Staten USA1×4 (4-5-5-3-3-4-8)322224,50
5Cecil SmithVlag van Canada CAN3×5 (6-4-3-2-5-5-7)32 2213,75
6Constance WilsonVlag van Canada CAN5×6 (5-6-6-6-4-2-6) 352173,00
7Melitta BrunnerVlag van Oostenrijk AUT2×7 (2-7-8-10-8-9-4)48 2087,50
8Ilse HornungVlag van Oostenrijk AUT3×8 (8-9-10-8-9-7-3)54 2050,75
9Ellen BrockhöftVlag van Duitsland GER3×9 (12-11-9-7-11-8-9)67 2003,00
10Theresa Blanchard-WeldVlag van Verenigde Staten USA2×10 (11-10-16-9-7-11-13)77 1970,25
11Andrée JolyVlag van Frankrijk FRA2×11 (15-8-14-11-13-15-10)86 1910,00
12Margit BernhardtVlag van Duitsland GER3×12 (14-17-15-12-12-10-11)91 1890,00
13Edel RandemVlag van Noorwegen NOR1×13 (9-13-12-16-14-13-17)94 1880,75
14Kathleen ShawVlag van Groot-Britannië GBR2×14 (16-14-7-15-10-18-15)95 1900,00
15Else FlebbeVlag van Duitsland GER3×15 (13-16-18-17-15-12-12)1031833,50
16Karen SimensenVlag van Noorwegen NOR4×16 (10-12-17-13-16-16-19) 1031811,75
17Grete KubitschekVlag van Oostenrijk AUT5×17 (17-15-11-19-17-17-14) 1101778,50
18Elly WinterVlag van Duitsland GER4×18 (18-19-13-18-19-14-16) 1101765,75
19Elvira BarbeyVlag van Duitsland GER7×19 (19-18-19-14-18-19-18)1251648,75
20Anita de St. QuentinVlag van Frankrijk FRA- (20-20-20-20-20-20-20)1401114,25
Lilly Scholz / Otto Kaiser tijdens hun kür.

Op 19 februari (vrije kür) streden dertien paren uit tien landen om de medailles.

r/m = rangschikking bij meerderheid, pc/9 = som plaatsingcijfers van alle negen juryleden (vet = beslissingsfactor)
rang sporter(s) land r/m pc/9 punten
GoudAndrée Joly / Pierre BrunetVlag van Frankrijk FRA6×1 (4-1-1-1-2-1-2-1-1) 14,0100,50
ZilverLilly Scholz / Otto KaiserVlag van Oostenrijk AUT8×2 (3-2-2-2-1-2-1-2-2) 17,099,25
BronsMelitta Brunner / Ludwig WredeVlag van Oostenrijk AUT6×3 (2-4-3-5-3-3-3-3-3) 29,093,25
4Beatrix Loughran / Sherwin BadgerVlag van Verenigde Staten USA4×4 (1-9-5-3-5-4-5-7-4)43,0 87.50
5Ludowika Jakobsson-Eilers / Walter JakobssonVlag van Finland FIN3×5 (7-3-7-6-7-6-6-4-5)51,0 84.00
6Josy van Leberque / Robert Van ZeebroeckVlag van België BEL3×6 (6-7-4-4-6-7-7-5-8)54,0 83,00
7*Ilse Kishauer / Ernst GasteVlag van Duitsland GER5×7 (5-5-6-9-4-9-8-6-11) 63,075,75
8*Ethel Muckelt / John PageVlag van Groot-Britannië GBR8×8 (8,5-6-8-8-8-5-4-8-6) 61,579,00
9Theresa Blanchard-Weld / Nathaniel NilesVlag van Verenigde Staten USA7×9 (8,5-8-12-7-9-8-12-9-7)79,569,00
10Maude Smith / Jack EastwoodVlag van Canada CAN4×10 (13-10-10-9-13-10-10-11,5-9)95,5 67,25
11Elvira Barbey / Louis BarbeyVlag van Zwitserland SUI5×11 (11,5-12-9-13-10-11-9-11,5-10) 97,064,75
12Libuše Veselá / Vojtěch VeselýVlag van Tsjecho-Slowakije TCH7×12 (10-11-13-12-11-12-11-10-12) 102,060,00
13Kathleen Lovett / Proctor BurmanVlag van Groot-Britannië GBR- (11,5-13-11-11-12-13-1-13-13)110,557,75
* N.B. In het Officiële rapport zijn Muckelt/Page als 7e en Kishauer/Gaste als 8e geklasseerd.

Medaillespiegel

[bewerken | brontekst bewerken]
rang land Goud Zilver Brons totaal
1Vlag van Frankrijk Frankrijk1001
1Vlag van Noorwegen Noorwegen1001
1Vlag van Zweden Zweden1001
4Vlag van Oostenrijk Oostenrijk0314
5Vlag van België België0011
5Vlag van de Verenigde Staten Verenigde Staten0011
3339